SLAVERNIJ: MISDAAD TEGEN DE MENSELIJKHEID
TER INLEIDING: Het onderwerp "slavernij" op deze website gaat specifiek over de slavernij in Noord-Amerika vanaf het begin van de 16de eeuw. Was kolonisatie (zie vorige pagina) de eerste oorzaak van de bevolkingsgroei in de VS, slavernij is het tweede aspect dat daaraan een explosieve bijdrage leverde. Onderaan de pagina vind je een button voor een popup over de slavernij in Nederland en België, zo'n honderd jaar later.
Slavernij is een vorm van dwangarbeid en mensenhandel. Ook al is de specifieke formulering "misdaad tegen de menselijkheid", zoals in de kop van de pagina breder, en omvat het ook andere ernstige daden zoals genocide, marteling en vervolging. Het staat beschreven in het Statuut van Rome.
STATUUT VAN ROME
Het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, in het Engels: Rome Statute of the International Criminal Court, is een internationaal verdrag uit 1998, op basis waarvan in 2002 het Internationaal Strafhof is opgericht. Het binnen het kader van de Verenigde Naties opgestelde verdrag werd op 17 juli 1998 getekend in de Italiaanse stad Rome. Nadat in het voorjaar van 2002 voldoende landen/staten het statuut hadden geratificeerd, kon het verdrag op 1 juli 2002 geldig worden. Hierna konden praktische stappen worden gezet voor de oprichting van het Internationaal Strafhof, gehuisvest in de Nederlandse stad Den Haag.
Slavernij werd niet op één specifiek moment als misdaad tegen de menselijkheid verklaard, maar het werd geleidelijk erkend en verboden via internationale verdragen, met belangrijke stappen in 1926 (Internationale Slavernijconventie van de Volkenbond, de voorloper van de VN) en 1948 (Universele Verklaring van de Rechten van de Mens), waarin het als een fundamentele schending van mensenrechten werd opgenomen. In de vijftiger jaren werd het verbod op slavernij nog eens versterkt door diverse VN-Verdragen: het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Kortom, hoewel afschaffing in individuele landen eerder plaatsvond, werd slavernij pas in de 20e eeuw, met de opkomst van internationale mensenrechten, formeel gecategoriseerd als een misdaad tegen de menselijkheid binnen het internationaal recht.
SLAVERNIJ SINDS DE OUDHEID
Slavernij heeft wereldwijd plaatsgevonden, maar is in onze tijd gelukkig bijna uitgebannen. Al in oude beschavingen kwamen slaven voor. In Egypte bijvoorbeeld werkten duizenden slaven, die b.v. na een stammenstrijd krijgsgevangenen waren gemaakt, aan de bouw van de piramides. Ook de Grieken en de Romeinen maakten gebruik van de onvrijwillige diensten van slaven. In de middeleeuwen kende Nederland geen slavernij, maar bestond de lijfeigenschap, die feitelijk hetzelfde betekende. Het verschil met slavernij was voornamelijk dat lijfeigenen een gezin konden stichten (wat bij slaven lang niet altijd het geval was), dat ze een stukje land mochten bebouwen om hun gezin te voeden, en dat ze niet zonder hun gezin en hun land konden worden verkocht. Vroeger was het ook gewoon om mensen te kopen en te verkopen. Voor diegenen die het zich konden veroorloven, waren de soms hoge prijzen voor slaven geen probleem. Het waren investeringen die betrekkelijk snel werden terugverdiend. Slaven moesten voor hun baas (vaak eigenaars van rijst-, tabak-, katoen-, suikerriet- of koffieplantages of grote boeren) allerlei klusjes opknappen, maar ook zwaar werk verrichten: zaaien en oogsten, natuurlijk alles met de hand, waarvoor ze niet werden betaald en slecht te eten kregen. Ook werden slaven tewerkgesteld in de mijnbouw.
SLAVERNIJ DOOR GROEIENDE WELVAART
Door de kolonisatie van Amerika en de Colombiaanse uitwisseling groeide zowel de bevolking als de welvaart (lees: de consumptie van luxegoederen in Amerika en Europa) bijzonder hard. Daardoor ontstond een tekort aan arbeidskrachten op met name de plantages van Amerika.
Eerst werden na verovering van gebieden de krijgsgevangenen vooral als slaven gebruikt, maar dat was niet toereikend. En daarmee begon de massale import van uit hun thuisland geroofde Afrikanen. De eerste Afrikaanse slaven arriveerden op 9 augustus 1526 in Winyah Bay aan de Amerikaanse oostkust, toen de Spanjaard Lucas Vázquez de Aylloón met de slaven 600 kolonisten meebracht om een kolonie te stichten.
Slaven werden in dorpen geketend en afgevoerd naar een schip. Na een erbarmelijke reis, die 4 weken tot 6 maanden kon duren, arriveerden ze in (vooral) New Orleans. Om in en rond de stad te werken, of verder te worden getransporteerd naar staten als Mississippi, Alabama en Georgia, om daar te werken op de plantages. Samen roofden de Europeanen in 200 jaar meer dan 12 miljoen Afrikanen uit hun continent, die in grote schepen naar Europa respectievelijk Amerika werden gebracht. Miljoenen stierven tijdens de reis, nog voor ze verkocht konden worden, of overleden naderhand op de plantages. In de loop van de eeuwen werden in totaal ongeveer 25 miljoen mensen tot slaaf gemaakt.
Ook in Europa was de welvaart groeiende en droeg de verdere ontwikkeling van het trans-Atlantische systeem sterk bij aan de Europese expansie en daarmee aan de ontwikkeling van het kapitalisme. De handel in slaven speelde zich af tussen 1519 en 1867, waarbij het hoogtepunt lag in de achttiende eeuw en de eerste helft van de negentiende eeuw. Er vonden wereldwijd naar schatting ruim 27.000 slaventransporten plaats. Tijdens deze reizen stierven ongeveer 3.000.000 Afrikanen. Slechts iets meer dan eenderde, 11.569.000 Afrikaanse slaafgemaakten, kwam in Amerika aan.
Vanaf het midden van de 16e eeuw haalden de Spanjaarden en Portugezen slaven uit Afrika voor het werk, eerst in de goud- en zilvermijnen in Zuid-Amerika, daarna op de rietsuikerplantages in Brazilië. Andere Europese landen deden al snel hetzelfde. Gedurende de vijftiende en zestiende eeuw betrof het enkele duizenden slaven per jaar. Onder meer belangrijke verbeteringen in de scheepsbouw en zeevaartkunde maakten het mogelijk om uiteindelijk aan de snel stijgende vraag te voldoen. Omstreeks het midden van de zeventiende eeuw (ongeveer 100 jaar later), toen de suikerteelt in het Caribische gebied en plantages in het zuiden van Noord-Amerika goed tot ontwikkeling kwamen, nam de slavenhandel enorm toe.
De Franse West-Indische Compagnie (WIC) leidde de kolonie van Louisiana. De oorspronkelijke bewoners in dat gebied, de Indianen, het land te laten helpen opbouwen bleek geen optie: die waren eenvoudigweg niet te onderwerpen. Daarom trok de WIC, naar Europees voorbeeld, naar West-Afrika. Het deed de trans-Atlantische slavenhandel (van Afrika naar Europa en Amerika) aanzwellen tot grote proporties. De slaven werden vooral gehaald in Ghana, Mali en Senegambia.
SENEGAMBIA
Senegambia is de naam voor het gebied van het huidige Senegal en Gambia in de vroegkoloniale tijd, ook wel Bovenkust genoemd, en de verzamelnaam voor de forten en factorijen die de West-Indische Compagnie in het huidige Senegal heeft gehad. Factorijen waren historische handelsposten van Europese handelscompagnieën in overzeese gebieden. Ze dienden als steunpunten voor de handel en waren vaak versterkt met forten om de belangen te beschermen. Deze nederzettingen bestonden uit kantoren, pakhuizen en woningen voor personeel en functioneerden als centra voor de in- en verkoop van goederen zoals specerijen, koffie en tabak. Het voornaamste doel van de handelsposten was het ronselen van slaven om die vervolgens te verschepen naar Amerika en ze daar te verkopen.
In Afrika werden de slaven, die merendeels behoorden tot het Bambaravolk, aangeboden door stamhoofden die ontdekt hadden dat het winstgevend was de bij een stammenoorlog buitgemaakte gevangenen niet te doden, maar voor een goede prijs, goederen of wapens te koop aan te bieden.
Het betekende niet alleen een belangrijke aderlating voor de bevolking van Afrika, maar veranderde daar ook de samenleving dramatisch. Die werd sterk ontwricht en zowel de militarisering als de slavernij in Afrika zelf nam er sterk door toe. De gevolgen waren dus enorm, terwijl de grootste opbrengsten verdwenen in de zakken van de handelaars en natuurlijk de plantagehouders waar de meeste slaven werkten.
OPSTAND OP DE SLAVENSCHEPEN
Op veel slavenschepen ging een zogenaamde Bomba mee. Dit was een Afrikaanse opzichter die ervoor moest zorgen dat de slaven rustig bleven. Hij moest opstanden zo vroeg mogelijk opmerken, zodat die op tijd gesmoord konden worden. Aan boord van Nederlandse slavenschepen hebben zich ongeveer 300 geregistreerde opstanden voorgedaan, waarvan vier grote. Deze opstanden zijn altijd neergeslagen, op één keer na. De opstand in 1780 op de Vigilante, een Zeeuws slavenschip in de trans-Atlantische slavenhandel, is voor zover bekend de enige geweest op een Nederlands slavenschip waarbij het slaven is gelukt de macht over te nemen.
1. DE VIGILANTE
Historicus Ruud Paesie maakte met behulp van verschillende documenten een verslag over deze opstand.
Het slavenschip Vigilante, bemand met 30 koppen, zeilde op 25 maart 1780 vanuit Middelburg naar West-Afrika. Twee maanden later kwam men aan in Sierra Leone, waar de meegebrachte handelsgoederen werden geruild voor 322 slaafgemaakten. Terwijl het schip nog voor de kust lag, ontstond er een oproer aan boord. Een deel van de gevangenen wist zich te bevrijden en raakte slaags met de bemanning. Hierbij vielen verschillende slachtoffers. Ook sprongen er enkelen van hen overboord. Onderweg naar Suriname brak nog twee keer een opstand uit. Beide keren wist de bemanning hier een eind aan te maken. Toen eindelijk Suriname bereikt werd, liep het schip in de monding van de Marowijne vast. Weer kwamen de slaafgemaakten in opstand. Ditmaal slaagden ze erin om de bemanning van boord te jagen. Maar ook dit keer liep het niet goed af voor de opstandelingen. Er kwam versterking uit Paramaribo en ze werden, 267 in getal, alsnog verkocht!
2. DE NEPTUNUS
Ondanks dat het de bloedigste opstand was op zee in het Nederlandse slavernijverleden, kent bijna niemand het verhaal. Een Zeeuws schip, de Neptunus, vertrok in 1783 van Zierikzee naar Amsterdam om in 1784 koers te zetten richting West-Afrika om goud, ivoor en slaven in te kopen in ruil voor handelswaar. Terwijl het schip langs de West-Afrikaanse kust van fort naar fort voer, zaten er maandenlang honderden Afrikanen gevangen in het ruim. De omstandigheden van de gevangenen waren mensonterend. En dan moest de oversteek over de oceaan nog beginnen. De gevangenen besloten tot een ultieme ontsnappingspoging. Na een hevige strijd ontplofte het schip voor de Ghanese kust. Wat er gebeurde, laten Sosha Duysker en Ruud Paesie zien in de documentaire "OPSTAND OP DE NEPTUNUS".
Documentaire "Opstand op de Neptunus" van Sosha Duysker en Ruud Paesie
3. HET VERHAAL VAN DE AMISTAD
Misschien wel de bekendste opstand is die aan boord van het illegale Spaanse slavenschip La Amistad in 1839. Het verhaal van de Tecora, varend onder Portugese vlag, en het Spaanse schip La Amistad beschrijft een opstand van West-Afrikaanse slaven op laatstgenoemd schip.
In 1839 kidnapte de bemanning van de Tecora illegaal 53 slaven in Sierra Leone, vanwaar ze naar Havanna, Cuba werden vervoerd om te worden verkocht. Van daaruit werden ze verder vervoerd door de schoener La Amistad. Drie dagen na vertrek wisten de slaven zich te bevrijden, met de 25-jarige Sengbe Pieh (ook bekend als Cinque) als leider. Ze doodden de bemanning en lieten twee bemanningsleden in leven, die beloofden hen naar Afrika te varen.
De twee overlevende bemanningsleden voeren echter in noordelijke richting en het schip kwam op 26 augustus 1839 voor Long Island, New York, aan. De Amerikaanse marine enterde het schip en de Afrikanen werden gevangengenomen en overgebracht naar Connecticut, waar ze werden beschuldigd van moord. In 1840 kwam een federale rechtbank tot het besluit dat het initiële transport van de Afrikanen over de Atlantische Oceaan onwettig was, daar de internationale slavenhandel verboden was. De gevangenen waren bijgevolg geen wettige slaven, maar vrije individuen. Verder hadden de Afrikanen, gezien hun illegale beknotting, het recht om elke wettige maatregel te nemen om hun vrijheid te vrijwaren, waaronder het gebruik van geweld. Maar de president van de VS (Martin van Buren) ging onder druk van een aantal politici in hoger beroep tegen de uitspraak. Uiteindelijk, dankzij abolitionistische steun en het optreden van oud-president John Q. Adams, bevestigde het Amerikaanse Hooggerechtshof de bevindingen van de rechtbank op 9 maart 1841. De Afrikanen keerden vervolgens terug naar Afrika in 1842. Deze rechtszaak beïnvloedde nadien een groot aantal wetgevende besluiten die in de Verenigde Staten tot stand zijn gekomen. De rechtszaken gaven bovendien de abolitionistische beweging een duwtje in de rug.
Het verhaal is in 1997 op een prachtige manier verfilmd door Steven Spielberg. Met acteurs o.a. Djimon Hounsou, Morgan Freeman, Nigel Hawthorne, Matthew McConaughey en Anthony Hopkins. Onderstaand de trailer van deze film. In 2000 werd een replica gebouwd van het schip.
De trailer van de film "Amistad" uit 1997 (Beeld: replica van het schip)
HOEVEELHEID SLAVEN OP ZUIDELIJKE PLANTAGES
Er wordt vaak gedacht dat het Amerikaanse zuiden uitsluitend werd bewoond door blanke plantage-eigenaren en hun slaven. Toch was het maar ongeveer 25 procent van de blanken in het zuiden die slaven bezaten. Een andere misvatting is dat er alleen grote plantages waren waar honderden slaven werkten: in 1800 bezat 15 procent van de eigenaren meer dan 20 slaven, en leefde de meerderheid van de slaven op plantages met twee of drie tot ongeveer vijftien slaven. Vroeger woonde meer dan de helft van alle Amerikaanse miljonairs in Mississippi. Tegenwoordig zijn hun landgoederen als museum te bewonderen, maar zijn ze ook vaak een bedevaartsoord, een symbool voor Amerikaanse patriotten.
DE AFSCHAFFING VAN DE SLAVERNIJ
Het abolitionisme, de term voor het streven naar afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten, ontstond in 1787. Steeds meer mensen in de noordelijke staten van Amerika vonden slavenhandel onmenselijk en stelden dat de slaven die er werkten onmiddellijk zouden moeten worden bevrijd zonder vergoeding voor slaveneigenaars. Ook in de rest van de westerse wereld ontstond steeds meer verzet.
John Brown, Frederick W. Douglass, William Lloyd Garrison en Sojourner Truth waren bekende abolitionisten. Ze werden geholpen door organisaties als de Underground Railroad, een geheim netwerk van adressen, codes en activiteiten, dat zorgde voor schuilplaatsen en transport van gevluchte slaven.
De roman "Uncle Tom's Cabin" (De hut van Oom Tom) van Harriet Beecher Stowe uit 1852 heeft de abolitionistische stroming een brede basis bezorgd in het bewustzijn van de bevolking van de noordelijke staten. Abolitionisme was een van de factoren die tot de Amerikaanse Burgeroorlog leidde, en als inzet had de afschaffing van de slavernij en de bevrijding van de slaven (daarover meer op de volgende pagina).
Harriet Tubman (Dorchester County, Maryland, 1823 – Auburn, 10 maart 1913), een naar Canada gevluchte slaaf, was een actieve abolitionist van de Underground Railroad, het gezicht van de organisatie. Ze ging vijf keer terug naar het zuiden om slaven te bevrijden, in totaal zo'n 300. Gewapend met een pistool bezocht ze de slaven. Zij die alsnog terug wilden keren naar hun baas werden gedwongen om voor hun vrijheid te kiezen: "You choose for freedom or you die". Uiteindelijk kreeg ze een prijs van 40.000 dollar op haar hoofd, maar ze werd nooit gepakt. Op YouTube vind je tal van filmpjes en docu's over Harriet Tubman, waarvan de bekendste documentaire "Harriet Tubman - They called her Moses" uit 2018 is (helaas Engelstalig zonder Nederlandse ondertiteling).
Ook verscheen in 2019, onder regie van Kasi Lemmons, een prachtige en ruim twee uur durende speelfilm over haar levensverhaal: "Harriet - Be free or die".
De "Act Prohibiting Importation of Slaves" (Wet Verbod op Import van Slaven) verbood sinds 1808 de invoer van nieuwe slaven uit Afrika, maar verkoop van binnen de VS geboren slaven was nog wel mogelijk. Het import- en handelsverbod op slaven betekende dus nog lang niet het einde van de slavenarbeid zelf. Die situatie bleef erbarmelijk en het was dan ook logisch dat proberen te ontsnappen en vluchten het enige was wat de meeste slaven bezighield. Ook verschillende Europese staten besloten in deze periode de slavenhandel en het bezit van slaven steeds verder uit te bannen. In het begin wonnen de slavenhouders de discussies, maar dat stopte toen de Engelsen de slavenhandel in 1814 verboden. Het houden van slaven mocht nog wèl, maar ook dat werd verboden in 1863. Ook in Nederland kwam er in 1814 een verbod op de slavenhandel.
De noordelijke staten in Amerika besloten in navolging van een groot deel van Europa de slavernij af te schaffen. Het liefst in de gehele Verenigde Staten. Maar slavernij was een bevoegdheid van de deelstaten en niet van de federale regering. Deze regering kon dus niets wettelijk opleggen aan alle staten. In het zuiden, waar de plantage-economie grotendeels was gebaseerd op goedkope slavenarbeid, wilden de rijke grootgrondbezitters en plantagehouders hier natuurlijk niet in meegaan. Ze hadden hierbij de zuidelijke legers op hun hand. Het zorgde voor grote politieke spanningen tussen de noordelijke en de zuidelijke staten. Maar het ging niet alleen om de afschaffing van de slavernij. Geld speelde de voornaamste rol: de overige, toen nog staten-in-wording in het Westen, moesten kiezen of ze slavernij zouden toelaten of wettelijk zouden verbieden. Zouden ze voor het laatste kiezen, dan zouden ze samen met de noordelijke staten economisch/financieel achterop raken ten opzichte van de rest van het land. Concurrentievervalsing dus. Hoe dan ook: het zou leiden tot een vier jaar durende burgeroorlog tussen de staten. Zie daarvoor het volgende hoofdstuk.
Tot slot: er bestaan nogal wat speelfilms en series over slavernij op de diverse streamingdiensten, waarvan ik drie films wil noemen: "12 Years a Slave" (2013 van Steve McQueen), "Amistad" (1997 van Steven Spielberg), en een harde maar realistische film van Quentin Tarantino: "Django Unchained" (2012) met een prachtige rol van acteur Jamie Foxx.
In een popup uitgebreide info over de slavernij en de trans-Atlantische handel van Nederland en België.
SLAVERNIJ NEDERLAND EN BELGIË