IMMIGRATIEGOLF VERENIGDE STATEN
De derde en laatste van de drie redenen van de groei van de Amerikaanse bevolking, na de kolonisatie en de slavernij (beschreven op de vorige pagina's), is de immense immigratiegolf vanuit Europa, vooral in de periode 1820-1920. Tevens speelde, na de verovering van Mexico, de annexatie van Texas, Arizona, Utah, New Mexico en Californië mee. Bij die laatstgenoemde speelde ook de befaamde Gold Rush een rol. Die lokte immers massa's mensen uit alle windstreken om hun geluk te beproeven. Al die gebieden werden na elkaar onderdeel van de Verenigde Staten, en dat leverde de VS miljoenen inwoners op.
De ontwikkelingen in de Verenigde Staten gaven het al gauw de bijnaam "Het Beloofde Land" en "Land van de onbegrensde mogelijkheden". De immigratie in de Verenigde Staten vanuit Europa kwam daarom in het begin van de 19e eeuw (rond 1820) op gang, en zou zo'n 100 jaar duren. Maar liefst 30 miljoen Europeanen zochten hun geluk in de VS. De oorzaken voor vertrek uit hun vaderland, de zogenaamde pushfactoren, waren voornamelijk werkloosheid, armoede en oorlog in Europa. De redenen voor vestiging (pull-factoren): werkgelegenheid, vrede en godsdienstvrijheid in Amerika.
Vooral Duitsers, Ieren en Italianen maakten de grote oversteek. Ze kwamen aan op Ellis Island (New York), eerst per zeilschip, later per stoomboot. Er vertrokken zoveel Duitsers uit Bremen dat de havenstad de bijnaam "Der Vorort New Yorks" kreeg. Na Berlijn en Wenen was New York in grootte de derde Duitstalige stad ter wereld.
|
De Verenigde Staten telden in 1776 amper drie miljoen inwoners, in 1915 al 100 miljoen en in 1968 200 miljoen inwoners. Bij de volkstelling van 2010 had het land 308.745.538 inwoners. In 2023 stond de teller op 335.136.000. Momenteel (maart 2026) naar schatting op ruim 349.000.000. Een kolossale groei dus in 250 jaar. De bevolking groeit nu nog met zo'n 0,5% per jaar. Meer dan 79% van de bevolking woont in de stad (en meer dan de helft daarvan in voorsteden). Ongeveer 65% van de inwoners is van Europese oorsprong. In eerste instantie vanwege de kolonisatie door de Britten, Fransen, Spanjaarden en Nederlanders, gevolgd door immigratie. Dit percentage is in de loop van de tijd sterk gedaald door de invoer van Afrikanen (slavernij), en de toestroom van zogenaamde Latino's: mensen van Mexicaanse, Puerto Ricaanse en Cubaanse oorsprong. |
De immigratie kende twee fasen:
-"Oude immigranten" (ca. 1820-1890): kwamen voornamelijk uit Noord- en West-Europa.
-"Nieuwe immigranten" (vanaf 1890-1920): vormden de meerderheid van de immigranten die voornamelijk uit Zuid- en Oost-Europa en Azië kwamen.
DE DUITSERS
De meeste historici zijn het erover eens dat de Duitsers vooral kwamen vanwege economische redenen. Niet direct geldnood, maar vooral de veranderde economie in hun thuisland. Een minderheid emigreerde om godsdienstige redenen. Anderen hadden politieke redenen, zoals de kleine, maar actieve groep die vluchtte na Revolutiejaar 1848 (dat was een benaming voor een reeks opstanden die zich in 1848/1849 in grote delen van Europa voordeden). Doel van deze opstanden was de instelling van een liberaal politiek systeem, het mogelijk maken van een liberale grondwet of het verdrijven van vreemde heersers).
Alle immigranten die arriveerden in hun nieuwe land, namen plaats in een grote wachtzaal, kregen eerst een korte medische keuring, waarna registratie volgde.
De Duitsers hadden minder last van etnische stigma's dan bijvoorbeeld de Ieren. Duitsers waren ervaren, goed opgeleid, voornamelijk protestants (luthers) en bewoners van plattelandsgebieden. Ze konden gemakkelijk aan werk komen. Zo werkte in 1850 bijna de helft van de Duitse immigranten in Chicago als zelfstandige handwerkslieden. Joodse Duitsers in New York waren actief in de handel en als bankiers. Duitse vrouwen werkten in de dienstensector, de huishouding en de ziekenverzorging. De meeste Duitsers bleven echter niet in de steden hangen, maar gingen boeren in het westen. Zo ontstond er een German Belt, die zich uitstrekte over achttien staten van het noordoosten tot het middenwesten en later Texas.
De Duitsers hadden enorme invloed op de Amerikaanse samenleving en brachten daarin permanente verandering. De Duitse losheid, hun interesse in opera, muziek maken, theater en simpelweg "to have a good time", gooide het saaie, puriteinse Amerika open. En dan hebben we het nog niet eens over de hamburgers, de frankfurters, het bier en de andere alledaagse zaken die inmiddels honderd procent Amerikaans zijn. De nieuwkomers beïnvloedden de samenleving minstens even sterk als zij zelf door die samenleving werden beïnvloed. Ook een recordaantal Zwitsers sloot zich aan bij de golven van de enorme immigratie in de Verenigde Staten in de jaren na 1880 via de havens Hamburg en Le Havre. Het aantal Zwitsers dat emigreerde naar de VS in die periode evenaarde het totaal van de afgelopen 70 jaar (in 10 jaar zo'n 82.000).
Onderstaand een paar foto's uit 1885 van Boyle County (Kentucky), waar veel Zwitsers zich vestigden en zich gingen bezighouden met o.a. land- en tuinbouw.
MANIFEST DESTINY
Deze toevloed vanuit Europa zou de Amerikaanse houding tegenover immigratie voorgoed veranderen.
Maar het kolonialisme was nog niet ten einde. De Verenigde Staten waren bezig met hun zogenaamde "Manifest Destiny". Dat was het 19e-eeuwse geloof dat de Verenigde Staten goddelijk voorbestemd waren om zich over Noord-Amerika uit te breiden. Deze ideologie werd gebruikt om de expansie naar het westen, de verdrijving en onderwerping van indianenstammen en de verwerving van nieuwe gebieden door middel van aankoop, onderhandeling en oorlog te rechtvaardigen. Deze ideologie werd gevoed door een gevoel van Amerikaans exceptionalisme (uitzonderlijkheid) en was nauw verbonden met de verspreiding van democratie en kapitalisme.
Vanaf de jaren 1830 waren er steeds meer Amerikaanse kolonisten naar Californië verhuisd. In veel gevallen om te profiteren van de landerijen en de economische kansen. Het was daardoor een aantrekkelijke regio. Maar Californië werd in feite niet goed gecontroleerd/bestuurd door Mexico: het land bevond zich in een staat van politieke instabiliteit, met een zwakke regering die moeite had om het uitgestrekte grondgebied (zie afbeelding verderop) te besturen. De lokale regering was vaak ineffectief. Dat alles leverde een onrustige situatie op: de meeste van deze kolonisten wilden daarom dat Californië zou worden opgenomen binnen de Verenigde Staten. Ze voelden zich vaak vervreemd van de Mexicaanse autoriteiten, die hun rechten niet goed beschermden, en zagen Mexico als een zwakke natie die niet in staat was om hun belangen te behartigen.
MEXICAANS-AMERIKAANSE OORLOG
In 1845 annexeerde de VS Texas, wat de spanningen met Mexico verhoogde, omdat Mexico Texas als zijn eigen grondgebied beschouwde. Californië, ook in bezit van Mexico, was een belangrijk doel in Amerika's expansiedrift. De spanningen tussen Mexico en de Verenigde Staten liepen dusdanig op, dat ze escaleerden tot de Mexicaans-Amerikaanse oorlog, die begon op 25 april 1846.
INNAME VAN SONOMA
Kort na het begin van de oorlog kwamen op 14 juni 1846 de ±8000 ontevreden kolonisten die woonachtig waren in Sacramento Valley, een gebied binnen het Mexicaanse Californië, in opstand (de zogenaamde "Bear Flag Revolt"). Gevreesd werd dat de Mexicaanse autoriteiten hen zouden verdrijven of hun landrechten niet zouden erkennen. Ze werden aangemoedigd door de Amerikaanse legerofficier en ontdekkingsreiziger John C. Frémont, een Amerikaans militair, ontdekkingsreiziger en politicus. De opstandelingen ontwierpen ter plekke een vlag van wit katoen met een rode ster, geïnspireerd op de vlag van Texas (de Lone Star State), en een ruwe tekening van een grizzlybeer, symbool voor kracht. Deze "Bear Flag" vormde later de basis voor de huidige staatsvlag van Californië.
De groep van ongeveer 30 gewapende mannen overviel het onbewaakte Mexicaanse garnizoen in Sonoma, ten noorden van San Francisco. Ze namen generaal Mariano Guadalupe Vallejo, een Californio-militair, politicus en rancher, gevangen, die overigens zelf niet onwelwillend tegenover Amerikaanse annexatie stond. Tien dagen later, op 24 juni, werd door de rebellengroep het enige echte gewapende treffen tijdens de opstand gevoerd: de Slag bij Olómpali, tegen een Mexicaans leger onder leiding van Joaquín de la Torre. Het was de enige veldslag van de Berenvlagopstand. De confrontatie vond plaats in het huidige Marin County, Californië (vlakbij Sonoma).
Het was een kortstondige opstand (juni–juli 1846) van Amerikaanse kolonisten tegen het Mexicaanse gezag in Californië. Hoewel de opstand slechts 25 dagen duurde, leidde deze, met interventie van de militairen o.l.v. commodore John D. Sloat, direct tot de Amerikaanse overname van het gebied. De republiek Californië werd uitgeroepen, en William Brown Ide werd verkozen tot leider.
Het einde van de opstand was op 9 juli 1846. Nadat het nieuws bekend werd dat de VS officieel de oorlog aan Mexico had verklaard, verving de Amerikaanse marine de Bear Flag in Sonoma door de Amerikaanse vlag. De republiek werd ontbonden en de vrijwilligers vormden het California Battalion onder Frémont om verder te vechten voor de VS.
EINDE VAN DE OORLOG
Op 2 februari 1848 werd de oorlog beëindigd via het Verdrag van Guadalupe Hidalgo. Mexico moest een gebied van meer dan 529.000 vierkante mijl (1,37 miljoen km², iets kleiner dan de gezamenlijke oppervlakte van Frankrijk, Spanje, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk bij elkaar) afstaan. Het heette de zogenaamde. Mexican Cession en kwam neer op een verlies van ongeveer 55% van hun toenmalige grondgebied. Het omvatte de staten Californië, Texas, New Mexico, Utah, Nevada en Arizona, en delen van Kansas, Oklahoma, Colorado, New Mexico en Wyoming in het huidige westen van de Verenigde Staten. Van de VS kreeg Mexico een compensatie van 18 miljoen dollar van de VS, wat vandaag de dag zo'n 672 miljoen dollar bedraagt. Tevens namen de VS een aantal schulden over van het land. Dit verdrag, ondertekend op 2 februari 1848, markeerde het einde van de oorlog en definieerde de nieuwe grens tussen de twee landen.
Het bleef niet zonder gevolgen: de Mexican Cession zorgde weliswaar voor een enorme uitbreiding van het Amerikaanse grondgebied en inwoners, maar wakkerde ook de spanningen over de uitbreiding van slavernij aan, wat bijdroeg aan de aanloop naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861). De ongeveer 80.000 Mexicanen die in deze gebieden woonden, kregen de optie om het Amerikaanse staatsburgerschap aan te nemen of terug te keren naar Mexico.
GOLDRUSH IN CALIFORNIË
De Californische Gold Rush was de grootschalige, stormachtige migratie van mensen vanuit de hele wereld naar Californië. Het was James Wilson Marshall, een Amerikaanse timmerman uit New Jersey, die op 24 januari 1848 de vondst van goud in de bedding van de American River meldde, toen hij voor John Sutter een houtzagerij aan het bouwen was aan de American River in Californië. Dat gaf de aanleiding tot de Californische Gold Rush. John A. Sutter was een Zwitsers-Amerikaans pionier, die Mexicaans en later Amerikaans staatsburger werd. Hij staat bekend om de oprichting van Sutter's Fort in het gebied dat uiteindelijk Sacramento (Californië), de hoofdstad van de staat zou worden. (Sutter's Fort: voormalige gevangenenplaats tijdens de Bear Flag Revolt (zie boven).
Hoewel Sutter beroemd werd en een icoon is geworden in de Amerikaanse geschiedenis, mislukten zijn ondernemingen in het bloeiende Californië van de jaren 1850. Hij verloor zijn eigendommen in 1858 en verhuisde naar de oostkust, waar hij jarenlang tevergeefs om restitutie lobbyde. Sutters naam leeft voort in het dorp Sutter, Sutter County en de Sutter Buttes.
De goudmijnen maakten een aantal mensen rijk, maar Sutter noch Marshall hebben hier voordeel uit weten te halen. Marshall werd wijnbouwer in de jaren 1860 en was daarna betrokken bij een onsuccesvolle goudmijn. Hij overleed in 1885 in relatieve armoede.
Er was eerder goud ontdekt in Californië, in Placerita Canyon ten noorden van het huidige Los Angeles. Die vondst uit 1842 kreeg weinig aandacht en had nagenoeg geen invloed op de economie. Ook de ontdekking van Marshall trok aanvankelijk weinig belangstelling. Alleen hijzelf en de werkers aan de molen wisten ervan. Dat waren een achttal indianen die de waarde van goud niet kenden en evenveel blanken, bijna allemaal mormonen (een religieuze gemeenschap). Deze laatsten hielden de kennis voor zichzelf en begonnen in hun vrije uren in de rivier naar goud te zoeken. Marshall lichtte wel Sutter in, maar die hield de vondst geheim, omdat hij wilde voorkomen dat zijn werknemers hem massaal zouden verlaten om goud te gaan zoeken.
De mormonen die aan de watermolen werkten, schakelden na enige tijd enkele geloofsgenoten in om hen te helpen bij het goud zoeken. Omdat het niet mocht uitlekken, reisden die vanaf Sutter's Fort naar de bijna 90 kilometer verder gelegen watermolen onder het mom van een voorgenomen jachtpartij. Twee van hen waren begin maart 1848 op de terugweg toen ze een goudvondst deden in een zijtak van de American River. Deze ontdekking veroorzaakte bij de bewoners van Sutters Fort een koortsachtige opwinding en binnen korte tijd waren ruim 150 voornamelijk mormoonse gouddelvers werkzaam op de vindplaats. De locatie waar ze zich vestigden werd een mijnstad, genaamd Mormon Island. De locatie ligt nu onder water in Folsom Lake, in het huidige Sacramento County, Californië.
De eerste goudzoekers kwamen voornamelijk uit Californië zelf. Ze konden met simpele methoden genoeg goud vinden om in korte tijd duizenden dollars te verdienen. Ze namen indianen in dienst om te delven en betaalden daarvoor met kralen, kleding en voedsel. De koorts greep om zich heen en bijna alle werkkrachten trokken zo snel ze konden naar de goudvelden, gevolgd door veel ondernemers.
Richard B. Mason, een officier in het United States Army en de vierde militaire gouverneur van Californië, was een nazaat van George Mason, een van de grondleggers van de Verenigde Staten. De pas benoemde gouverneur van Californië zag al zijn bedienden vertrekken. Als militair gezagsdrager werd hij bovendien geconfronteerd met desertie van honderden soldaten die hun geluk op de goudvelden gingen beproeven. De goudkoorts werd zo algemeen dat Henry Bee, de commandant van de gevangenis van San Jose, tien Indiaanse gevangenen meenam naar de goudvelden om voor hem te delven. Geruchten dat het goud in Californië voor het oprapen lag, verspreidden zich verder en trokken ook gelukszoekers uit andere streken aan. De eerste grote groepen Amerikanen van buiten Californië kwamen uit het aangrenzende Oregon. Zij trokken Californië vanuit het noorden binnen en mede daardoor werd ook op diverse plekken in het uiterste noorden van Californië, in de Klamath Mountains, goud ontdekt. Zo ontstonden twee mijngebieden: de noordelijke Californische goudvelden en de goudvelden van de Sierra Nevada. Later in het jaar volgden enkele duizenden mensen uit Latijns-Amerika, vooral uit de mijnstreken van Mexico, Peru en Chili.
Op het moment dat het goud ontdekt werd, bestond de bevolking van het gebied uit 150.000 indianen, 6500 Californiërs en 700 kolonisten. Eind 1848 waren daar ongeveer zesduizend goudzoekers bijgekomen.
Aanvankelijk verspreidden de geruchten over de goudvondst zich alleen in het zuidwesten van de Verenigde Staten en bleef de toestroom van mensen, die aangestoken door goudkoorts naar de vindplaats trokken, beperkt tot duizendtallen. Na een jaar gingen berichten over de goudvelden de hele wereld over en bereikte de Gold Rush een omvang van honderdduizenden goudzoekers. Hun reis duurde maanden, was zwaar en kostte velen het leven. Eenmaal in Californië troffen zij een gebied aan waar wetteloosheid heerste, zodat zij zelf hun claimrecht moesten organiseren. Gaandeweg werd het goud moeilijker te winnen en kwamen er wetten en maatregelen die tegen vreemdelingen waren gericht. Vanaf 1856 waren substantiële investeringen nodig in mijnbouwapparatuur, waardoor alleen grote bedrijven de mijnbouw konden voortzetten en de toestroom van gelukszoekers opdroogde.
SAN FRANCISCO
Toen de Gold Rush begon, was San Francisco een kleine nederzetting. De stad werd een belangrijke toegangspoort tot de mijngebieden en groeide explosief. Rond de
goudvelden ontstonden talrijke nieuwe nederzettingen. Van 1848 tot 1856 migreerden ruim 300.000 mensen naar Californië en werd daar naar schatting ruim 340.000 kilo
goud gedolven. Het aantal indianen daalde in die periode van 150.000 naar 50.000 en de goudwinning veroorzaakte veel milieuschade.
De Californische Gold Rush had wereldwijd economische gevolgen en droeg er mede toe bij dat Californië in 1850 de 31e staat van Amerika werd. De stad San Francisco heeft nu ongeveer 800.000 tot 875.000 inwoners (cijfers variëren licht per bron/jaar, 2020-2024), waarmee het de vierde stad van Californië is. De metropoolregio, bekend als de San Francisco Bay Area, is veel groter en telt in totaal meer dan 7 miljoen inwoners.
DE INDIANEN
De strijd van de indianen tegen de Europese kolonisten heeft eeuwen geduurd. In de gehele periode laaide het conflict regelmatig op, ondanks de herhaalde nieuwe verdragen tussen indianen en de VS. In 1924 kwam een einde aan de laatste vijandelijkheden met de Apachen. Het bekendste van alle gewapende conflicten was dat bij White Clay Creek en dat van Wounded Knee (Chankpe Opi Wakpala of Gekwetste Knie) op 29 december 1890.
Open de pagina op Wikipedia met alle details over het bloedbad van Wounded Knee door de Amerikaanse cavalerie op 29 december 1890, in het plaatsje Wounded Knee in South Dakota.
Wounded KneeEn dan was er nog de strijd om het noordwestelijke deel van het continent, waar Spanje, de VS, Rusland en Engeland interesse in hadden. Er woonden al 700 Russen in kolonies in Alaska, en de VS en Engeland vreesden dat er meer immigranten zouden volgen. Door de crisis in Rusland verkocht dit land in 1867 Alaska aan de VS voor 7,2 miljoen dollar.
DE AANLEG VAN SPOORWEGEN
In 1862 was het land diep verdeeld. De Burgeroorlog (1861-1865) scheidde het noorden van het zuiden, de Rocky Mountains scheidden het oosten van het westen. De federale overheid gaf met de Pacific Railroad Act van 1862 de opdracht om de spoorlijn te bouwen. Sinds 1859 was Omaha (nu: Iowa) aangesloten op het spoor vanuit het oosten. Voor de aansluiting met de westkust werd de Central Pacific Railroad aangelegd vanuit Sacramento (Californië) naar het oosten en de Union Pacific Railroad vanuit Omaha naar het westen.
In zes jaar tijd werkten duizenden Ierse arbeiders in het oosten en duizenden Chinezen in het westen zich in het zweet naar elkaar toe. De twee stukken spoorlijn sloten in Utah op elkaar aan. De 4126 kilometer lange reis van de Atlantische naar de Stille Oceaan, die vroeger maanden kostte, duurde nu nog maar 83 uur. De Transcontinental Railroad werd geopend in 1869. Het was de eerste transcontinentale spoorweg ter wereld. In de jaren erna werden nog eens vier transcontinentale spoorlijnen aangelegd in de Verenigde Staten.
Tot zover, in het kort, 450 jaar Amerikaanse geschiedenis: een verhaal van kolonisatie, burgeroorlog, strijd tegen de inheemse bevolking, een grote toestroom van Europese immigranten, een Gold Rush en een beslissende periode van tien jaar (1773–1783) die de politieke en wereldgeschiedenis voorgoed veranderde. Het vormde de Amerikaanse landkaart zoals we die tot op heden kennen.
Een lange intro om te komen tot de essentie van deze website over het ontstaan van de blues en de jazz. Vanaf het begin van de slavernij, voortgekomen uit de kolonisatie (op zoek naar goedkope arbeidskrachten), tot en met de immigratie van met name Europeanen, de aanleg van transcontinentale spoorwegen: al die historische aspecten hangen samen met het ontstaan, de ontwikkeling en verspreiding van de blues en de jazz. Daarover meer op de volgende pagina's.
"De ware Amerikaanse ziel is hard, geïsoleerd, stoïcijns en moordzuchtig.
Ze is nog nooit gesmolten." D.H. Lawrence (11 september 1885-2 maart 1930)