MUZIKALE ONTWIKKELINGEN NA 1865: ONTSTAAN VAN DE BLUES
Zoals in de inleiding al vermeld, hieronder het tekstblok met de ingrediënten van de blues.
- Ditties (1)
- Afrikaanse muziektradities (2)
- Work songs / field hollers (3) (vertaald: werkliederen en veldkreten)
- Negrospirituals + westerse hymnen en psalmen = gospel (4)
1. BLUES =
De term "blues" werd officieel pas rond 1912 voor het eerst gebruikt door William Christopher Handy. Maar we zullen nooit precies weten wie het eerst het woord blues gebruikte of het eerste bluesnummer schreef. Al is 'schrijven' een groot woord, want niemand heeft het echt geschreven: de blues (laat ik dat woord vanaf hier toch maar gebruiken) verspreidde zich tijdens de periode van de slavernij, wat letterlijk ging van mond tot mond. Zonder radio, tv, cd's, platen of geluidsbanden. Muzieknummers werden veranderd en 'verbeterd' tijdens hun reis door Amerika. Natuurlijk verliep dit proces op het platteland maar heel geleidelijk: daar waren geen theaters of andere podia voor muziek. Alle soorten liederen werden doorgegeven door rondreizende muzikanten (troubadours in het Frans) en door ze samen te zingen binnen het gezin of in andere groepen. Door dat rondreizen bestonden er op den duur allerlei regionale vormen. De liedjes met de eenvoudige, maar trage en treurige melodieën, en teksten over alledaagse beslommeringen die we nu nog terugvinden in de blues, heetten in die dagen DITTIES (1). Ditties (een Engels woord) waren lyrisch, strofisch en kort verhalende simpele liedjes of gedichten, die we tegenwoordig ballades noemen.
AFRIKAANSE RITMES EN MUZIEK
Op tv hoor je weleens in de een of andere documentaire over "de wonderlijke geluiden van Afrika". Bedoeld worden de geluiden van de natuur: dieren, vogels, insecten, het geluid van de hitte. Deze geluiden inspireerden de Afrikaanse muzikanten duizenden jaren lang. Hun trommels maakten de ritmes en waren hun middel om te communiceren tussen stammen onderling, maar ook werden ze gebruikt tijdens rituelen, dansen, enz.
De klanken die ze erbij gebruikten, maakten het tot liedjes. AFRIKAANSE MUZIEK (2) komt voort uit een puur mondelinge traditie, die van generatie op generatie is overgegaan. Ze bestaat uit slaapliedjes, feestliedjes, religieuze en marsliedjes. In principe verschilt het niet van muziek uit andere continenten. Maar opvallend is dat de muziek vooral wordt gedomineerd door de vraag- en antwoordvorm (CALL-AND-RESPONSE-PATROON), wat de liedjes tot een vorm van communicatie maakte en die later de blues en jazz sterk zou beïnvloeden. De slaven die in het verleden van Afrika naar Amerika werden getransporteerd om te werken op de plantages, namen niets mee. Geen bezittingen en al zeker geen muziekinstrumenten of uitgeschreven muziek. Het waren de liedjes, hun muziek, klanken en ritmes die, net als de herinneringen aan dat wat ze achterlieten, in de hoofden van de slaven meereisden.
OP DE PLANTAGES
Eenmaal in Amerika moesten de uit Afrika geroofde slaven lang en hard werken, waren ze meestal van zonsopgang tot zonsondergang geketend, en leefden ze in erbarmelijke omstandigheden en armoede, waarbij mishandeling en marteling aan de orde van de dag waren (een slaaf werd gemiddeld 24 jaar).
Muziek was het enige wat ze hadden. Praten tijdens het werk op de plantages mocht niet, omdat de bewakers hun taal niet verstonden. Zingen van zogenaamde WORK SONGS (werkliedjes) was wel toegestaan, en dat werd tevens hun manier van communiceren: eentje zong alleen, in het Afrikaans natuurlijk, om zijn verhaal te doen aan de rest. Of de voorman van een werkploeg, de "holler" ("to holler" betekent vrij vertaald schreeuwen, gillen), gaf een strofe aan, waarop de rest antwoordde: het CALL-AND-RESPONSE-PATROON, meegenomen uit hun geboorteland. Het was ook hun manier om ontsnappingspogingen te 'bespreken'. Zo ontstonden de zgn. WORK SONGS en de FIELD HOLLERS (3). De traditionele religieuze volksliederen van de slaven (die ze zongen tijdens hun gebedsdiensten op zondag) werden NEGROSPIRITUALS (4) genoemd. Onderstaand een paar voorbeelden van negrospirituals, een work song en een field holler.
Behalve op het veld werd ook gezongen tijdens de arbeid die gevangenen verrichtten in of buiten de bajes. Hieronder een voorbeeld van een groep gevangenen, die zich de Texas Prison Camp Work Gang noemden.
Deze term verwijst niet naar één specifieke, officieel benoemde groep met een duidelijke begin- en einddatum, maar naar een systeem van gevangenarbeid in de Amerikaanse staat Texas. Deze zogeheten “work gangs” (kettingploegen of dwangarbeidsgroepen) waren vooral actief van het einde van de 19e eeuw tot het midden van de 20e eeuw:
- Circa 1870–1890): Na de Amerikaanse Burgeroorlog begon Texas, net als andere zuidelijke staten, met het inzetten van gevangenen voor zware arbeid, vaak via het beruchte convict leasing-systeem (gevangenenverhuur waarbij particulieren en bedrijven arbeidskrachten van de staat konden huren in de vorm van gevangenen)
- Begin 1900s – jaren 1930: Gevangenen werkten in “prison camps” en werden ingezet in landbouw (vooral katoen), wegenbouw en andere infrastructuurprojecten
- Jaren 1940–1960: Het systeem bleef bestaan, maar werd geleidelijk hervormd onder druk van kritiek op de vaak zeer zware en onmenselijke omstandigheden. In Texas stonden deze groepen bekend om hun strenge discipline en zware fysieke arbeid, vaak onder bewaking met geweren en soms letterlijk in ketens (“chain gangs”).
NEW ORLEANS
Al in het begin van de 19e eeuw, nog ver vóór de Amerikaanse Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij, begon de Afrikaans beïnvloede muziek zich heel langzamerhand te verspreiden van het platteland vanaf de Mississippi Delta naar de steden in het noorden en zuiden, maar vooral New Orleans.
De grote import van slaven door de plantage-eigenaars rechtstreeks naar New Orleans e.o. was eind 18ede eeuw niet de enige reden voor de verdubbeling van het aantal inwoners in die stad. De Afrikanen die als slaven naar Amerika gebracht werden, kwamen eerst terecht op de West-Indische eilanden. Met name naar Hispaniola, een eiland gekoloniseerd door Christoffel Columbus, bestaande uit Haïti (al vanaf 1659 de Franse kolonie Saint-Domingue) en de Dominicaanse Republiek. Na een tijdje werden velen van hen verkocht in New Orleans. Maar in 1791 brak de Haïtiaanse Revolutie (slavenopstand) uit, die duurde tot 1804 en werd gekatalyseerd door de Franse Revolutie (1789-1799). Het was de eerste en enige succesvolle slavenopstand op het westelijk halfrond. Deze vond plaats in Saint-Domingue en leidde tot de vrije republiek Haïti. De revolutie kon slagen doordat er een overmacht van vijftien keer zoveel slaven als kolonisten was. Haïtiaanse vluchtelingen kwamen met boten vol via Cuba naar New Orleans.
Maar ook in New Orleans mochten slaven niet leren lezen of schrijven en geen bijeenkomsten of vergaderingen organiseren. Alleen de kerk en Place Congo waren hun toegestane plaats van samenkomst. De Afrikaanse en Haïtiaanse slaven waren gelovig en gingen op zondag naar de kerk. Voor de slaven was het hun enige vrije dag, die was vastgelegd in de Code Noir.
De Code Noir was een decreet uit 1685 van de Franse koning Lodewijk XIV: "een verzameling verklaringen en oordelen betreffende de zwarte enclaves in Amerika met de opgestelde regels voor de Franse politie en andere ordehandhavers". Het decreet bleef gelden tot 1848. Zondag betekende dus niet werken en geen slaag die dag.
Na de mis op zondag ging het richting Congo Square. Place Congo (eigenlijk een bijnaam) is een deel van het huidige Louis Armstrong Park, dat ligt in de Tremé-area, de oudste Afro-Amerikaanse buitenwijk van Amerika ten noorden van het French Quarter in New Orleans (zie plattegrond verderop).
De tekst vertaald:
Congo Square ligt in de "nabijheid" van een plek die Houmas-indianen vóór de komst van de Fransen gebruikten om hun jaarlijkse maïsoogst te vieren en die door hen als heilige grond werd beschouwd. Al in de late jaren 1740 kwamen hier tot slaaf gemaakte Afrikaanse verkopers samen op Congo Square, een traditie die tijdens het Spaanse koloniale tijdperk werd voortgezet toen het plein dienstdeed als een van de openbare markten van de stad. Tegen 1803 was Congo Square beroemd vanwege de bijeenkomsten van tot slaaf gemaakte Afrikanen die op zondagmiddag trommelden, dansten, zongen en handel dreven. In 1819 telden deze bijeenkomsten maar liefst 500 tot 600 mensen. Tot de dansen die hier werden uitgevoerd, behoorden vooral de Bamboula, de Calinda en de Congo. Deze Afrikaanse cultuuruitingen ontwikkelden zich geleidelijk tot Mardi Gras' Indiaanse tradities, de "second line", en uiteindelijk tot New Orleans' jazz en rhythm and blues. Congo Square werd in het Nationale Register van Historische Plaatsen vermeld op 28 januari 1993.
|
Een "second line" is een parade in New Orleans, die zijn oorsprong vindt in jazzbegrafenissen en vroege vieringen van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Het bestaat uit twee delen: de "eerste rij" met de belangrijkste eregasten en een fanfare, en de "tweede rij", de menigte die erachter volgt, dansend en vierend. Tegenwoordig vinden deze parades plaats bij evenementen zoals bruiloften en festivals, en de term verwijst ook naar de unieke dansstijl: deze wordt gekarakteriseerd door een energieke, improviserende en expressieve manier van bewegen, vaak met veel flair en ritme. Mensen die de "second line" volgen, dansen op een vrije, ritmische manier, met veel nadruk op het schudden van de heupen, het bewegen van de armen en het trekken van dynamische, joyeuze bewegingen. Het is een dans die nauw verbonden is met de muziek van New Orleans, zoals brassbandjazz, en kan worden omschreven als een mengeling van verschillende Afro-Amerikaanse dansstijlen, waaronder elementen van swing, hiphop en traditionele Afrikaanse bewegingen. Het draait om het vieren van het moment, de gemeenschap en de vreugde die de muziek en de parade brengen.
In onderstaand filmpje de second line tijdens de begrafenis. Second line tijdens de begrafenis van Dr. John |
CONGO SQUARE IN NEW ORLEANS
De Afrikanen die als slaven naar Amerika gebracht werden, kwamen eerst terecht op de West-Indische eilanden. Samen met de Haïtiaanse slaven uit Saint-Domingue werden ze daarna verder getransporteerd naar New Orleans. Daar zetten hun oude voodoopraktijken (spreek uit als voedoe, een Engelse naam voor de Haïtiaanse religie vodou) ongewijzigd voort. De trommels, zogenaamde "talking drums", waren het communicatiemiddel tussen de verschillende stammen in Afrika en werden ook hier gebruikt om hun ontsnappingsplannen mee te "bespreken", zoals ze dat deden op de plantages. Het trommelen in langdurig dezelfde ritmes kwam angstaanjagend over bij de blanken. In 1808 werd daarom dansen en trommelen op pleinen verboden. Op trommelen kwam zelfs de doodstraf te staan in de staten Mississippi, South Carolina en Georgia. Behalve op Congo Square: de blanke heersers hielden de slaven liever op één plek geconcentreerd, om ze beter in de gaten te kunnen houden. Daarmee werd het aantal Afro-Amerikanen op de zondag op het plein vertienvoudigd, en groeide het uit tot attractie nummer 1 voor de toeristen. Deze buurt staat nog steeds bekend om zijn "African-American music" en was de eerste wijk waar later de bevrijde slaven een eigen huis konden kopen. Ze hadden er ook een eigen marktplaats waar ze handel dreven en producten verkochten die ze zelf hadden geteeld. Ook maakten ze daar hun kruiden, konden ze zich zelfs wassen of hun haren vlechten, maakten en bespeelden ze hun trommels (bongo's) en dansten ze de Bamboula en Calimba, net als hun voorouders deden.
Na de afschaffing van de slavernij in 1865 begonnen negrospirituals tijdens de misvieringen in de methodisten- en baptistenkerken (die toegankelijk waren voor zowel blanken als voormalige slaven) samen te vloeien met andere soorten kerkmuziek, zoals WESTERSE HYMNEN EN PSALMEN (4).
GOSPEL
Via de samensmelting met de negrospirituals ontstond het GOSPEL (4). Het Engelse woord 'gospel' is afgeleid van het Oudengelse gōd (goed) en spell (nieuws, boodschap), en heeft dezelfde betekenis als het Griekse euangelion (evangelie). Gospel is dus een direct resultaat van Afrikaanse muziek, gecombineerd met blanke psalmen. Een belangrijk verschil tussen negrospirituals en psalmen zit in de tekst, als gevolg van de ietwat beperkte woordenschat van de (voormalige) slaven. Ze gebruikten het lyrisch concept van de psalmen en gaven er hun eigen invulling aan. De teksten zijn christelijk geïnspireerd, met verwijzingen naar het Oude Testament. Zo wordt het leven na de dood aangeduid als het oversteken van de rivier de Jordaan. De melodieën zijn eenvoudig en verlopen in een swingend ritme. Oorspronkelijk werden deze liederen a capella (zonder instrumenten) uitgevoerd met onderscheid tussen een solist en een (meerstemmige) groep. Daarbij werd een CALL-AND-RESPONSE-PATROON gehanteerd, net zoals in hun voormalige thuisland en tijdens hun werk op de plantages. De uitvoering laat heel wat spontane muzikaliteit en betrokkenheid van de gemeenschap toe in de vorm van kreten, gejuich en handgeklap. Gospel kwam vooral voor in de methodistenkerken, terwijl tijdens diensten in de baptistenkerken meer aandacht was voor stilte en gebed.
Ook door het zingen van gospel en negrospirituals met of zonder zelfgemaakte instrumenten vonden de slaven troost in de situatie waarin ze leefden en deelden ze elkaars armoede en ellendige omstandigheden. Het was hun manier om hun lijden zowel uit te drukken als te verzachten.
De Ditties, Afrikaanse muziektradities, Worksongs/fieldhollers en Gospel smolten als het ware uiteindelijk samen: HET FUNDAMENT VOOR DE BLUES WAS GELEGD!
BLUES: DE AFKOMST VAN DE NAAM
WILLIAM CHRISTOPHER HANDYDe term "blues" doet officieel pas rond 1912 zijn entree op bladmuziek van William Christopher Handy uit Memphis, zo wordt verteld. Hij wordt dan ook niet voor niets "The (God)Father of the Blues" genoemd. Terecht? Daar kom ik verderop op terug.
In 1903 werkte Handy in Tutwiler, in de buurt van Clarksdale, als dirigent van de Knights of Pythias Band, toen hij voor het eerst 'de blues' hoorde. Hij was het die in 1909 zijn eerste bluessong schreef: "Mr. Crump Blues", gebaseerd op een verkiezingsnummer voor Edward Crump, een Democratische burgemeesterskandidaat in Memphis.
Het nummer wordt hier gespeeld op akoestische gitaar. In 1912 werd de titel gewijzigd in "The Memphis Blues", maar het klinkt door zijn blaasinstrumenten en drums al heel verschillend. Andere muzikanten uit Memphis zeggen dat het geschreven zou zijn door Handys klarinetspeler Paul Wyer. Hoe dan ook: het bleek uiteindelijk de basis voor de specifieke bluesstijl die in Memphis is ontstaan.
Ook van Handy's hand is "Beale Street Blues". Ook gespeeld op blaasinstrumenten.
Dit nummer heeft ervoor gezorgd dat Beale Avenue in Memphis rond 1917 werd omgedoopt in Beale Street. Het maakte de plek in een klap onsterfelijk, en leverde Handy later een standbeeld op in het Handy Park & Pavilion in Beale Street.
ST. LOUIS BLUES
"St. Louis Blues" (1914) van Handy is een populair Amerikaans lied, gecomponeerd in de bluesstijl, al klinkt het jazzy: er zijn alleen blaasinstrumenten te horen. Het behoort tot het repertoire van heel wat jazzmusici en groeide uit tot een echte jazzstandaard. Het was ook een van de eerste bluesnummers die populair werden als popsong. Het werd uitgevoerd door veel muzikanten in allerlei stijlen, onder meer door Louis Armstrong en Bessie Smith, Glenn Miller en het Boston Pops Orchestra. Het werd gepubliceerd in september 1914 door Handy's eigen bedrijf en werd zo populair dat er een nieuwe dansstijl, de "foxtrot", voor werd gemaakt. De versie met Bessie Smith (Queen of the Blues) en Louis Armstrong op cornet (uit 1925) wordt nu sinds 1933 bewaard in de Grammy Hall of Fame, evenals de versie uit 1929 van Louis Armstrong & His Orchestra (met Henry "Red" Allen). Bessie Smith (1894–1937) zou met haar krachtige stem, rauwe emotie en diepe bluesstijl een grote invloed hebben op latere jazz- en blueszangers (zoals Billie Holiday).
Bessie Smith & Louis Armstrong - "St. Louis Blues" (1925)
TITEL VOOR W.C. HANDY TERECHT?
Is de titel "(God)Father of the Blues" voor W.C. Handy terecht? Op Handy's officiële 'claim' op de term blues was de reactie van ene Jelly Roll Morton (zie volgende pagina over de afkomst van de naam jazz): "In 1908 Handy didn't know anything about the blues and he doesn't know anything about jazz and stomps to this day. I myself figured out the peculiar form of mathematics and harmonies that was strange to all the world but me." (In het Nederlands: “In 1908 wist Handy nog niets van de blues en tot op de dag van vandaag weet hij niets van jazz en stomps. Ik heb zelf de bijzondere wiskundige structuur en harmonieën ontdekt die voor de hele wereld vreemd waren, behalve voor mij”). Morton gooide Handy's claim dus verre van zich.
CHARLES JOSEPH BOLDEN
Charles Joseph "Buddy" Bolden (6 september 1877 - 4 november 1931) was een Afro-Amerikaanse cornetspeler en een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de New Orleans-stijl van ragtimemuziek. "Buddy Boldens Blues" was zijn beroemdste nummer. Het jaartal van het originele nummer is niet terug te vinden. Het nummer zelf werd echter niet direct door Bolden zelf opgenomen, omdat er geen opnames van hem bestaan (hij had zijn carrière vóór het tijdperk van de geluidsopnames). Het meest populaire arrangement van het nummer, zoals we het kennen, werd echter vastgelegd door de bekende jazzband King Oliver's Creole Jazz Band in 1923. Dus, hoewel het nummer waarschijnlijk al in de vroege jaren 1900 werd gespeeld, is het vaak geassocieerd met het jaar 1923 door de eerste opnameversie. Waarschijnlijk dateert het uit 1895, maar in ieder geval komt het uit de periode van vóór 1907. Het is dus aannemelijk dat de benaming "blues" eerder bestond en vooral in veel zuidelijke steden te horen was, en dat zou de claim van Handy onterecht maken.
FUNK
"Buddy Boldens Blues" heette trouwens eerst "Funky Butt". Dit is een van de eerste keren dat het woord FUNK in een nummer voorkomt. Funk betekent van origine lichaamsgeur of de geur van geslachtsgemeenschap en werd in het algemeen als een onfatsoenlijk woord ervaren. In de Afro-Amerikaanse muziek gebruikte men de aanduiding "funky" om dat deel van de muziek aan te geven dat los, sexy, langzaam, riff-georiënteerd en/of dansbaar was. Funk kan gezien worden als een subgenre binnen rhythm-and-blues en de term wordt sinds halverwege de jaren zestig als genreaanduiding gebruikt. "Funky Butt" was geen dans, maar een beweging: een vrouw die haar rok optrok en suggestieve bewegingen maakte met haar heupen. Ene Coot Grant beschreef het duidelijk: "While she raised her skirt she would grind her rear end like an alligator crawling up a bank." Daar zal geen vertaling bij nodig zijn.
DE EERSTE BLUESHIT
Mamie Smith was een Amerikaanse vaudevillezangeres, danseres, pianiste en actrice. Als vaudevillezangeres trad ze op in meerdere stijlen, waaronder jazz en blues. In 1920 ging zij de bluesgeschiedenis in als de eerste Afro-Amerikaanse artiest die vocale bluesopnames maakte. In dat jaar zette ze "Crazy Blues" op plaat. Van de single werden een miljoen exemplaren verkocht, waarmee het nummer de eerste hit werd van de bluesmuziek.
GEOGRAFIE (VERSPREIDING) VAN DE BLUES
Aan de hand van al deze informatie kun je samenvattend de blues dus definiëren als een "meltingpot", een smeltkroes van muziekstijlen die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan. De muziek onderging alle invloeden en vanaf de laatste decennia van de 19e eeuw veranderde die snel. Zonder enige twijfel kwam dit voor een deel door de bevrijding van de slaven, maar ook doordat Amerika zelf veranderde. De ontwikkeling van de steden en de groei van het land en de mobiliteit (vooral door de spoorlijnen) gaven vorm aan de muzikale landkaart van Amerika.
Veel mensen hadden een zwervend bestaan als landarbeider en liftten mee op de goederentreinen. Daarom werd ook aan de trein, vooral aan de cadans van de wielen, een rol toegeschreven in het ontstaan van deze muziek. Een feit is dat in veel bluesnummers en -albums de trein een belangrijk onderwerp is. Om er een paar te noemen:
- "Mystery Train" - Little Junior Parker (later beroemd gemaakt door Elvis Presley)
- "Train Fare Home" - Muddy Waters
- "Freight Train Blues" - Lightnin' Hopkins
- "Mean Old Train" - John Lee Hooker
- "All Night Train" - The Allman Brothers Band
- "Graveyard Train" - Jim Suhler
- "Blues Train" - Roomful of Blues
- "Last Train" - Jan James
Veel muzikanten die rondtrokken, ontmoetten elkaar, gingen als groepen verder rondtrekken of vestigden zich in kleine stadjes als Clarksdale, Greenville en Vicksburg. Maar ook grotere steden als Memphis en Chicago. De originele Delta- (of Mississippi-) blues vermengde zich overal met andere muziekvormen. Men nam ideeën van elkaar over, beïnvloedde elkaar, en zo ontstonden nieuwe bluesgenres, waar later namen aan werden toegekend als Afrikaanse blues, Chicago blues, Delta-blues, Memphis blues, enz. Velen verdienden met muziek meer dan met het harde werk op de plantages. Het waren de Britten die de blues naar Europa haalden, waarna die zich wereldwijd verspreidde.
Behalve nieuwe stijlen binnen de blues, ontstonden zo ook nieuwe stromingen: rock-'n-roll, boogie-woogie, folk, country en jazz, om er een paar te noemen. En ook binnen deze stromingen zijn in de loop der tijd weer nieuwe versies ontstaan.
Op de volgende pagina's vind je informatie over de diverse bluesgenres en de muziekstromingen die zich vanaf het einde van de 19e eeuw begonnen te ontwikkelen, voortgekomen uit of gerelateerd aan de Delta blues, de "oervorm" van de blues. (Open daarvoor het menu: Verspreiding van de bluesgenres en -stijlen).
Tot slot van deze pagina een mooie illustratie genaamd: "The Family Tree of Blues", die de namen van bluesmuzikanten van vroeger tot nu toont, van onder naar boven. (Klik erop om het te openen in een apart venster.)
