SLAVERNIJ: MISDAAD TEGEN DE MENSELIJKHEID


TER INLEIDING:Op de vorige pagina was te lezen dat kolonisatie de eerste oorzaak was van de bevolkingsgroei in Amerika; slavernij is het tweede aspect dat daaraan een explosieve bijdrage leverde. Het onderwerp "slavernij" op deze website gaat specifiek over de slavernij in Noord-Amerika vanaf het begin van de 16de eeuw. Onderaan de pagina vind je een button voor een popup over de slavernij in Nederland en België, zo'n honderd jaar later.


Slavernij is een vorm van dwangarbeid en mensenhandel. Hoewel de term "misdaad tegen de menselijkheid" breder is en ook daden zoals genocide, marteling en vervolging omvat, valt slavernij hier specifiek onder. Deze misdrijven staan allemaal beschreven in het Statuut van Rome.


SLAVERNIJ SINDS DE OUDHEID

Slavernij heeft wereldwijd plaatsgevonden, maar is in onze tijd gelukkig bijna uitgebannen. Al in oude beschavingen kwamen slaven voor. In Egypte bijvoorbeeld werkten duizenden slaven, die b.v. na een stammenstrijd krijgsgevangenen waren gemaakt, aan de bouw van de piramides. Ook de Grieken en de Romeinen maakten gebruik van de onvrijwillige diensten van slaven. In de middeleeuwen kende Nederland geen slavernij, maar bestond de lijfeigenschap, Lijfeigenschap is een middeleeuws systeem waarin boeren geen eigenaar waren van hun eigen lichaam of grond, maar juridisch toebehoorden aan een landheer. Het was een vorm van onvrijheid en economische afhankelijkheid die in grote delen van Europa en Rusland heeft bestaan. die feitelijk hetzelfde betekende. Het verschil met slavernij was voornamelijk dat lijfeigenen een gezin konden stichten (wat bij slaven lang niet altijd het geval was), dat ze een stukje land mochten bebouwen om hun gezin te voeden, en dat ze niet zonder hun gezin en hun land konden worden verkocht. Vroeger was het ook gewoon om mensen te kopen en te verkopen. Voor diegenen die het zich konden veroorloven, waren de soms hoge prijzen voor slaven geen probleem. Het waren investeringen die betrekkelijk snel werden terugverdiend. Slaven moesten voor hun baas (vaak eigenaars van rijst-, tabak-, katoen-, suikerriet- of koffieplantages of grote boeren) allerlei klusjes opknappen, maar ook zwaar werk verrichten: zaaien en oogsten, natuurlijk alles met de hand, waarvoor ze niet werden betaald en slecht te eten kregen. Ook werden slaven tewerkgesteld in de mijnbouw.

Slavenmarkt in de Romeinse tijd
Slavenmarkt in de Romeinse tijd.

SLAVERNIJ DOOR GROEIENDE WELVAART

Lucas Vazquez de Ayllon
Lucas Vázquez de Ayllón (ca. 1480 - 18 oktober 1526).

Door de kolonisatie van Amerika en de Colombiaanse uitwisseling groeiden zowel de bevolking als de welvaart (lees: de consumptie van luxegoederen in Amerika en Europa) bijzonder hard. Daardoor ontstond een tekort aan arbeidskrachten op met name de plantages van Amerika.

Eerst werden na verovering van gebieden de krijgsgevangenen vooral als slaven gebruikt, maar dat was niet toereikend. En daarmee begon de massale import van uit hun thuisland geroofde Afrikanen. De eerste Afrikaanse slaven arriveerden op 9 augustus 1526 in Winyah Bay aan de Amerikaanse oostkust, toen de Spanjaard Lucas Vázquez de Aylloón met de slaven 600 kolonisten meebracht om een ​​kolonie te stichten. De slaven, uit voornamelijk West-Afrika, werden in hun dorpen geketend en afgevoerd naar een schip. Na een erbarmelijke reis, die 4 weken tot 6 maanden kon duren, arriveerden ze in (vooral) New Orleans. Ze werden verkocht aan rijke ondernemers om in en rond de stad te werken, of verder getransporteerd naar staten als Mississippi, Alabama en Georgia om daar op de plantages te werken.

Winyah Bay
De aankomstplaats van de eerste slaven in de VS: Winyah Bay.

Samen roofden de Europeanen in 200 jaar meer dan 12 miljoen Afrikanen uit hun continent, die in grote schepen naar Europa respectievelijk Amerika werden gebracht. Miljoenen stierven tijdens de reis, nog voordat ze verkocht konden worden, of overleden naderhand op de plantages. In de loop van de eeuwen werden in totaal ongeveer 25 miljoen mensen tot slaaf gemaakt.

Ook in Europa was de welvaart groeiende en droeg de verdere ontwikkeling van het trans-Atlantische systeem Het trans-Atlantische systeem (vaak de trans-Atlantische slavenhandel of driehoekshandel genoemd) was een wereldwijd handelsnetwerk tussen de 16e en 19e eeuw dat Europa, Afrika en de Amerika's met elkaar verbond. Dit systeem was volledig gebouwd op de gedwongen migratie en exploitatie van miljoenen tot slaaf gemaakte Afrikanen. sterk bij aan de Europese expansie en daarmee aan de ontwikkeling van het kapitalisme. Kapitalisme is een economisch systeem waarin de productiemiddelen (zoals fabrieken, grondstoffen en machines) niet in het bezit zijn van de staat maar van private eigenaren/bedrijven die streven naar winst en vergroten van kapitaal. In dit systeem worden de prijzen, productie en distributie van goederen en diensten hoofdzakelijk bepaald door de wet van vraag en aanbod (concurrentie) op een vrije markt, waarbij de overheid in de basis zo min mogelijk ingrijpt (laissez-faire, vrij vertaald "laten begaan" of "op zijn beloop" laten).

De handel in slaven speelde zich af tussen 1519 en 1867, waarbij het hoogtepunt lag in de achttiende eeuw en de eerste helft van de negentiende eeuw. Er vonden wereldwijd naar schatting ruim 27.000 slaventransporten plaats. Tijdens deze reizen stierven ongeveer 3.000.000 Afrikanen. Slechts iets meer dan eenderde, 11.569.000 Afrikaanse slaafgemaakten, kwam in Amerika aan.

slavernij

Vanaf het midden van de 16e eeuw haalden de Spanjaarden en Portugezen slaven uit Afrika voor het werk, eerst in de goud- en zilvermijnen in Zuid-Amerika, daarna op de rietsuikerplantages in Brazilië. Andere Europese landen deden al snel hetzelfde. Gedurende de vijftiende en zestiende eeuw betrof het enkele duizenden slaven per jaar. Onder meer belangrijke verbeteringen in de scheepsbouw en zeevaartkunde maakten het mogelijk om uiteindelijk aan de snel stijgende vraag te voldoen. Omstreeks het midden van de zeventiende eeuw (ongeveer 100 jaar later), toen de suikerteelt in het Caribische gebied en plantages in het zuiden van Noord-Amerika goed tot ontwikkeling kwamen, nam de slavenhandel enorm toe.

een suikerplantage in het Caribisch gebied
Een suikerplantage in het Caribische gebied.

De Franse West-Indische Compagnie bestuurde de kolonie Louisiana. Omdat de inheemse bevolking zich niet liet onderwerpen, bleek het onmogelijk om hen in te zetten voor de opbouw van het gebied. Daarom trok de W.I.C., geïnspireerd door Nederlandse en Europese voorbeelden, naar West-Afrika. Het deed de trans-Atlantische slavenhandel (van Afrika naar Europa en Amerika) aanzwellen tot grote proporties. De slaven werden vooral gehaald in Ghana, Mali en Senegambia.

TWEE VERSCHILLENDE WEST-INDISCHE COMPAGNIEËN?

In historische teksten wordt soms, zoals hierboven, gesproken over de 'West-Indische Compagnie' in Louisiana. Dit kan verwarrend zijn, omdat er twee verschillende organisaties bestonden met (bijna) dezelfde naam:

In Nederlandstalige geschiedschrijving worden deze Franse namen vaak letterlijk vertaald naar '(Franse) West-Indische Compagnie'. Beide organisaties, zowel de Franse als de Nederlandse, hadden hetzelfde koloniale doel, zij het allebei voor hun eigen land.

slavernij map
Overzicht van de slavenhandel van Afrika naar de VS en Europa tussen 1650 en 1860.

SENEGAMBIA

In de 16e eeuw was Senegambia een cruciaal knooppunt in de vroege fase van de trans-Atlantische slavenhandel. Waar slavernij al langer bestond als een lokaal en trans-Saharaans Trans-Saharaans betekent letterlijk 'dwars door de Sahara'. In deze historische context verwijst het naar een eeuwenoud handelsnetwerk waarbij tot slaaf gemaakte mensen (samen met goud en zout) uit West-Afrika door Afrikaanse en Arabische handelaren per karavaan door de Sahara-woestijn naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten werden getransporteerd. verschijnsel, veranderde de komst van de Europeanen de schaal en de aard van de handel drastisch. Gedurende de hele 16e eeuw hadden de Portugezen vrijwel het monopolie op de handel langs de kust van Senegambia. Zij ruilden goederen zoals textiel en paarden tegen gevangenen, goud en ivoor. Er ontstond een invloedrijke klasse van Luso-Afrikaanse handelaren Luso-Afrikaanse handelaren: Portugese ontdekkingsreizigers en handelaren (vaak lançados genoemd) vestigden zich aan de West-Afrikaanse kust en trouwden met lokale Afrikaanse vrouwen. Hun nakomelingen waren de Luso-Afrikanen. Zij vormden de perfecte culturele en economische brug tussen Europa en Afrika: zij spraken een vroege vorm van Portugees Creools en begrepen zowel de Europese omgangsvormen als de lokale Afrikaanse tradities en talen. Omdat Europese handelaren het binnenland niet in durfden (of mochten van lokale Afrikaanse koningen), traden de Luso-Afrikanen op als onmisbare tussenpersonen. Zij kochten goederen en tot slaaf gemaakte mensen op in het binnenland en verkochten deze aan de kust door aan Europese schepen (Portugezen, maar later ook Nederlanders en Fransen). (vaak nakomelingen van Portugese kolonisten en lokale vrouwen). Zij fungeerden als onmisbare tussenpersonen tussen de Europese schepen en de machtige Afrikaanse koninkrijken in het binnenland.

Vanaf 1501 gaf de Spaanse kroon toestemming voor de import van Afrikaanse slaven in Amerika, wat de vraag in Senegambia enorm aanwakkerde. In de late 16e eeuw nam de vraag verder toe door het uitsterven van de inheemse bevolking in de Amerika's door Europese ziekten. Eilanden zoals Gorée (Senegal) en James Island (Gambia, nu Kunta Kinteh Island) begonnen hun rol als verzamelplaatsen voor tot slaaf gemaakten te ontwikkelen. Hoewel de handel in de 16e eeuw nog niet de enorme omvang van de 18e eeuw had, legde deze periode de fundamenten voor de trans-Atlantische driehoekshandel en zorgde het voor politieke verschuivingen binnen de Senegambiaanse rijken door de focus op de kusthandel.

Behalve dat Senegambia de naam is voor het gebied van het huidige Senegal en Gambia in de vroegkoloniale tijd (ook wel Bovenkust genoemd) was het ook de verzamelnaam voor de forten en factorijen die de West-Indische Compagnie in het huidige Senegal heeft gehad. Factorijen waren historische handelsposten van Europese handelscompagnieën in overzeese gebieden. Ze dienden als steunpunten voor de handel en waren vaak versterkt met forten om de belangen te beschermen. Deze nederzettingen bestonden uit kantoren, pakhuizen en woningen voor personeel en functioneerden als centra voor de in- en verkoop van goederen zoals specerijen, koffie en tabak. Het voornaamste doel van de handelsposten was het ronselen van slaven om die vervolgens te verschepen naar Amerika en ze daar te verkopen.

In Afrika boden lokale stamhoofden gevangenen uit stammenoorlogen te koop aan, waaronder veel mensen van het Bambaravolk. Zij hadden ontdekt dat het winstgevender was om deze krijgsgevangenen in leven te houden en hen in te ruilen voor geld, goederen of wapens.

Fort Ils de Goree Senegal
Slavenfort Île de Gorée in Senegal.

Het betekende niet alleen een belangrijke aderlating voor de bevolking van Afrika, maar veranderde daar ook de samenleving dramatisch. Die werd sterk ontwricht en zowel de militarisering als de slavernij in Afrika zelf namen er sterk door toe. De gevolgen waren enorm, terwijl de winsten grotendeels verdwenen in de zakken van de handelaren en de plantagehouders, die de meeste slaafgemaakten voor zich lieten werken.


OPSTAND OP DE SLAVENSCHEPEN

Op veel slavenschepen ging een zogenaamde Bomba mee. Dit was een Afrikaanse opzichter die ervoor moest zorgen dat de slaven rustig bleven. Hij moest opstanden zo vroeg mogelijk opmerken, zodat die op tijd gesmoord konden worden. Aan boord van Nederlandse slavenschepen hebben zich ongeveer 300 geregistreerde opstanden voorgedaan, waarvan vier grote. Deze opstanden zijn altijd neergeslagen, op één keer na. De opstand in 1780 op de Vigilante, een Zeeuws slavenschip in de trans-Atlantische slavenhandel, is voor zover bekend de enige geweest op een Nederlands slavenschip waarbij het slaven is gelukt de macht over te nemen.

1. DE VIGILANTE

Historicus Ruud Paesie maakte met behulp van verschillende documenten een verslag over deze opstand.

Vigilante
Het slavenschip Vigilante.

Het slavenschip Vigilante, bemand met 30 koppen, zeilde op 25 maart 1780 vanuit Middelburg naar West-Afrika. Twee maanden later kwam men aan in Sierra Leone, waar de meegebrachte handelsgoederen werden geruild voor 322 slaafgemaakten. Terwijl het schip nog voor de kust lag, ontstond er een oproer aan boord. Een deel van de gevangenen wist zich te bevrijden en raakte slaags met de bemanning. Hierbij vielen verschillende slachtoffers. Ook sprongen er enkelen van hen overboord. Onderweg naar Suriname brak nog twee keer een opstand uit. Beide keren wist de bemanning hier een eind aan te maken. Toen eindelijk Suriname bereikt werd, liep het schip in de monding van de Marowijne vast. Weer kwamen de slaafgemaakten in opstand. Ditmaal slaagden ze erin om de bemanning van boord te jagen. Maar ook dit keer liep het niet goed af voor de opstandelingen. Er kwam versterking uit Paramaribo en ze werden, 267 in getal, alsnog verkocht!

2. DE NEPTUNUS

Ondanks dat het de bloedigste opstand was op zee in het Nederlandse slavernijverleden, kent bijna niemand het verhaal. Een Zeeuws schip, de Neptunus, vertrok in 1783 van Zierikzee naar Amsterdam om in 1784 koers te zetten richting West-Afrika om goud, ivoor en slaven in te kopen in ruil voor handelswaar. Terwijl het schip langs de West-Afrikaanse kust van fort naar fort voer, zaten er maandenlang honderden Afrikanen gevangen in het ruim. De omstandigheden van de gevangenen waren mensonterend. En dan moest de oversteek over de oceaan nog beginnen. De gevangenen besloten tot een ultieme ontsnappingspoging. Na een hevige strijd ontplofte het schip voor de Ghanese kust. Wat er gebeurde, laten Sosha Duysker en Ruud Paesie zien in de documentaire "OPSTAND OP DE NEPTUNUS".

Documentaire "Opstand op de Neptunus" van Sosha Duysker en Ruud Paesie (NPO 2021).

3. HET VERHAAL VAN DE AMISTAD

Misschien wel de bekendste opstand is die aan boord van het illegale Spaanse slavenschip La Amistad in 1839. Het verhaal van de Tecora, varend onder Portugese vlag, en het Spaanse schip La Amistad beschrijft een opstand van West-Afrikaanse slaven op laatstgenoemd schip.

In 1839 kidnapte de bemanning van de Tecora illegaal 53 slaven in Sierra Leone, vanwaar ze naar Havanna, Cuba, werden vervoerd om te worden verkocht. Van daaruit werden ze verder vervoerd door de schoener La Amistad. Drie dagen na vertrek wisten de slaven zich te bevrijden, met de 25-jarige Sengbe Pieh (ook bekend als Cinque) als leider. Ze doodden de bemanning en lieten twee bemanningsleden in leven, die beloofden hen naar Afrika te varen.

Amistad revolt
De opstand op de Amistad: de kapitein en de bemanning werden gedood, op twee overlevenden na.

De twee overlevende bemanningsleden voeren echter in noordelijke richting en het schip kwam op 26 augustus 1839 voor Long Island, New York, aan. De Amerikaanse marine enterde het schip en de Afrikanen werden gevangengenomen en overgebracht naar Connecticut, waar ze werden beschuldigd van moord. In 1840 kwam een federale rechtbank tot het besluit dat het initiële transport van de Afrikanen over de Atlantische Oceaan onwettig was, daar de internationale slavenhandel verboden was vanaf 1 januari 1808 (de Act Prohibiting Importation of Slaves). De wet verbood uitsluitend het importeren van nieuwe tot slaaf gemaakte mensen uit het buitenland (zoals Afrika of het Caribisch gebied). De binnenlandse slavenhandel en de slavernij zelf bleven in de zuidelijke staten gewoon bestaan.

Omdat de import stopte, steeg de economische waarde van de reeds in Amerika aanwezige tot slaaf gemaakte mensen. De slavenpopulatie groeide in de decennia daarna hard door via:

De gevangenen waren bijgevolg geen wettige slaven, maar vrije individuen. Verder hadden de Afrikanen, gezien hun illegale beknotting, het recht om elke wettige maatregel te nemen om hun vrijheid te vrijwaren, waaronder het gebruik van geweld. Maar de president van de VS (Martin van Buren) ging onder druk van een aantal politici in hoger beroep tegen de uitspraak. Uiteindelijk, dankzij abolitionistische steun en het optreden van oud-president John Q. Adams, bevestigde het Amerikaanse Hooggerechtshof de bevindingen van de rechtbank op 9 maart 1841. De Afrikanen keerden vervolgens terug naar Afrika in 1842. Deze rechtszaak beïnvloedde nadien een groot aantal wetgevende besluiten die in de Verenigde Staten tot stand zijn gekomen. De rechtszaken gaven bovendien de abolitionistische beweging een duwtje in de rug.

Het verhaal is in 1997 op een prachtige manier verfilmd door Steven Spielberg. Met als acteurs o.a. Djimon Hounsou, Morgan Freeman, Nigel Hawthorne, Matthew McConaughey en Anthony Hopkins. Onderstaand de trailer van deze film. In 2000 werd een replica gebouwd van het schip.

De trailer van de film "Amistad" uit 1997 (Beeld: replica van het schip).


HOEVEELHEID SLAVEN OP DE ZUIDELIJKE PLANTAGES

Er wordt vaak gedacht dat het Amerikaanse zuiden uitsluitend werd bewoond door blanke plantage-eigenaren en hun slaven. Toch was het maar ongeveer 25 procent van de blanken in het zuiden die slaven bezaten. Een andere misvatting is dat er alleen grote plantages waren waar honderden slaven werkten: in 1800 bezat 15 procent van de eigenaren meer dan 20 slaven, en leefde de meerderheid van de slaven op plantages met twee of drie tot ongeveer vijftien slaven. Vroeger woonde meer dan de helft van alle Amerikaanse miljonairs in Mississippi. Tegenwoordig zijn hun landgoederen als musea te bewonderen, maar zijn ze ook vaak een bedevaartsoord, een symbool voor Amerikaanse patriotten.


DE STRIJD TEGEN DE SLAVERNIJ

Het abolitionisme, de maatschappelijke beweging die streeft naar de volledige afschaffing van de slavernij, ontstond in 1787. Steeds meer mensen in de noordelijke staten van Amerika vonden slavenhandel onmenselijk en stelden dat de slaven die er werkten onmiddellijk zouden moeten worden bevrijd zonder vergoeding voor slaveneigenaars. Ook in de rest van de westerse wereld ontstond steeds meer verzet.

Uncle Toms Cabin cover
Cover van "De hut van Oom Tom" (of: het leven onder de nederigen).

De hut van Oom Tom (ook De negerhut of De negerhut van Oom Tom) van Harriet Beecher Stowe is een van de bekendste boeken uit de canon Een canon is een overzicht van de belangrijkste feiten, personen en kunstwerken die de basis vormen van een bepaalde cultuur, geschiedenis of discipline. van de Amerikaanse literatuur. Het is voor alles een tendensroman Een tendensroman is een maatschappelijk betrokken roman waarin de auteur bewust een bepaalde politieke, morele of religieuze overtuiging propageert of een misstand aan de kaak stelt. en een aanklacht tegen de destijds nog niet afgeschafte slavernij. Centraal staan de lotgevallen van een aantal slaven in en rondom een plantage ergens in de Amerikaanse staat Kentucky. De roman werd in 1852 gepubliceerd, nadat hij eerst tussen 1851 en 1852 als feuilleton was verschenen.

Het boek heeft de abolitionistische stroming een brede basis bezorgd in het bewustzijn van de bevolking van de noordelijke staten. Het abolitionisme was een van de belangrijkste oorzaken van de Amerikaanse Burgeroorlog, met als direct doel de afschaffing van de slavernij en de bevrijding van alle slaafgemaakten.

John Brown, Frederick W. Douglass, William Lloyd Garrison en Sojourner Truth waren bekende abolitionisten. Ze werden geholpen door organisaties als de Underground Railroad, een geheim netwerk van adressen, codes en activiteiten, dat zorgde voor schuilplaatsen en transport van gevluchte slaven.

HARRIET TUBMAN

Harriet Tubman
Harriet Tubman (Dorchester County, Maryland, 1823 – Auburn, 10 maart 1913).

Harriet Tubman, een naar Canada gevluchte slaaf, was een actieve abolitionist van de Underground Railroad, het gezicht van de organisatie.

Ze ging vijf keer terug naar het zuiden om slaven te bevrijden, in totaal zo'n 300. Gewapend met een pistool bezocht ze de slaven. Zij die alsnog terug wilden keren naar hun baas werden gedwongen om voor hun vrijheid te kiezen: "You choose for freedom or you die". Uiteindelijk kreeg ze een prijs van 40.000 dollar op haar hoofd, maar ze werd nooit gepakt.

Op YouTube vind je tal van filmpjes en docu's over Harriet Tubman, waarvan de bekendste documentaire "Harriet Tubman - They called her Moses" uit 2018 is (helaas Engelstalig zonder Nederlandse ondertiteling).

They called her Moses (2018) Harriet Tubman op YouTube

Ook verscheen in 2019, onder regie van Kasi Lemmons, een prachtige en ruim twee uur durende speelfilm over haar levensverhaal: "Harriet - Be free or die".

movie Harriet Tubman
Poster van de film "Harriet - Be free or die" (2019).

AFSCHAFFING VAN DE SLAVERNIJ

De "Act Prohibiting Importation of Slaves" (Wet Verbod op Import van Slaven) verbood sinds 1808 de invoer van nieuwe slaven uit Afrika, maar verkoop van binnen de VS geboren slaven was nog wel mogelijk. Het import- en handelsverbod op slaven betekende dus nog lang niet het einde van de slavenarbeid zelf. Die situatie bleef erbarmelijk en het was dan ook logisch dat proberen te ontsnappen en vluchten het enige was wat de meeste slaven bezighield. Ook verschillende Europese staten besloten in deze periode de slavenhandel en het bezit van slaven steeds verder uit te bannen. In het begin wonnen de slavenhouders de discussies, maar dat stopte toen de Engelsen de slavenhandel in 1814 verboden. Het houden van slaven mocht nog wèl, maar ook dat werd verboden in 1863. Ook in Nederland kwam er in 1814 een verbod op de slavenhandel.

De noordelijke staten in Amerika besloten in navolging van een groot deel van Europa de slavernij af te schaffen. Het liefst in de gehele Verenigde Staten. Maar slavernij was een bevoegdheid van de deelstaten en niet van de federale regering. Deze regering kon dus niets wettelijk opleggen aan alle staten. In het zuiden, waar de plantage-economie grotendeels was gebaseerd op goedkope slavenarbeid, wilden de rijke grootgrondbezitters en plantagehouders hier natuurlijk niet in meegaan. Ze hadden hierbij de zuidelijke legers op hun hand. Het zorgde voor grote politieke spanningen tussen de noordelijke en de zuidelijke staten. Maar het ging niet alleen om de afschaffing van de slavernij. Geld speelde de voornaamste rol: de overige, toen nog staten-in-wording in het Westen, moesten kiezen of ze slavernij zouden toelaten of wettelijk zouden verbieden. Zouden ze voor het laatste kiezen, dan zouden ze samen met de noordelijke staten economisch/financieel achterop raken ten opzichte van de rest van het land. Concurrentievervalsing dus. Hoe dan ook: het zou leiden tot een vier jaar durende burgeroorlog tussen de staten. Zie daarvoor het volgende hoofdstuk.

Er bestaan nogal wat speelfilms en series over slavernij op de diverse streamingdiensten, waarvan ik drie films wil noemen:

In een popup uitgebreide informatie over de slavernij en de trans-Atlantische handel van Nederland en België.

SLAVERNIJ NEDERLAND EN BELGIË