KOLONISATIE VAN AMERIKA
De definitie van kolonisatie is: het proces waarbij een land of volk een ander gebied overneemt en er controle over uitoefent, vaak door het vestigen van eigen bevolking, het exploiteren van natuurlijke hulpbronnen en het opleggen van eigen regels en culturen. Dit proces omvat doorgaans verovering, onteigening van de oorspronkelijke bewoners, en het instellen van politieke en economische structuren ten gunste van de koloniserende macht.
De Europese grootmachten zoals Spanje, Portugal, Groot-Brittannië en Frankrijk (en in geringe mate Denemarken, Zweden, Rusland en Nederland) koloniseerden in snel tempo de beide Amerikaanse continenten. Het hele westelijk halfrond kwam zo onder controle van Europese staten. De ruime hoeveelheden land en grondstoffen die daar voorradig waren, speelden een rol bij de opkomst van Europa als het overheersende continent in de wereld.
"COLOMBIAN EXCHANGE" EN DE GEVOLGEN
Er kwam een wereldwijde uitwisseling op gang, de zogeheten "Columbian Exchange" (ook wel bekend als de Columbian Interchange), tussen de Nieuwe Wereld (Amerika) op het westelijk halfrond en de Oude Wereld (Afro-Eurazië) op het oostelijk halfrond. Maar de Europeanen brachten ook besmettelijke ziekten die een verwoestende uitwerking hadden op de inheemse bevolkingen. Het aantal indianen daalde hierdoor tussen 1650 en 1750 met 75%. In onderstaande tabel zie je wat de Colombiaanse uitwisseling inhield en wat de gevolgen waren.
| Van Amerika naar de Oude Wereld |
| Planten: maïs, aardappelen, tomaten, chilipepers, cacao en tabak. Dieren: kalkoenen. Bevolking: inheemse volken werden vaak tot slaaf gemaakt en naar Europa gebracht. |
| Van de Oude Wereld naar Amerika |
| Planten: suiker, koffie, tarwe, bananen en druiven. Dieren: paarden, koeien, varkens en kippen. Inwoners: Europese kolonisten en tot slaaf gemaakte Afrikanen werden naar Amerika gebracht. Ziekten: pokken, mazelen, griep, tyfus en difterie. Deze waren verwoestend voor de inheemse bevolking vanwege het gebrek aan immuniteit. |
1. Demografische veranderingen: ziekten uit de Nieuwe Wereld zorgden voor een enorme afname van de inheemse bevolking in Noord- en Zuid-Amerika, terwijl nieuwe gewassen bijdroegen aan de bevolkingsgroei in Europa, Afrika en Azië.
2. Economische impact: de uitwisseling zorgde voor welvaart in Europa door de verwerving van nieuwe grondstoffen en de opkomst van plantages voor winstgevende gewassen zoals suiker en tabak.
3. Sociale en politieke gevolgen: de vraag naar arbeidskrachten op plantages leidde tot de gedwongen trans-Atlantische slavenhandel (zie volgende pagina), die verwoestende gevolgen had voor Afrikaanse gemeenschappen en resulteerde in de dood van miljoenen inheemse mensen.
4. Impact op het milieu: door de introductie van nieuwe soorten veranderde het landschap en door de nadruk op monoculturen daalde de biodiversiteit.
En zo werd de ene na de andere expeditie uitgestuurd. De Britten begonnen op de Noord-Amerikaanse oostkust rond de Hudsonbaai, de grote binnenzee in Canada. Ze dachten dat er een doorgang naar de Stille Oceaan was via de Grote Meren of door de Appalachen over te steken. De Fransen zochten het hogerop en veroverden het binnenland van Noord-Amerika door de Saint Lawrence-rivier en de Mississippi te volgen. Ze geloofden langs deze rivieren een doorsteek te vinden naar de Stille Oceaan.
afb.: een kaart van Noord-Amerika, met daarop aangegeven de Appalachen, Hudsonbaai, de Grote Meren en de St. Laurens-rivier.
Een periode van kolonisatie van een paar honderd jaar beschrijven lukt niet in één of een paar pagina's. Daarom enkele historische feiten en gebeurtenissen die gaan over de rol van de Spanjaarden, de Fransen en de Nederlanders. Maar het laatste gedeelte op deze pagina gaat over de meest uitgebreide en belangrijkste rol binnen het hele kolonisatieproces: die van de Engelsen. Zij zorgden ervoor dat uiteindelijk op 4 juli 1776 de toen gevestigde koloniën de "Verenigde Staten van Amerika" werden. Vooral Spanje en Frankrijk hebben jarenlang geprobeerd permanente nederzettingen te stichten in Noord-Amerika, maar vaak hebben ze hun pogingen moeten opgeven als gevolg van honger, ziekte en aanvallen van vijandelijke indianen.
Om te beginnen onderstaand een overzichtskaart van het door Europese landen gekoloniseerde Noord- en Zuid-Amerika omstreeks 1750.
DE EERSTE KOLONISTEN
1. DE SPANJAARDEN
De Spanjaarden vertrokken vanuit Midden-Amerika, dat ze al onderworpen hadden, en trokken zo naar Noord-Amerika. Ze namen zowel delen van de oostkust (Florida) als van de westkust (Californië) in. Zoals op de pagina over de ontdekkng van Amerika al te lezen was, begon de kolonisatie van Amerika door Europese landen met het moment dat Columbus in 1492 namens Spanje voet aan wal zette in de Nieuwe Wereld. Had de kolonisatie zijn begin in de Caraïben, waaronder de eilanden Hispaniola, Puerto Rico en Cuba, aan het begin van de 16de eeuw breidde ze zich uit naar Zuid-Amerika (Peru en Colombia) en Meso-Amerika. Spanje's buurland Portugal nam bezit van Brazilië door Pedro Álvares Cabral.
*WAT IS MESO-AMERIKA
Meso-Amerika is een cultureel-historisch gebied dat zich uitstrekt van Centraal-Mexico tot Nicaragua. Talrijke hoogstaande indiaanse culturen zijn hier ontstaan, waaronder die van de Azteken, Maya's, Tolteken en Zapoteken. Meso-Amerika is dus niet hetzelfde als Midden-Amerika, al maakt het er wel deel van uit.
Tussen 1519 en 1521 veroverden de Spanjaarden onder leiding van Hernán Cortés het rijk van de Azteken, het huidige Mexico-Stad. De Azteken waren een militaristische Meso-Amerikaanse beschaving die bestond tussen circa 1300 en 1521 in het huidige Mexico. In 1524 volgde de verovering van Guatemala, Honduras en El Salvador. Cortés was via zijn moeder verwant aan een andere conquistador: Francisco Pizarro (1476-1541), die in 1532 het Inca-rijk (het huidige Peru) veroverde.
Maar het was een expeditie geleid door de Spanjaard Panfilo de Narvaez, die in 1528 de monding van de rivier de Mississippi ontdekte.
Dat gebied (nu de staat Louisiana) werd oorspronkelijk bevolkt door indianenstammen als de Choctaw en viel ten prooi aan deze eerste Europeanen in het gebied. Ongeveer dertien jaar later verkende een expeditie onder leiding van Hernando de Soto het gebied.
De Soto was een Spaanse conquistador (veroveraar) en ontdekkingsreiziger. Hij kwam aan land in Tampa (Florida) in 1514 en zou tot 1542 met zijn mannen actief zijn in de kolonisatie. In 1541 werd de Mississippi vervolgens verder noordwaarts verkend om hun gebied uit te breiden. Spaanse plaatsnamen in de streek als Desoto en Natchez herinneren hieraan. Hij stierf aan een koortsaanval op 25 juni 1542.
In 1598 rukte de Spanjaard Juan Oñate met 500 man op uit Mexico. Op jacht naar zilver en goud struinde hij het huidige Zuid-Californië, New Mexico, Texas, Oklahoma en Arizona af. Het hele gebied werd een Spaanse kolonie.
De Spaanse adel kreeg enorme percelen en moest in ruil daarvoor belasting innen en de bewoners bekeren. Het systeem trok nog meer kolonisten aan. Er ontstonden veel steden, forten en missionarisposten, onder meer in Santa Fe, Los Angeles en San Francisco.
2. DE FRANSEN
De Fransen bouwden in 1564 Fort Caroline in Noord-Florida. Daarmee was de eerste echte Europese nederzetting in Noord-Amerika een feit. Maar in 1565 vernietigden Spaanse soldaten Fort Caroline en werden de Fransen verdreven uit de streek. De Spanjaarden bouwden in 1567 op dezelfde plek hun eigen nederzetting met de naam St.-Augustine.
De stad bestaat nog steeds en wordt nu beschouwd als de oudste van de VS. Frankrijk stond uiteindelijk in 1604 de rest van Florida af en stichtte de kolonie Acadia in het huidige Oost-Canada, waartoe onder andere New England hoorde. Rond 1608 werd de stad Quebec City gesticht, die later een tijdlang hoofdstad van Canada zou zijn.
ROBERT DE LA SALLE
Robert Cavelier De La Salle, een Franse bonthandelaar, ontdekkingsreiziger en kolonisator, trok in 1667 vanuit Frankrijk naar Canada, waar hij actief was met de al gevestigde Franse pioniers (vandaar de Franse plaatsnamen in Canada: Montreal, Belleville en Quebec).
Hij voer de Mississippi stroomafwaarts en bereikte in 1682 de Golf van Mexico. De Spanjaarden die het gebied eerder veroverden, hadden weinig belangstelling meer voor de regio. De La Salle palmde het gebied in en gaf het in datzelfde jaar zijn huidige naam Louisiana, ter ere van zijn vorst Lodewijk XIV. In vergelijking met de Engelse kolonisten was het aantal Fransen gering. Via veel schermutselingen met de Engelsen in de tweede helft van de 17e eeuw breidde het Franse gebied zich langzaam uit rondom de oostkust, waar de Engelse vestingen waren gelegen. Detroit, Saint Louis en zelfs Chicago en Cincinnati waren voormalig Frans gebied. De verwaarlozing door de Franse regering remde echter de verdere uitbreiding van de kolonisatie.
LOUISIANA PURCHASE
De naam Louisiana verwees in die tijd dus naar een veel groter gebied dan dat omvat wordt door de huidige staat. De rivier de Mississippi vormde de rechtergrens van het territorium Louisiana, dat reikte tot de zuidgrens van Canada.
Omstreeks 1760 verloren de Fransen opnieuw hun gebied grotendeels aan Spanje, maar rond 1800 kreeg Frankrijk, dat toen geregeerd werd door Napoleon Bonaparte, zijn territorium terug. Om het in 1803 aan de (sinds 4 juli 1776 onafhankelijke) Verenigde Staten te verkopen voor $ 15.000.000, omgerekend naar de koers van nu een bedrag van $ 240.000.000. De onderhandelingen tussen de VS en Frankrijk over de aankoop waren eerst slechts van toepassing op de stad New Orleans. President Thomas Jefferson stuurde hiervoor de gezant Robert Livingston naar Parijs. Napoleon wilde de Britten beletten het gebied te verkrijgen, maar uiteindelijk werd overeengekomen om het gehele Louisiana-territorium te verkopen.
Het ging om een gebied van ongeveer 2,1 miljoen km² ten westen van de rivier de Mississippi (ter vergelijking: de totale oppervlakte van Nederland, België, Duitsland en Frankrijk bedraagt ongeveer 736.754 km²). De overeengekomen prijs komt neer op zo'n zeven dollar per km². Deze transactie werd bekend onder de naam "Louisiana Purchase".
Deze aankoop verdubbelde ongeveer de oppervlakte van de toenmalige VS. Het gebied van de Louisiana Purchase besloeg het land ten westen van de Mississippi en ten oosten van de Rocky Mountains. Het omvat de huidige staten (of gedeelten van) Louisiana, Arkansas, Missouri, Iowa, Minnesota, North Dakota, South Dakota, Nebraska, Kansas, Oklahoma, Texas, New Mexico, Colorado, Wyoming en Montana. Een relatief klein deel van het oorspronkelijke gebied, gelegen ten noorden van de 49e breedtegraad, is tegenwoordig Canadees grondgebied.
Het verdrag werd getekend op 30 april 1803 en het gebied ging officieel over in Amerikaanse handen op 20 december van dat jaar. Op 30 april 1812 werd Louisiana formeel de 18de staat van de Verenigde Staten van Amerika. Namen als New Orleans, Beaumont en Baton Rouge herinneren aan de Franse periode.
3. DE NEDERLANDERS
De ontdekkingsreiziger Henry Hudson was in opdracht van de VERENIGDE OOST-INDISCHE COMPAGNIE (VOC, meer hierover op de volgende pagina) op zoek naar een andere route naar het oosten. In 1609 ontdekte hij de oostkust van de huidige Verenigde Staten en stichtte hij de kolonie Nieuw-Nederland. In 1624 wordt Nieuw-Nederland een provincie (Engels: New Netherland(s)). Het is nu de regio met de staten: New York, New Jersey en Delaware.
Nederland hechtte minder waarde aan beheersing van gebieden dan Engeland. Voor de Nederlanders was handel belangrijker dan terreinbezit. Daarom was Nieuw-Nederland in de eerste plaats een handelsnederzetting. Maar zowel voor het verkrijgen van proviand als om de Nederlandse aanspraak op het gebied kracht bij te zetten, was een beperkte vorm van kolonisatie nodig. De eerste kolonisten van Nieuw-Nederland waren Nederduits-gereformeerden (Nederlandstalig) en Waals-gereformeerden (een dertigtal Waalse Franstalige families), die afkomstig waren uit de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Ze kwamen in 1624 aan op Noten Eylant, nu Governors Island, en vestigden zich later op Manhattan en in het gebied rond de huidige rivier de Delaware, toen de Zuidrivier genoemd. De officiële taal was het Nederduits, een historische verwant van het Nederlands. De handel in hout en bont maakt de kolonie winstgevend, maar leidde ook tot conflicten met de plaatselijke indianen en een felle concurrentiestrijd met de groeiende Britse koloniën.
Peter Minuit was de derde gouverneur voor Nieuw-Nederland van 1626-1633. Hij kocht voor de Republiek der Verenigde Nederlanden Manhattan ("het eylant Manhettes", ongeveer 94 km² groot) van de Lenape-indianen voor goederen ter waarde van zestig gulden. Er werd een versterkte nederzetting gebouwd die de naam Nieuw-Amsterdam (later New York) kreeg, die de hoofdstad werd van Nieuw-Nederland. Het bevond zich op de zuidelijke punt van het huidige stadsdeel Manhattan in New York. Peter Minuit zorgde ervoor dat de eerste Waalse immigranten een Waalstraat kregen (nu Wall Street). Langs de Hudson werden nog een aantal nederzettingen en forten opgericht. Bij de noordpunt van het eiland Manhattan werd het plaatsje Haerlem gesticht, de huidige wijk Harlem. En zo zijn er ook nog Brooklyn (Breukelen) en Flushing (Vlissingen), het Staten Island (verwijzend naar de Nederlandse Staten-Generaal) en Coney Island (konijneiland).
GOUVENEURS VOOR NIEUW-NEDERLAND (1624-1664)
- Cornelis Jacobsz. May (1624–1625): De eerste directeur van de kolonie;
- Willem Verhulst (1625–1626): Verantwoordelijk voor het bestuur tijdens de vroege vestiging;
- Peter Minuit (1626–1633): Bekend van de legendarische aankoop van het eiland Manhattan;
- Wouter van Twiller (1633–1638): Bestuurde de kolonie tijdens een periode van uitbreiding; voormalig directeur-generaal van de West-Indische Compagnie (WIC);
- Willem Kieft (1638–1647): Zijn beleid leidde tot de bloedige 'Oorlog van Kieft' tegen lokale inheemse stammen;
- Peter Stuyvesant (1647–1664): De langstzittende en meest invloedrijke gouverneur. Hij breidde het gebied uit maar gaf het in 1664 over aan de Engelsen;
- Anthony Colve (ook Anthonij Colve) was een Nederlandse kapitein die door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden benoemd was tot gouverneur van Nieuw-Nederland gedurende de korte herovering tussen 19 september 1673 en 9 februari 1674.
Stuyvesant zou de laatste gouverneur zijn van Nieuw-Nederland in Nederlandse handen: in 1664 zond de Engelse koning Karel II een vloot van vier schepen met 450 manschappen naar Nieuw-Amsterdam, die de overgave aan Engeland eisten. De inwoners van de stad kregen vrijheid van godsdienst gegarandeerd. Dit droeg bij aan het uitbreken van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog in 1665 (n.b.: de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog of Eerste Engelse Zeeoorlog was een oorlog, geheel op zee bevochten, tussen het Engelse Gemenebest en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, van 29 mei 1652 tot 8 mei 1654).
De Tweede Engels-Nederlandse Oorlog zou uiteindelijk na de Tocht naar Chatham op 31 juli 1667 met de Vrede van Breda worden besloten. De Engelse scheepvaartwetten zouden worden versoepeld en het Nederlandse Nieuw-Amsterdam bleef voorlopig in Engelse handen in ruil voor het meer renderende Suriname.
De status quo bleef bij deze gebieden dus gehandhaafd, hoewel er nog geen definitieve beslissing over werd genomen. Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog veroverden de Nederlanders Nieuw-Nederland kort terug (1673–1674). Anthony Colve (Anthonij Colve) werd benoemd tot gouverneur en bestuurde de kolonie van 19 september 1673 tot 9 februari 1674. Nieuw-Nederland werd opnieuw (en definitief) aan Engeland afgestaan bij de Vrede van Westminster.
4. DE ENGELSEN
De Engelsen hebben het belangrijkste aandeel in de ontwikkeling van "Amerika" naar de "Verenigde Staten van Amerika" gehad.
In 1606 werd in Engeland de "Virginia Company" opgericht door koning James I van Engeland. Het doel was om een Engelse kolonie te stichten aan de oostkust van Noord-Amerika, met als doelen winst genereren voor zijn investeerders door rijkdom te vinden, nieuwe markten (meer handel) te creëren en grondstoffen (vooral goud) voor Engeland veilig te stellen.
Op 14 mei 1607 stichtten de Engelsen o.l.v. John Smith op een drassig schiereiland in Virginia (genoemd naar de Engelse ongehuwde koningin, virgin queen, Elizabeth) hun eerste nederzetting: Fort Jamestown, genoemd naar koning James I. Ze deden dit om te voorkomen dat de Spanjaarden ook voet aan de grond kregen aan de oostkust van Noord-Amerika. De stad bestaat overigens nog steeds.
Na twee jaar werd de kolonie Jamestown getroffen door een voedseltekort. In de winter van 1609-1610 liep de nood zo hoog op dat de bewoners zelfs lijken opgroeven om deze op te eten. Het aantal kolonisten liep terug van 600 naar 50. Velen stierven, anderen vluchtten om zich bij de Indiaanse stam Powhatan aan te sluiten, waar ze wel te eten kregen. Maar toen het opperhoofd neerbuigend reageerde op een verzoek van de kolonisten om de vluchtelingen terug te sturen, en dus weigerde, namen de kolonisten wraak: ze overvielen een indianendorp, doodden 15 mensen, staken de hutten in brand en verwoestten de velden. De vrouw van het opperhoofd en haar twee kinderen werden gevangen genomen en meegenomen op een roeiboot. De kinderen werden in het water gegooid en voor de ogen van hun moeder doodgeschoten. Zijzelf werd later met een mes vermoord. In 1622 besloten de Powhatan tot volledige oorlogvoering over te gaan. Ze overvielen de kolonie en honderden Engelsen vonden daarbij de dood.
Vanaf 1619 breidde Engeland in rap tempo uit in Noord-Amerika en nam het de koppositie van Spanje als 's werelds koloniale supermacht over. Nieuwe kolonisten slaagden erin Jamestown tot bloei te brengen door de tabaksteelt.
De onderneming "Virginia Company" zou in 1624 worden ontbonden. Virginia werd overgedragen aan Engeland en daarmee een koninklijke kolonie.
DE PILGRIM FATHERS
In 1620 speelde zich elders het verhaal af van "The Pilgrim Fathers", ook wel "De Pilgrims" genoemd, en hun schip de "Mayflower". Dat was een groep "dissenters" (religieus andersdenkenden) die ervan overtuigd was dat de bestaande Anglicaanse Kerk van Engeland niet meer verzoend kon worden met hun geloof. Ze kwamen in conflict met de Engelse autoriteiten en vluchtten in 1609 vanuit hun huizen in Scrooby (Yorkshire) naar Leiden in Nederland. Toen ze hoorden dat de Virginia Company voordelen gaf aan reizen in groepen, dienden ze hun aanvraag in voor een vergunning. Maar toen de Pilgrim Fathers erachter kwamen dat Virginia een Anglicaanse nederzetting was, besloten ze in plaats daarvan de hulp van de Londense handelaar Thomas Weston te aanvaarden toen die aanbood hun reis te financieren. Vervolgens dienden ze een aanvraag in voor een vergunning voor New England.
DE MAYFLOWER
In juli 1620 werd een naamloze vennootschap opgericht van handelaars en Pilgrims, die bekendstond als de "Merchant Adventurers" (voluit: de Merchant Adventurers of London). Hun overeenkomst hield in dat de Pilgrims het land zouden bebouwen, huizen zouden bouwen en gingen vissen en dat gedurende zeven jaren. Na deze periode zou de winst van de onderneming gedeeld worden tussen de twee partijen. Oorspronkelijk zouden de Pilgrims op twee zeilschepen reizen, de Mayflower en de Speedwell, maar deze laatste was lek en kon niet mee uitvaren.
De Mayflower was dus het enige schip waarmee de Engelse kolonisten naar Amerika voeren om daar een nieuw leven, vrij van religieuze vervolging, te beginnen. Het schip werd gebouwd op een scheepswerf die toebehoorde aan de legendarische familie Darley. De kapitein was Christopher Jones uit Harwich.
Het schip vertrok op 6 september 1620 uit Plymouth en had 102 kolonisten aan boord, voor een deel leden van een kolonie die enkele jaren in Leiden had gewoond. Na een reis van twee maanden, waarin een opvarende stierf en een baby werd geboren die de naam Oceanus Hopkins kreeg, kwamen de Pilgrims aan in de Nieuwe Wereld. Ze stichtten daar de Plymouth Colony, een kolonie op religieuze basis (nu: Plymouth, Massachusetts), en hingen een sobere levensstijl aan. Tegenwoordig zijn veel inwoners van de VS er trots op als ze een voorouder kunnen aanwijzen die met de Mayflower naar Amerika gekomen is, omdat het algemeen wordt beschouwd als dé eerste Engelse kolonie. Op 5 april 1621 begon de Mayflower aan de terugreis naar Groot-Brittannië. Het schip was volgeladen met beverhuiden, maar werd op zee overvallen door Franse kapers en leeggeroofd.
GEDENKTEKEN
270 jaar later, in 1891, werd een gedenkteken geplaatst aan de Pieterskerk in Leiden (NL) ter nagedachtenis aan Eerwaarde John Robinson (1575 - 1625), in 1604 predikant van de St. Andrew's Church in Norwich. Hij was de voorganger (geestelijk leider) van de "Pilgrim Fathers" in Leiden, voordat die op de Mayflower naar Amerika vertrokken.
DE ZEVENJARIGE OORLOG
Toen de Engelsen in 1667 Nieuw-Nederland hadden ingelijfd, gaf koning Karel II de kolonie Nieuw-Amsterdam aan zijn broer Jacobus, hertog van York, en daarmee was de kolonie "New York" een feit. Jacobus schonk vervolgens een deel van het gebied aan twee vrienden, Lord Berkeley en George Carteret, beide plantage-eigenaren uit Carolina. Zij stichtten New Jersey.
Door het veroveren van Nieuw-Nederland hadden de Britten nu controle over de Noord-Amerikaanse havens van Virginia tot Massachusetts, wat het opleggen van de "English Navigation Acts" (wetten uit 1651 en 1660) vergemakkelijkte. De Navigation Acts waren wetten van het Britse parlement die bedoeld waren om de zelfvoorziening van het Britse Rijk te bevorderen door de koloniale handel tot Engeland te beperken en de afhankelijkheid van buitenlandse geïmporteerde goederen te verminderen.
Aan het einde van de 17de eeuw had Engeland alleen nog Frankrijk als rivaal. Maar midden in de 18de eeuw won Engeland ook die koloniale strijd tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763), een verzamelnaam van enkele oorlogen die gestreden zijn in die periode in Europa en zijn koloniën. Vanaf toen had het de macht over Noord-Amerika zo goed als volledig in handen.
Groot-Brittannië en Frankrijk bestreden elkaar ook buiten Europa. Dit is de reden dat soms naar de Zevenjarige Oorlog verwezen wordt als de "echte Eerste Wereldoorlog". Door de nederlagen van Frankrijk in Europa verloor Frankrijk de bovenhand in diverse koloniën (waaronder India) en dus ook in Noord-Amerika. De door de Britten gewonnen Slag om Signal Hill bij St.-John's (Newfoundland en Labrador) in 1762 was de laatste slag van de Zevenjarige Oorlog die in Noord-Amerika plaatsvond.
Groot-Brittannië en Frankrijk sloten uiteindelijk vrede, met als afspraak dat het land ten oosten van de Mississippi door de Engelsen werd afgestaan. De Britten daarentegen verkregen Canada. De Fransen die nog in het noorden (in Acadië, zie afbeelding beneden) waren gevestigd, of beter gezegd waren achtergebleven, werden op hun beurt weer verdreven door de Engelsen. Ze gingen stroomafwaarts en vestigden zich in het zuiden langs bayous, kreken en moerassen aan de zijarmen van de Mississippi. Ze werden "Acadians" genoemd, wat later verbasterde tot "Cajuns". De Spanjaarden die aan de zijde van de Fransen stonden, verloren Florida en het land ten westen en zuidwesten van de grote rivier.
DE AMERIKAANSE REVOLUTIE of ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG
Aan het einde van de 18e eeuw waren aan de oostkust al 13 Engelse kolonies gevestigd.
De Engelse kolonisten voelden zich stilaan een eigen gemeenschap. Sommige diepgaande verschillen tussen de Engelse regering en de emigranten leidden tot een afzonderlijk eigen karakter. De Amerikanen (lees: Britse kolonisten) dienden volgens Groot-Brittannië belastingen aan het land te betalen. Het had namelijk grote bedragen uitgegeven voor de oorlog. De leus van de kolonisten was: "No taxation without representation!" (vertaald: "Geen belasting zonder vertegenwoordiging") en er kwam verzet. De kolonisten wilden dus inspraak. Een van de vele wetten die werden opgelegd om belastingen en/of invoerrechten te innen, was de Tea Act (1773). Deze wet vergrootte het monopolie van de Britse Oost-Indische Compagnie op de theehandel binnen alle Britse kolonies door toe te staan dat de Compagnie haar overschot mocht verkopen zonder koloniale invoerrechten te betalen.
Door dit monopolie ontstond in de dertien kolonies een grote weerstand tegen Britse thee. Deze weerstand zou culmineren in de zgn. Boston Tea Party, een protest van Amerikaanse kolonisten tegen de Britse overheid op 16 december 1773 in Boston. Het is een van de belangrijkste gebeurtenissen in het ontstaan van de Verenigde Staten en een centraal punt in de Amerikaanse Revolutie, waarbij hele scheepsladingen thee in de haven van Boston werden vernietigd.
Het economische leven, in het bijzonder de theehandel, viel stil. De Engelse regering stuurde troepen en op 19 april 1775 begon de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog tegen Groot-Brittannië.
INDEPENDENCE DAY
Op 2 juli 1776 kwamen de afgevaardigden van de 13 koloniën samen in Philadelphia. Het Continentale Congres verklaarde de "Verenigde Staten" onafhankelijk van het Koninkrijk Groot-Brittannië, de zgn. Independence Day. Hoewel de daadwerkelijke stemming voor onafhankelijkheid al op 2 juli 1776 plaatsvond, wordt 4 juli nog jaarlijks gevierd als de geboortedag van de VS omdat op die dag de definitieve tekst van de verklaring werd goedgekeurd.
De Onafhankelijkheidsverklaring en de eerste Amerikaanse Grondwet werden ondertekend in het Pennsylvania State House, gelegen aan 520 Chestnut Street, tussen 5th en 6th Street in Philadelphia, de eerste hoofdstad van de koloniale provincie Pennsylvania. Het is gebouwd in de periode 1732-1753 en werd zelfs toen al beschouwd als "het grootste sieraad van de stad". Het gebouw werd een symbool van vrijheid, democratie en de stichting van de Verenigde Staten. Vanwege zijn cruciale rol in de Amerikaanse geschiedenis staat het gebouw op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
De grootgrondbezitter (en slavenhouder) George Washington uit Virginia werd opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen en zou de eerste president worden van de VS.
De gezant Benjamin Franklin, van 1778-1785 gevolmachtigd minister van de Verenigde Staten in Frankrijk, bracht een bondgenootschap tot stand tussen de Amerikaanse republiek en het Franse koninklijke hof. De VS probeerden vervolgens de sympathie te verkrijgen op het Europese vasteland. Van Frankrijk kreeg het zelfs geldelijke steun.
VREDE VAN PARIJS
Op 30 november 1782 waren er al voorlopige vredesverdragen getekend in Parijs. Maar het duurde tot 19 april 1783 tot de Britten definitief hun verlies erkenden en zich begonnen terug te trekken uit de Verenigde Staten. Met het tekenen van de Vrede van Parijs op 3 september 1783 kwam er formeel een einde aan de oorlog. Het Koninkrijk Groot-Brittannië erkende de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika. De laatste Britse troepen vertrokken op 25 november 1783.
Het ondertekende vredesverdrag van Parijs werd geratificeerd door het Congres van de Verenigde Staten op 14 januari 1784. Op de afbeelding hieronder staan de ondertekenaars van het verdrag afgebeeld: v.l.n.r. John Jay, John Adams, Benjamin Franklin, Henry Laurens en William Temple Franklin, op een schilderij van Benjamin West. De Britse onderhandelaar David Hartley (foto beneden), lid van het Britse Lagerhuis en ondertekenaar van het Verdrag van Parijs namens Engeland, weigerde te poseren, waardoor het schilderij nooit werd voltooid. Aan het rijtje Amerikaanse onderhandelaars moeten overigens Henry Laurens en William Temple Franklin worden toegevoegd.
Op 20 december 1777 was Marokko het eerste land dat de rebellerende koloniën erkende als onafhankelijke staat. Frankrijk volgde op 6 februari 1778. De eerste Nederlandse erkenning kwam van Friesland op 26 februari 1782, gevolgd door de andere Nederlandse gewesten op 19 april van dat jaar. Het verdrag zou tot 1812 standhouden (zie verderop onder de kop Washington D.C. en het Witte Huis). Op onderstaande foto het gebouw op 56 Rue Jacob in Parijs, waar de ondertekening plaatsvond. De vertaalde tekst op het bord aan de gevel luidt: "In dit gebouw, het voormalige Hotel van York, hebben op 3 september 1783 David Hartley, in naam van de koning van Engeland, en Benjamin Franklin, John Jay en John Adams, in naam van de Verenigde Staten van Amerika, het definitieve vredesverdrag ondertekend waarmee de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten werd erkend."
Tegenwoordig is er in het gebouw een grafisch bedrijf gevestigd.
WASHINGTON D.C. EN HET WITTE HUIS
In 1790 werd het District of Columbia (DC) gecreëerd. President George Washington wees samen met planoloog Pierre L'Enfant de locatie van de nog te bouwen presidentiële ambtswoning aan. De Ier James Hoban kreeg na een competitie tussen negen personen de opdracht om het Executive Mansion (de eerste naam van het huidige Witte Huis) te gaan bouwen. Bij de bouw stond het Leinster House in Dublin in Ierland model, waarin vandaag de dag het Ierse parlement is gehuisvest.
De bouwwerkzaamheden werden gestart op 13 oktober 1792. Acht jaar later betrokken president John Adams en zijn vrouw Abigail in 1800 het onafgemaakte huis. De bouw van het Witte Huis was op 1 november 1800 afgerond. De kosten bedroegen $ 232.371 (gelijk aan $ 5.974.833 miljoen dollar in 2025). John Adams, advocaat van beroep en een Amerikaans politicus van de Federalistische Partij, was de 2e president van de Verenigde Staten (1797 tot 1801) en de eerste president die met zijn vrouw het Witte Huis betrok.
LEWIS EN CLARK EXPEDITIE
Na de kolonisatie van Amerika en uiteindelijk de oprichting in 1776 van de Verenigde Staten, was het land vooral gericht op uitbreiding met nog meer staten (zogenaamde expansiedrift). Het hele continent Noord-Amerika moest verenigd worden tot één grote en machtige natie. In 1803 zonden de VS de expeditie van Meriwether Lewis en William Clark (1803–1806, Lewis and Clark Expedition genoemd) uit om een route te vinden door het continent tot aan de Stille Oceaan. President Thomas Jefferson (Amerikaanse staatsman, filosoof, architect, slavenhouder en archeoloog) was de 3e president van de Verenigde Staten, namens de Democratisch-Republikeinse Partij. Hij wilde een bevaarbare waterroute (de zogeheten “Northwest Passage”) door het continent ontdekken voor handel. Maar het had meerdere doelen:
- Een doorgang naar de Stille Oceaan vinden;
- Het nieuwe gebied verkennen. Na de "Louisiana Purchase" was het gebied van de VS enorm vergroot. De expeditie moest dit onbekende land in kaart brengen (rivieren, bergen, routes);
- Wetenschappelijk onderzoek. Ze verzamelden informatie over planten, dieren, klimaat en geografie — belangrijk voor wetenschap en kennis van het continent;
- Contact leggen met inheemse volkeren. Ze ontmoetten en beschreven vele Native American-stammen, probeerden handelsrelaties op te bouwen en Amerikaanse invloed te versterken;
- Economische en strategische doelen. De VS wilde haar positie versterken tegenover Europese machten zoals Great Britain en Spain, en nieuwe handelsmogelijkheden openen (bijvoorbeeld in bont).
De expeditie was dus een mix van ontdekking, wetenschap, handel en geopolitiek - een cruciale stap in de westwaartse expansiedrift van de Verenigde Staten. De expeditie deed verslag van onbekende natuurlijke rijkdommen die nieuwe immigranten lokten. Het was de eerste overlandse tocht door het westen van de Verenigde Staten van Amerika die leidde naar de kust van de Grote Oceaan aan de monding van de rivier Columbia in de huidige staat Washington.
De expeditie legde de grondslag voor de expansie van de VS naar het westen. Er werd veel kennis vergaard over de nog onverkende gebieden in het hart van het Noord-Amerikaanse continent. Veel bontjagers, handelaren, soldaten, goudzoekers en boeren traden dan ook in de voetsporen van Lewis en Clark.
**********
Terug naar het Vredesverdrag van Versailles van 1783. Dat bleek geen garantie voor de toekomst. In 1812 kruisten de Britten en de VS opnieuw de wapens. Dit keer ging het om de commerciële en territoriale controle over Noord-Amerika, en deels was het een vergelding voor de Amerikaanse aanvallen op het Canadese York (het huidige Toronto) en andere Britse posities in Canada.
De Britten wilden een krachtige boodschap sturen en het Amerikaanse moreel ondermijnen. Door Washington D.C. aan te vallen, hoopten de Britten de Verenigde Staten een gevoel van kwetsbaarheid te geven. Uit wraak staken de Engelse troepen onder leiding van admiraal David Milne gebouwen in Washington in brand, waaronder het Capitool (het gebouw van de Amerikaanse volksvertegenwoordiging, waarvan in 1811 de bouw was afgerond) en het Executive Mansion. Dit gebeurde in de nacht van 24 op 25 augustus 1814. De brand had een verwoestende impact op de infrastructuur, liet een blijvende indruk op de Amerikaanse psyche achter en droeg bij aan het groeiende nationalisme in de Verenigde Staten.
Dat leidde uiteindelijk tot een hergroepering van Amerikaanse troepen, wat weer resulteerde in de herovering van Washington enkele maanden later. De gebeurtenis blijft een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten en de relaties tussen de VS en het VK. James Hoban werd (opnieuw) aangesteld om het huis te herbouwen en president James Monroe nam er, als 5e president van de VS, in 1817 zijn intrek.
Theodore_Roosevelt was een Amerikaans politicus van de Republikeinse Partij. Hij was van 1901 tot 1909 de 26e president van de Verenigde Staten. Roosevelt gaf het Witte Huis in 1901 officieel zijn huidige naam. De legende is dat het pand overleefde en opnieuw geverfd moest worden om de brandplekken te verbergen. Gekozen zou zijn voor de kleur wit, waarna het pand zijn nieuwe naam, Witte Huis, kreeg. Aangezien het eerste bewijs voor de term 'Het Witte Huis' reeds stamt uit 1811, is het onwaarschijnlijk dat dit pas de eerste keer was dat het huis wit geschilderd werd.
CANADA
Tot slot van deze pagina in het kort hoe Canada is ontstaan:
Canada werd genoemd naar het Iroquoiaanse woord "kanata" (dorp of nederzetting).
Het werd in de 16e eeuw door ontdekkingsreizigers gebruikt om een gebied langs de Saint Lawrence-rivier te beschrijven, en werd officieel een land (Dominion of Canada) op 1 juli 1867, toen verschillende Britse (voormalig Franse) koloniën zich verenigden. De naam "Canada" werd toen de officiële naam voor deze nieuwe federatie. De naam werd al snel toegepast op een kolonie binnen Nieuw-Frankrijk, en in boeken en op kaarten werd dit gebied al in de 16e eeuw aangeduid als Canada. De "geboortedag" van het moderne Canada is dus 1 juli 1867, toen de British North America Act de provincies Ontario, Quebec, New Brunswick en Nova Scotia verenigde tot het Dominion of Canada. Deze dag werd eerst "Dominion Day" genoemd, maar werd in 1982 omgedoopt tot "Canada Day" en is nog steeds een jaarlijkse feestdag.
De Royal Canadian Mounted Police (RCMP), algemeen bekend als "de Mounties" (Gendarmerie Royale du Canada), is de nationale, federale, provinciale en gemeentelijke politiedienst van Canada. Ze kent een gevarieerde geschiedenis, vormt een belangrijk onderdeel van het Canadese verleden, en heeft bijgedragen aan de vorming van het politiekorps zoals we dat nu kennen. Het begon allemaal op 23 mei 1873, toen het Canadese parlement van mening was dat een politiekorps noodzakelijk was voor de Noordwestterritoria. De feitelijke oprichting was op 1 februari 1920. Ze zijn een iconisch symbool van Canada, bekend om hun rode uniformen, paarden en uitgebreide, gespecialiseerde trainingsprogramma van 26 weken.