KOLONISATIE VAN AMERIKA


De Europese grootmachten zoals Spanje, Portugal, Groot-Brittannië en Frankrijk (en in geringe mate Denemarken, Zweden, Rusland en Nederland) koloniseerden in snel tempo de beide Amerikaanse continenten. Het hele westelijk halfrond kwam zo onder controle van Europese staten. De ruime hoeveelheden land en grondstoffen die daar voorradig waren, speelden een rol bij de opkomst van Europa als het overheersende continent in de wereld.

"COLOMBIAN EXCHANGE" EN DE GEVOLGEN

Er kwam een wereldwijde uitwisseling op gang, de zogeheten "Columbian Exchange" (ook wel bekend als de Columbian Interchange of Colombiaanse uitwisseling), tussen de 'Nieuwe Wereld' op het westelijk halfrond en de Oude Wereld (Afro-Eurazië) op het oostelijk halfrond. Maar de Europeanen brachten ook besmettelijke ziekten die een verwoestende uitwerking hadden op de inheemse bevolkingen. Het aantal indianen daalde hierdoor tussen 1650 en 1750 met 75%. Wat werd er zoal uitgewisseld?

VAN AMERIKA NAAR DE OUDE WERELD VAN DE OUDE WERELD NAAR AMERIKA BELANGRIJKE GEVOLGEN

1. Demografische veranderingen: ziekten uit de Nieuwe Wereld zorgden voor een enorme afname van de inheemse bevolking in Noord- en Zuid-Amerika, terwijl nieuwe gewassen bijdroegen aan de bevolkingsgroei in Europa, Afrika en Azië.

2. Economische impact: de uitwisseling zorgde voor welvaart in Europa door de verwerving van nieuwe grondstoffen en de opkomst van plantages voor winstgevende gewassen zoals suiker en tabak.

3. Sociale en politieke gevolgen: de vraag naar arbeidskrachten op plantages leidde tot de gedwongen trans-Atlantische slavenhandel De trans-Atlantische slavenhandel was een grootschalig systeem van mensenhandel tussen Europa, West-Afrika en Amerika dat plaatsvond tussen 1525 en 1867. Europeanen verscheepten naar schatting 12 miljoen Afrikanen via de zogeheten 'driehoekshandel'. Zij werden in Amerika zwaar uitgebuit op plantages. (zie volgende pagina), die verwoestende gevolgen had voor Afrikaanse gemeenschappen en resulteerde in de dood van miljoenen inheemse mensen.

4. Impact op het milieu: door de introductie van nieuwe soorten veranderde het landschap en door de nadruk op monoculturen daalde de biodiversiteit.

En zo werd de ene na de andere expeditie uitgestuurd. De Britten begonnen op de Noord-Amerikaanse oostkust rond de Hudsonbaai, de grote binnenzee in Canada. Ze dachten dat er een doorgang naar de Stille Oceaan was via de Grote Meren De Grote Meren (Engels: Great Lakes) zijn de vijf grote meren op of nabij de grens tussen de Verenigde Staten en Canada. De Grote Meren bestaan uit: het Bovenmeer (Lake Superior), het Huronmeer, het Michiganmeer, het Eriemeer en het Ontariomeer. Het Michiganmeer ligt volledig op het grondgebied van de Verenigde Staten, de overige vier meren ook op Canadees grondgebied. Het totale oppervlak van de meren is 244.106 km². Het land rondom de meren is rijk aan delfstoffen als ijzererts, nikkel, koper, lood, zink, goud, zilver en asbest. Voor het transport daarvan en van steenkool zijn de meren van groot belang.De meren werden uitgesleten door de ijskap die tijdens het laatste glaciaal het grootste deel van het noordelijk halfrond bedekte. of door de Appalachen Appalachen (Engels: Appalachian Mountains) zijn een middelgebergte in het oosten van Noord-Amerika met afgeronde topzones. Het gebergte is Caledonisch (400 miljoen jaar oud) van oorsprong en bevat vele steenkoolvelden. De 'Appalachian Trail' is een lange-afstands-wandelpad dat zich over bijna de volle lengte van de Appalachen uitstrekt. over te steken. De Fransen zochten het hogerop en veroverden het binnenland van Noord-Amerika door de Saint Lawrence-rivier en de Mississippi te volgen. Ze geloofden langs deze rivieren een doorsteek te vinden naar de Stille Oceaan.

Appalachen, Hudsonbaai, de Grote Meren en de St. Laurensrivier.
Appalachen, Hudsonbaai, de Grote Meren en de St. Laurensrivier.
Kolonisatie overzichtskaart
Kolonisatie Amerika omstreeks 1750.

Een periode van kolonisatie van een paar honderd jaar beschrijven lukt niet in één of een paar pagina's. Daarom volgen hier beneden een aantal historische feiten, gebeurtenissen en personen die belangrijk zijn geweest in het kolonisatieproces van de landen Spanje, Frankrijk, Nederland en, zeker niet te vergeten, Groot-Brittannië. Deze laatste speelde tijdens het proces de belangrijkste en meest toonaangevende rol. Zij zorgden er uiteindelijk voor dat op 4 juli 1776 de toen gevestigde Britse koloniën de "Verenigde Staten van Amerika" werden.

Vooral Spanje en Frankrijk hebben jarenlang geprobeerd permanente nederzettingen te stichten in Noord-Amerika, maar vaak hebben ze hun pogingen moeten opgeven als gevolg van honger, ziekte en aanvallen van vijandelijke indianen.

Links een overzichtskaart van het door Europese landen gekoloniseerde Noord- en Zuid-Amerika omstreeks 1750.

DE EERSTE KOLONISTEN

1. DE SPANJAARDEN

Zoals op de pagina over de ontdekking van Amerika al te lezen was, begon de kolonisatie van Amerika door Europese landen met het moment dat Columbus in 1492 namens Spanje voet aan wal zette in de Nieuwe Wereld. Het proces begon in de Caraïben, waaronder de eilanden Hispaniola, Puerto Rico en Cuba. Aan het begin van de 16e eeuw breidde ze zich uit naar Zuid-Amerika (Peru en Colombia) en Meso-Amerika. Spanje's buurland Portugal nam bezit van Brazilië; het land werd gekoloniseerd door Pedro Álvares Cabral. De Spanjaarden vertrokken vanuit Midden-Amerika, dat ze al onderworpen hadden, en trokken zo naar Noord-Amerika. Ze koloniseerden:
Juan Ponce de León.jpg
Juan Ponce de León; ovl. 1521 in Havanna, Cuba.
Hernán Cortés
Hernán Cortés (1485-1547).

Tussen 1519 en 1521 veroverden de Spanjaarden onder leiding van Hernán Cortés het rijk van de Azteken, het huidige Mexico-Stad. De Azteken waren een militaristische Meso-Amerikaanse Meso-Amerika is een cultureel-historisch gebied dat zich uitstrekt van Centraal-Mexico tot Nicaragua. Talrijke hoogstaande indiaanse culturen zijn hier ontstaan, waaronder die van de Azteken, Maya's, Tolteken en Zapoteken. Meso-Amerika is dus niet hetzelfde als Midden-Amerika, al maakt het er wel deel van uit. beschaving die bestond tussen circa 1300 en 1521 in het huidige Mexico.

In 1524 volgde de verovering van Guatemala, Honduras en El Salvador. Cortés was via zijn moeder verwant aan een andere conquistador: Francisco Pizarro (1476-1541), die in 1532 het Inca-rijk (het huidige Peru) veroverde.

Pánfilo de Narváez
Pánfilo de Narváez (ca. 1470 - 1528).

Maar het was een expeditie geleid door de Spanjaard Pánfilo de Narváez, die in 1528 de monding van de rivier de Mississippi ontdekte. Dat gebied (nu de staat Louisiana) werd oorspronkelijk bevolkt door indianenstammen zoals de Choctaw en viel ten prooi aan deze eerste Europeanen in het gebied. Ongeveer dertien jaar later verkende een expeditie onder leiding van Hernando de Soto het gebied.

Hernando de Soto
Hernando de Soto (ca. 1497 - 25 juni 1542).

De Soto was een Spaanse conquistador (veroveraar) en ontdekkingsreiziger. Hij kwam aan land in Tampa (Florida) in 1514 en zou tot 1542 met zijn mannen actief zijn in de kolonisatie. In 1541 werd de Mississippi vervolgens verder noordwaarts verkend om hun gebied uit te breiden. Spaanse plaatsnamen in de streek als Desoto en Natchez herinneren hieraan. Hij stierf aan een koortsaanval op 25 juni 1542.

Routes van De Soto
De door De Soto afgelegde route.
Juan Oñate
Juan Oñate (ca. 1550 - 1626).

In 1598 rukte de Spanjaard Juan Oñate met 500 man op uit Mexico. Op jacht naar zilver en goud struinde hij het huidige Zuid-Californië, New Mexico, Texas, Oklahoma en Arizona af. Het hele gebied werd een Spaanse kolonie.

De Spaanse adel (lees: kolonisten) kreeg enorme percelen en moest in ruil daarvoor belasting innen en de inheemse bevolking (zoals de Pueblo-indianen De Pueblo-indianen (pueblo betekent huis in het spaans) zijn een verzameling inheemse Amerikaanse stammen in het zuidwesten van de Verenigde Staten, vooral in New Mexico en Arizona, die bekendstaan om hun unieke, vaste dorpen van steen en adobe (klei). in het huidige New Mexico) beschermen en bekeren tot het katholicisme. In ruil daarvoor mochten de kolonisten van de Spaanse Kroon belasting (in de vorm van voedsel, dekens of zware arbeid) eisen van deze inheemse gemeenschappen. Dit systeem met de naam encomienda leidde vaak tot zware uitbuiting, wat in de praktijk geregeld resulteerde in gewelddadig verzet.

ENCOMIENDA-SYSTEEM

Het encomienda-systeem was een koloniaal belasting- en arbeidssysteem dat de Spaanse Kroon in de 16e eeuw invoerde in Amerika: een Spaanse kolonist (de encomendero) kreeg het recht om de inheemse bevolking van een specifiek gebied te exploiteren. De kolonist bezat de grond zelf niet, maar had wel recht op de opbrengsten van de mensen die er woonden. In de praktijk leek het systeem, door de extreme uitbuiting, sterk op slavernij, waarbij de kolonisten snel rijk werden van het vele goud en zilver. De inheemse bevolking bezweek massaal door de zware arbeid, hongersnood en Europese ziektes.

Bartolomé de las Casas
Bartolomé de las Casas (Sevilla, 24 augustus 1484 – Madrid, 17 juli 1566)

Bartolomé de las Casas, een Spaans priester van de orde der dominicanen, was de eerste geestelijke die werd uitgezonden naar de Nieuwe Wereld. Hij werd ook de eerste bisschop van Chiapas. In tegenstelling tot veel van zijn collega's en tijdgenoten nam hij het op voor de inheemse bewoners van het pas door Christoffel Columbus ontdekte land. Hij heeft ervoor gezorgd dat de wrede indiaanse slavernij werd aangepakt, door keizer Karel V (van 1516 tot 1556, als Karel I, koning van Spanje) over te halen het repartimiento-systeem in te voeren, hoewel de uitbuiting daarmee niet direct stopte.

REPARTIMIENTO-SYSTEEM

In het midden van de 16e eeuw voerde de Spaanse Kroon het nieuwe systeem in. Wat veranderde er? De inheemse bevolking was niet langer het permanente 'bezit' van één specifieke kolonist. Inheemse dorpen moesten periodiek een vast percentage van hun volwassen mannen leveren voor openbare projecten, mijnbouw of landbouw. De arbeiders werkten voor een vaste periode (vaak enkele weken of maanden) en keerden daarna terug naar hun dorp, waarna een nieuwe groep hen afwisselde. In theorie kregen de arbeiders nu een klein loon uitbetaald, al was dit in de praktijk vaak veel te laag om van te leven. Maar de realiteit was anders: hoewel het systeem minder direct wreed was dan het encomienda-systeem, bleef het een vorm van zware dwangarbeid met veel misbruik.

Diego de Vargas
Diego de Vargas (Spanje, 1643–1704)

Het systeem trok nog meer kolonisten aan. Er ontstonden veel steden, forten en missionarisposten, onder meer in Santa Fe, Los Angeles en San Francisco. De uitbuiting en onderdrukking leidden uiteindelijk tot felle opstanden, zoals de Pueblo-opstand in 1680, onder leiding van de Tewa Tewa is een specifieke taal en religie binnen de Pueblo-indianen. Van oudsher wonen zij in dorpen (pueblo's) langs de Rio Grande in New Mexico en in de Hopi-reservaten in Arizona. Hun traditionele geloof is diep verweven met de natuur en streeft naar harmonie en gemeenschapsgezondheid. -religieuze Popé Popé (ook bekend als Po'pay) was een Tewa-religieuze en militaire leider uit Ohkay Owingeh (vroeger San Juan Pueblo) in het huidige New Mexico. Hij is wereldberoemd als het meesterbrein achter de Pueblo-opstand van 1680, ook wel de Eerste Amerikaanse Revolutie genoemd (ook bekend onder de naam Popé's Rebellion in New Mexico). . Het werd de meest succesvolle inheemse opstand in de geschiedenis van Noord-Amerika: krijgers uit tientallen verschillende Pueblo-dorpen vielen de Spaanse nederzettingen aan. Ongeveer 400 Spanjaarden (waaronder veel missionarissen) werden gedood. De overlevenden, zo'n 2000 kolonisten, werden gedwongen te vluchten naar het zuiden. De Pueblo's namen de controle over het gebied terug en leefden 12 jaar lang vrij van Spaanse onderdrukking.

De Spanjaarden keerden in 1692 terug en heroverden de regio. Ze werden geleid door Diego de Vargas (voluit: Diego de Vargas Zapata y Luján Ponce de León y Contreras), Spaanse gouverneur van het Nieuw-Spaanse gebied Santa Fe de Nuevo México, tegenwoordig de Amerikaanse staten New Mexico en Arizona. De culturele impact was echter blijvend; de banden tussen de Spanjaarden en de Pueblo's verbeterden en er ontstond een grotere culturele en religieuze wisselwerking.

Pueblo-gebouwen
De typische bouwstijl van een Taos Pueblo (Taos betekent dorp of volk). Sinds 1992 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

2. DE FRANSEN

Saint-Augustine, Florida
Saint-Augustine, Florida, een Spaanse nederzetting sinds 1567.

De Fransen bouwden in 1564 Fort Caroline in Noord-Florida. Daarmee was de eerste echte Europese nederzetting in Noord-Amerika een feit. Maar in 1565 vernietigden Spaanse soldaten Fort Caroline en werden de Fransen verdreven uit de streek. De Spanjaarden bouwden in 1567 op dezelfde plek hun eigen nederzetting met de naam St.-Augustine.

De stad bestaat nog steeds en wordt nu beschouwd als de oudste van de VS. Frankrijk stond uiteindelijk in 1604 de rest van Florida af en stichtte de kolonie Acadia in het huidige Oost-Canada, waartoe onder andere New England hoorde. Rond 1608 werd de stad Quebec City gesticht, die later een tijdlang hoofdstad van Canada zou zijn.

Acadia
De kolonie Acadia (geel), gesticht door de Fransen.

ROBERT DE LA SALLE

Robert Cavelier de La Salle
Robert Cavelier de La Salle (doop 22 november 1643 - ovl. 19 maart 1687).

Robert Cavelier de La Salle, een Franse bonthandelaar, ontdekkingsreiziger en kolonisator, trok in 1667 vanuit Frankrijk naar Canada, waar hij actief was met de al gevestigde Franse pioniers. Vandaar de Franse plaatsnamen in Canada: Montreal, Belleville en Quebec.

Hij voer de Mississippi stroomafwaarts en bereikte in 1682 de Golf van Mexico. De Spanjaarden die het gebied eerder veroverden, hadden weinig belangstelling meer voor de regio. De La Salle palmde het gebied in en gaf het in datzelfde jaar zijn huidige naam Louisiana, ter ere van zijn vorst Lodewijk XIV. In vergelijking met de Engelse kolonisten was het aantal Fransen gering. Via veel schermutselingen met de Engelsen in de tweede helft van de 17e eeuw breidde het Franse gebied zich langzaam uit rondom de oostkust, waar de Engelse vestingen waren gelegen. Detroit, Saint Louis en zelfs Chicago en Cincinnati waren voormalig Frans gebied. De verwaarlozing door de Franse regering remde echter de verdere uitbreiding van de kolonisatie.

LOUISIANA PURCHASE

De naam Louisiana verwees in die tijd dus naar een veel groter gebied dan dat omvat wordt door de huidige staat. De rivier de Mississippi vormde de rechtergrens van het territorium Louisiana, dat reikte tot de zuidgrens van Canada.

Louisiana: het gebied zoals de Fransen het in 1803 verkochten aan de Verenigde Staten.

Omstreeks 1760 verloren de Fransen opnieuw hun gebied grotendeels aan Spanje, maar rond 1800 kreeg Frankrijk, dat toen geregeerd werd door Napoleon Bonaparte, zijn territorium terug. In 1803 wilde Frankrijk het gebied verkopen aan de (sinds 4 juli 1776 onafhankelijke) Verenigde Staten voor $ 15.000.000, omgerekend naar de koers van nu een bedrag van $ 240.000.000. De onderhandelingen tussen de VS en Frankrijk over de aankoop waren eerst slechts van toepassing op de stad New Orleans. President Thomas Jefferson stuurde hiervoor de gezant Robert Livingston naar Parijs. Napoleon wilde de Britten beletten het gebied te verkrijgen, maar uiteindelijk werd overeengekomen om het gehele Louisiana-territorium te verkopen.

Louisiana purchase treaty
De Louisiana-koopovereenkomst tussen de Verenigde Staten en Frankrijk.

Het ging om een gebied van ongeveer 2,1 miljoen km² ten westen van de rivier de Mississippi (ter vergelijking: de totale oppervlakte van Nederland, België, Duitsland en Frankrijk bedraagt ongeveer 736.754 km²). De overeengekomen prijs komt neer op zo'n zeven dollar per km². Deze transactie werd bekend onder de naam "Louisiana Purchase". Deze aankoop verdubbelde ongeveer de oppervlakte van de toenmalige VS. Het gebied van de Louisiana Purchase besloeg het land ten westen van de Mississippi en ten oosten van de Rocky Mountains. Het omvat de huidige staten (of gedeelten van) Louisiana, Arkansas, Missouri, Iowa, Minnesota, North Dakota, South Dakota, Nebraska, Kansas, Oklahoma, Texas, New Mexico, Colorado, Wyoming en Montana. Een relatief klein deel van het oorspronkelijke gebied, gelegen ten noorden van de 49e breedtegraad, is tegenwoordig Canadees grondgebied.

Het verdrag werd getekend op 30 april 1803 en het gebied ging officieel over in Amerikaanse handen op 20 december van dat jaar. Op 30 april 1812 werd Louisiana formeel de 18de staat van de Verenigde Staten van Amerika. Namen van plaatsen als New Orleans, Beaumont en Baton Rouge (huidige hoofdstad van Louisiana) herinneren aan de Franse periode.


3. DE NEDERLANDERS

De ontdekkingsreiziger Henry Hudson was in opdracht van de VERENIGDE OOST-INDISCHE COMPAGNIE op zoek naar een andere route naar het oosten. (Meer over de V.O.C. De Verenigde Oost-Indische Compagnie, afgekort tot VOC (1602–1800), was een particuliere Nederlandse handelsonderneming met een door de Staten-Generaal verleend monopolie op de overzeese handel tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het gebied ten oosten van Kaap de Goede Hoop (Zuid-Afrika) en ten westen van de Straat Magellaan (Zuid-Amerika). onderaan op de volgende pagina "Slavernij: misdaad tegen de menselijkheid". Gebruik de knop Slavernij Nederland en België). In 1609 ontdekte hij de oostkust van de huidige Verenigde Staten en stichtte hij de kolonie Nieuw-Nederland. In 1624 wordt Nieuw-Nederland een provincie (in het Engels: New Netherland(s)). Het is nu de regio met de staten: New York, New Jersey en Delaware.

Nederland hechtte minder waarde aan beheersing van gebieden dan Engeland. Voor de Nederlanders was handel belangrijker dan terreinbezit. Daarom was Nieuw-Nederland in de eerste plaats een handelsnederzetting. Maar zowel voor het verkrijgen van proviand als om de Nederlandse aanspraak op het gebied kracht bij te zetten, was een beperkte vorm van kolonisatie nodig.

Koloniën aan de oostkust
De koloniën aan de oostkust van Amerika, waaronder Nieuw-Nederland.

De eerste kolonisten van Nieuw-Nederland waren Nederduits-gereformeerden (Nederlandstalig) en Waals-gereformeerden (een dertigtal Waalse Franstalige families), die afkomstig waren uit de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Ze kwamen in 1624 aan op Noten Eylant, nu Governors Island, en vestigden zich later op Manhattan en in het gebied rond de huidige rivier de Delaware, toen de Zuidrivier genoemd. De officiële taal was het Nederduits, een historische verwant van het Nederlands. De handel in hout en bont maakt de kolonie winstgevend, maar leidde ook tot conflicten met de plaatselijke indianen en een felle concurrentiestrijd met de groeiende Britse koloniën.

Governors Island
Governors Island. Met links op de foto de Hudson River, rechts de East River, en daar tussen (op de achtergrond) Lower Manhattan.
Peter Minuit
Peter Minuit (1594-1638).

Peter Minuit was de derde gouverneur voor Nieuw-Nederland van 1626-1633. Hij kocht voor de Republiek der Verenigde Nederlanden Manhattan ("het eylant Manhettes", ongeveer 94 km² groot) van de Lenape-indianen, de oorspronkelijke bewoners van het gebied, voor goederen ter waarde van zestig gulden. Er werd een versterkte nederzetting gebouwd die de naam Nieuw-Amsterdam (later New York) kreeg, en die de hoofdstad werd van Nieuw-Nederland. Het bevond zich op de zuidelijke punt van het huidige stadsdeel Manhattan in New York. Peter Minuit zorgde ervoor dat de eerste Waalse immigranten een Waalstraat kregen (nu Wall Street). Langs de Hudson werden nog een aantal nederzettingen en forten opgericht. Bij de noordpunt van het eiland Manhattan werd het plaatsje Haerlem gesticht, de huidige wijk Harlem. En zo zijn er ook nog Brooklyn (Breukelen) en Flushing (Vlissingen), het Staten Island (verwijzend naar de Nederlandse Staten-Generaal) en Coney Island (konijneiland).

GOUVERNEURS VOOR NIEUW-NEDERLAND (1624-1664)

EERSTE ENGELS-NEDERLANDSE OORLOG

Maarten Harpertszoon Tromp
Maarten Harpertsz. Tromp (Den Briel, 23 april 1598 - Ter Heijde, 10 augustus 1653).

De Eerste Engels-Nederlandse Oorlog vond plaats van 29 mei 1652 tot 8 mei 1654, met als inzet de suprematie (oppermacht of oppergezag) op de wereldzeeën en de bescherming van de lucratieve internationale handel. De directe aanleiding was de Engelse Akte van Navigatie (1651), een wet die bepaalde dat goederen die naar Engeland werden vervoerd, in Engelse schepen moesten varen. Dit was specifiek bedoeld om de Nederlandse zeevaart, die destijds de wereldhandel domineerde, de pas af te snijden. Deze oorlog werd volledig op zee uitgevochten. Na een reeks bloedige zeeslagen, waarbij onder meer de Nederlandse admiraal Maarten Tromp sneuvelde tijdens de Slag bij Ter Heijde (15 km ten zuidwesten van Scheveningen), kwam er een einde aan het conflict met de Vrede van Westminster (1654). De Republiek moest de Akte van Navigatie erkennen, wat leidde tot een tijdelijke verschuiving in het maritieme machtsevenwicht.

De Eerste Engels-Nederlandse Oorlog leidde rechtstreeks tot de Tweede (1665–1667), omdat de onderliggende economische en maritieme spanningen nooit echt waren opgelost. De Vrede van Westminster was voor beide landen slechts een tijdelijke wapenstilstand.

WAAROM HIELD DE VREDE VAN WESTMINSTER GEEN STAND?

DE ILLEGALE KONINKLIJKE SCHENKING: NIEUW AMSTERDAM WORDT NEW YORK

In maart 1664 'schonk' Karel II een enorm stuk Noord-Amerikaans land aan zijn broer, James, de hertog van York (de latere koning Jacobus II). Het probleem was dat dit gebied - Nieuw-Nederland - al decennia officieel in handen was van de Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC). Om de koninklijke belofte waar te maken, vertrok er in mei 1664 een vloot van vier Engelse fregatten met zo'n 450 soldaten aan boord onder leiding van kolonel Richard Nicolls. In augustus 1664 voer deze vloot de haven van Nieuw-Amsterdam binnen en eiste de overgave. De Nederlandse directeur-generaal Peter Stuyvesant wilde vechten, maar de lokale burgers weigerden. De stad was nauwelijks verdedigbaar en de munitie was op. Op 8 september 1664 ondertekende Stuyvesant de capitulatie. Nieuw-Amsterdam werd direct hernoemd naar New York, als eerbetoon aan de hertog van York.

TWEEDE ENGELS-NEDERLANDSE OORLOG

De Republiek pikte al deze provocaties niet langer en ze maakten de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog in 1665 onvermijdelijk. Onder leiding van raadpensionaris Johan de Witt was de Nederlandse oorlogsvloot in hoog tempo gemoderniseerd. Nadat Nederland militair terugsloeg en Engeland ook Nederlandse schepen in Europa ging aanvallen, volgde in maart 1665 de officiële oorlogsverklaring.

DE TOCHT NAAR CHATHAM

De Tocht naar Chatham (ook wel de Slag bij de Medway genoemd) was een van de meest gedurfde en succesvolle militaire operaties uit de Nederlandse geschiedenis. Het was de genadeslag waarmee de Republiek de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog won. Bedenker Johan de Witt wilde Engeland dwingen tot vrede. Onder leiding van admiraal Michiel de Ruyter en Cornelius de Witt voer een Nederlandse oorlogsvloot in juni 1667 de rivier de Theems op, en boog daarna af naar de rivier de Medway. De Engelsen dachten dat de rivier onbegaanbaar was door fortificaties Een fortificatie (meervoud: fortificaties) is een militair verdedigingswerk. Het is een verzamelnaam voor permanente of tijdelijke bouwwerken—zoals forten, kastelen, bunkers, muren en aarden wallen—die zijn aangelegd om een gebied, stad of land te beschermen tegen vijandelijke aanvallen. en een zware ijzeren ketting over het water. De Nederlanders braken echter door de ketting heen, omzeilden de forten en brandden de Engelse scheepswerf in Chatham plat. Nederland vernietigde of kaapte de kern van de Engelse oorlogsvloot. De grootste prijs was het Engelse vlaggenschip, de HMS Royal Charles.

HMS Royal Charles
HMS Royal Charles, oorlogsbuit voor de Nederlanders na de tocht naar Chatham.

Dit gigantische schip werd als oorlogsbuit weggesleept naar Hellevoetsluis. De achterkant (de spiegel) van dit schip is vandaag de dag nog altijd te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam.

spiegel van de HMS Royal Charles
De achterkant (de spiegel) van HMS Royal Charles in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Peter Stuyvesant
Peter Stuyvesant (±1610 - augustus 1672). De laatste gouverneur van Nieuw-Nederland.

De brute vernietiging zo dicht bij Londen zorgde voor totale paniek in Engeland. Koning Karel II tekende nog geen maand later haastig, op 31 juli 1667, de Vrede van Breda. De Engelse scheepvaartwetten zouden worden versoepeld en het Nederlandse Nieuw-Amsterdam bleef voorlopig in Engelse handen in ruil voor het meer renderende Suriname.

PETER STUYVESANT: LAATSTE GOUVERNEUR VAN NIEUW-NEDERLAND IN NEDERLANDSE HANDEN

Na de gedwongen overgave van Nieuw-Amsterdam in 1664 kende het leven van Peter Stuyvesant een opvallende wending: Stuyvesant moest zich in 1665 in Nederland verantwoorden voor het verlies van de kolonie. De West-Indische Compagnie (WIC) wilde hem de schuld geven. Stuyvesant verdedigde zich met succes. Hij bewees dat de WIC de stad simpelweg te weinig soldaten, kruit en geld had gegeven om zich te kunnen verdedigen.

Nadat de Vrede van Breda in 1667 bepaalde dat de stad definitief Engels bleef (en New York heette), keerde Stuyvesant terug naar Amerika. Hij had zijn hart aan het gebied verloren. Hij vestigde zich als ambteloos burger op zijn uitgestrekte boerderij (de Bouwerij, waar de huidige New Yorkse wijk The Bowery naar vernoemd is) net buiten de stad. Hij leefde daar in welstand en hield zich bezig met landbouw en zijn gezin.

Peter Stuyvesant graf
Gedenkplaat Peter Stuyvesant.

Stuyvesant stierf in augustus 1672 op ongeveer 62-jarige leeftijd. Hij werd waarschijnlijk geboren rond 1610 (de exacte datum is niet met zekerheid bekend) in Peperga, Friesland in de toenmalige Hij ligt begraven in een familiegraf onder de St. Mark's Church-in-the-Bowery in Manhattan, New York. Een buste van hem herinnert daar nog altijd aan de Nederlandse geschiedenis van de wereldstad.

Noot bij de afbeelding links: ten tijde van zijn overlijden en de latere plaatsing van de herdenkingssteen wist men zijn exacte geboortejaar niet meer. Sommige vroege bronnen dachten dat hij al in 1592 was geboren, wat de leeftijd van 80 jaar op de gedenksteen zou verklaren.

DERDE ENGELS-NEDERLANDSE OORLOG

De status quo bleef bij deze gebieden dus gehandhaafd, hoewel er nog geen definitieve beslissing over werd genomen. Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog veroverden de Nederlanders Nieuw-Nederland kort terug (1673–1674). Anthony Colve (Anthonij Colve) werd benoemd tot gouverneur en bestuurde de kolonie van 19 september 1673 tot 9 februari 1674. Nieuw-Nederland werd definitief aan Engeland afgestaan bij, alweer, een Vrede van Westminster.

VIERDE ENGELS-NEDERLANDSE OORLOG

En jawel: er was ook nog een Vierde Engels-Nederlandse Oorlog. Deze vond een eeuw later plaats, van 1780 tot 1784. In tegenstelling tot de eerste drie oorlogen in de 17e eeuw, die de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden grotendeels won of onbeslist wist te houden, verliep deze vierde oorlog rampzalig voor Nederland.

De Republiek handelde in het geheim met de Amerikaanse rebellen (lees: de dertien Britse koloniën) in Noord-Amerika die in opstand kwamen tegen hun eigen koning, George III van Groot-Brittannië. Zij noemden zichzelf de Patriotten (Patriots, of de Whigs). Naast wapens hadden de rebellen een groot tekort aan alledaagse en logistieke middelen, omdat Groot-Brittannië de Amerikaanse havens blokkeerde. De handel, waarbij het Caribische eiland Sint Eustatius de spil was, was feitelijk een ruilhandel: Nederlandse handelaren brachten wapens, munitie, buskruit, textiel (doeken en stoffen voor het maken van legeruniformen en tenten), kleding en schoenen (essentieel voor de slecht uitgeruste Amerikaanse soldaten) naar het eiland. De Amerikaanse rebellen brachten hun tabak en suiker per schip naar datzelfde eiland. Ze gaven de tabak en suiker aan de Nederlanders in ruil voor de wapens. De Nederlandse handelaren voeren met die Amerikaanse tabak en suiker terug naar Europa. Daar verkochten ze die producten op de Europese markt voor veel geld. Vanwege de enorme en uiterst winstgevende smokkelhandel stond Sint-Eustatius destijds wereldwijd bekend als de 'Golden Rock'.

Groot-Brittannië pikte deze schending van de neutraliteit niet en verklaarde de oorlog. De Nederlandse marine was in de 18e eeuw zwaar verwaarloosd en was geen partij voor de Britten. Er vond slechts één grote zeeslag plaats: de Slag bij de Doggersbank De Doggersbank is een grote, ondiepe zandbank in het midden van de Noordzee. Het gebied ligt op ongeveer 275 km ten noordwesten van Den Helder. De bank strekt zich over een lengte van ongeveer 300 kilometer uit door de Britse, Nederlandse, Duitse en Deense wateren.

Hoewel deze onbeslist eindigde, vierde Nederland het als een morele overwinning, omdat de vloot standhield. De Britten blokkeerden daarna echter de Nederlandse kust, waardoor de handel volledig stilviel. Met de Vrede van Parijs in 1784 kwam de oorlog ten einde. De Republiek moest het strategische gebied Nagapattinam in India aan de Britten afstaan en Britse schepen kregen vrije vaart in de Molukken. De oorlog betekende de definitieve neergang van de Republiek als maritieme en economische wereldmacht. Intern zorgde het verlies voor een enorme politieke crisis, wat leidde tot de opkomst van de Patriottenbeweging tegen stadhouder Willem V in 1781.

THE FIRST SALUTE

Dat heeft te maken met een historisch moment dat bekendstaat als "The First Salute" (Het Eerste Saluut). Ruim vier maanden na de eerste Independance Day, op 16 november 1776, zeilde het Amerikaanse oorlogsschip 'Andrew Doria' de haven van Sint Eustatius binnen met de gloednieuwe Amerikaanse vlag in de mast. Het schip vuurde dertien saluutschoten af als groet. De Nederlandse gouverneur van het eiland, Johannes de Graaff, gaf Fort Oranje bevel om te antwoorden met elf saluutschoten. Dit was de allereerste keer ter wereld dat een officiële vertegenwoordiger van een buitenlandse mogendheid de Amerikaanse vlag beantwoordde en daarmee de soevereiniteit van de kersverse Verenigde Staten erkende. De Britten waren destijds woedend over deze "brutale" Nederlandse erkenning.

Andrew Doria
"Andrew Doria" wordt begroet voor de kust van St. Eustatius.

ROOSEVELT

Franklin Delano Roosevelt
Franklin D. Roosevelt (30 januari 1882 – 12 april 1945). Een democratisch politicus en 32e president van de VS (van 1933 tot 1945).

In februari 1939 voer de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt met een marineschip naar de rede van Sint Eustatius om dit moment te eren. Hij schonk het eiland een grote bronzen herdenkingsplaquette. Deze hangt vandaag de dag nog steeds aan de vlaggenmast van Fort Oranje.

Roosevelt liet op de plaquette beitelen dat hier de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten voor het eerst formeel werd erkend door een buitenlandse functionaris. Hij noemde het een fundamenteel moment in de Amerikaanse geschiedenis. Extra bijzonder was dat de familie Roosevelt zelf verre Nederlandse wortels had (hun stamvader Claes van Rosenvelt emigreerde rond 1650 vanuit Zeeland naar New York).

In de archieven van Sint Eustatius werd later zelfs ontdekt dat verre familieleden van Roosevelt al in 1759 op het eiland waren getrouwd. Dankzij die elf Nederlandse saluutschoten uit 1776 vieren de inwoners van Sint Eustatius elk jaar op 16 november nog steeds groots "Statia Day", wat tegenwoordig in de VS ook officieel is uitgeroepen tot "Dutch-American Heritage Day".



4. DE ENGELSEN

De Engelsen hebben het belangrijkste aandeel in de ontwikkeling van "Amerika" naar de "Verenigde Staten van Amerika" gehad.

John Smith
John Smith (gedoopt in 1580 - 21 juni 1631).

In 1606 werd in Engeland de "Virginia Company" opgericht door koning James I van Engeland. Die wilde een Engelse kolonie stichten aan de oostkust van Noord-Amerika, met als doel winst genereren voor zijn investeerders door rijkdom te vinden, nieuwe markten (meer handel) te creëren en grondstoffen (vooral goud) voor Engeland veilig te stellen.

Op 14 mei 1607 stichtten de Engelsen o.l.v. John Smith op een drassig schiereiland in Virginia (genoemd naar de Engelse ongehuwde koningin, virgin queen, Elizabeth) hun eerste nederzetting: Fort Jamestown, genoemd naar koning James I. Ze deden dit om te voorkomen dat de Spanjaarden ook voet aan de grond kregen aan de oostkust van Noord-Amerika. De stad bestaat overigens nog steeds.

Virginia
Virginia en de door John Smith gestichte nederzetting Jamestown.

HONGERSNOOD IN JAMESTOWN

Na twee jaar werd de kolonie Jamestown getroffen door een voedseltekort. In de winter van 1609-1610 liep de nood zo hoog op dat de bewoners zelfs lijken opgroeven om deze op te eten. Het aantal kolonisten liep terug van 600 naar 50. Velen stierven, anderen vluchtten om zich bij de Indiaanse stam Powhatan De Powhatan, die aan de oostkust van Noord-Amerika woonden ten tijde van de eerste kolonisten, waren in feite geen zelfstandig volk, maar een confederatie die bestond uit een aantal kleinere indianenvolken die samen een sterke unie vormden. Tot ongeveer 1400 hadden de volken in een los samenwerkingsverband geleefd, maar in de jaren die volgden ijverden een aantal leiders voor een nauwere vereniging tussen hun volkeren, die wel wat weg hadden van de Mexicaanse beschavingen. aan te sluiten, waar ze wel te eten kregen. Maar toen het opperhoofd neerbuigend reageerde op een verzoek van de kolonisten om de vluchtelingen terug te sturen, en dus weigerde, namen de kolonisten wraak: ze overvielen een indianendorp, doodden 15 mensen, staken de hutten in brand en verwoestten de velden. De vrouw van het opperhoofd en haar twee kinderen werden gevangen genomen en meegenomen op een roeiboot. De kinderen werden in het water gegooid en voor de ogen van hun moeder doodgeschoten. Zijzelf werd later met een mes vermoord.

VERSLECHTERENDE VERHOUDINGEN MET POWHATAN

In de jaren daarna breidden de Engelse tabaksplantages zich ongecontroleerd uit op het grondgebied van de Powhatan, een fenomeen dat ook wel de 'tabaksgoudkoorts' werd genoemd, wat in 1618 leidde tot de invoering van het zogenaamde 'headright system'. Het headright-systeem (koprecht) verwijst meestal naar een koloniaal landtoewijzingsbeleid dat zijn oorsprong vindt in 1618 in Jamestown, Virginia. Het gaf kolonisten ongeveer 50 hectare land voor elke nieuwe immigrant wiens overtocht naar de Amerikaanse koloniën werd betaald. Het systeem was ontworpen om de ernstige arbeidstekorten in de koloniën op te lossen en tegelijkertijd migratie te stimuleren.

De gevolgen waren desastreus voor de Powhatan-indianen: zij werden met geweld uit hun traditionele leef- en jachtgebieden verdreven. Dit bedreigde direct hun voedselvoorziening. Bovendien putte de landbouwgrond snel uit door de teelt van tabak. Tevens was er sprake van culturele minachting: de Engelsen toonden steeds minder respect voor de soevereiniteit, religie en tradities van de inheemse bevolking. Ze behandelden de Powhatan met openlijke minachting.

HET JAMESTOWN BLOEDBAD

Toen Chief Powhatan overleed in 1618, kwam de leiding van de confederatie in handen van zijn broer, Opechancanough. Hij weigerde de Engelse dominantie langer te accepteren en was veel militanter ingesteld dan zijn voorganger. Toen Nenatanew, een gerespecteerde Powhatan-krijger en adviseur, door Engelse kolonisten werd vermoord, was voor Opechancanough de maat vol. Op 22 maart 1622 besloten de Powhatan tot volledige oorlogvoering over te gaan. Ze overvielen de kolonie en honderden Engelsen vonden daarbij de dood. Het conflict ging de geschiedenis in als het Jamestown-bloedbad van 1622.

ENGELAND AAN KOP ALS KOLONIALE SUPERMACHT

Vanaf 1619 breidde Engeland in rap tempo uit in Noord-Amerika en nam het de koppositie van Spanje als 's werelds koloniale supermacht over. Nieuwe kolonisten slaagden erin Jamestown tot bloei te brengen door de tabaksteelt. De onderneming "Virginia Company" zou in 1624 worden ontbonden. Virginia werd overgedragen aan Engeland en daarmee een koninklijke kolonie.

Gebouwen in Jamestown (replica)
Een replica van gebouwen in Jamestown.

DE PILGRIM FATHERS

In 1620 speelde zich elders het verhaal af van "The Pilgrim Fathers", ook wel "De Pilgrims" genoemd, en hun schip de "Mayflower". Dat was een groep "dissenters" (religieus andersdenkenden) die ervan overtuigd was dat de bestaande Anglicaanse Kerk van Engeland niet meer verzoend kon worden met hun geloof. Ze kwamen in conflict met de Engelse autoriteiten en vluchtten in 1609 vanuit hun huizen in Scrooby (Yorkshire) naar Leiden in Nederland. Toen ze hoorden dat de Virginia Company voordelen gaf aan reizen in groepen, dienden ze hun aanvraag in voor een vergunning. Maar toen de Pilgrim Fathers erachter kwamen dat Virginia een Anglicaanse nederzetting was, besloten ze in plaats daarvan de hulp van de Londense handelaar Thomas Weston te aanvaarden toen die aanbood hun reis te financieren. Vervolgens dienden ze een aanvraag in voor een vergunning voor New England.

DE MAYFLOWER

In juli 1620 werd een naamloze vennootschap opgericht van handelaars en Pilgrims, die bekendstond als de "Merchant Adventurers" (voluit: de Merchant Adventurers of London). Hun overeenkomst hield in dat de Pilgrims het land zouden bebouwen, huizen zouden bouwen en gingen vissen, en dat gedurende zeven jaren. Na deze periode zou de winst van de onderneming gedeeld worden tussen de twee partijen. Oorspronkelijk zouden de Pilgrims op twee zeilschepen reizen, de Mayflower en de Speedwell, maar deze laatste was lek en kon niet mee uitvaren.

De Mayflower was dus het enige schip waarmee de Engelse kolonisten naar Amerika voeren om daar een nieuw leven, vrij van religieuze vervolging, te beginnen. De kapitein van het schip was Christopher Jones uit Harwich.

Mayflower
De Mayflower, het schip waarmee de Pilgrims de overtocht maakten van Nederland naar Amerika.
Christopher Jones
Kapitein Christopher Jones Jr. (ca. 1570 - ca. 5 maart 1622) was de kapitein tijdens de reis van het Pilgrimschip Mayflower in 1620.

Het schip vertrok op 6 september 1620 uit Plymouth en had 102 kolonisten aan boord, voor een deel leden van een kolonie die enkele jaren in Leiden had gewoond. Na een reis van twee maanden, waarin een opvarende stierf en een baby werd geboren die de naam Oceanus Hopkins kreeg, kwamen de Pilgrims aan in de Nieuwe Wereld. Ze stichtten daar de Plymouth Colony, een kolonie op religieuze basis (nu: Plymouth, Massachusetts), en hingen een sobere levensstijl aan.

Tegenwoordig zijn veel inwoners van de VS er trots op als ze een voorouder kunnen aanwijzen die met de Mayflower naar Amerika gekomen is, omdat het algemeen wordt beschouwd als dé eerste Engelse kolonie. Op 5 april 1621 begon de Mayflower aan de terugreis naar Groot-Brittannië. Het schip was volgeladen met beverhuiden, maar werd op zee overvallen door Franse kapers en leeggeroofd.

GEDENKTEKEN

270 jaar later, in 1891, werd een gedenkteken geplaatst aan de Pieterskerk in Leiden (NL) ter nagedachtenis aan Eerwaarde John Robinson (1575 - 1625), in 1604 predikant van de St. Andrew's Church in Norwich. Hij was de voorganger (geestelijk leider) van de "Pilgrim Fathers" in Leiden, voordat die op de Mayflower naar Amerika vertrokken.

Gedenkteken Pieterskerk Leiden
Gedenkteken, opgericht in 1891, aan de Pieterskerk in Leiden.

DE ZEVENJARIGE OORLOG

Toen de Engelsen in 1664 Nieuw-Nederland hadden ingelijfd, gaf koning Karel II de kolonie Nieuw-Amsterdam aan zijn broer Jacobus, hertog van York, en daarmee was de kolonie "New York" een feit. Jacobus schonk vervolgens een deel van het gebied aan twee vrienden, Lord Berkeley en George Carteret, beide plantage-eigenaren uit Carolina. Zij stichtten New Jersey.

New Jersey
New Jersey aan de Amerikaanse oostkust.

Door het veroveren van Nieuw-Nederland hadden de Britten nu controle over de Noord-Amerikaanse havens van Virginia tot Massachusetts, wat het opleggen van de "English Navigation Acts" (wetten uit 1651 en 1660) vergemakkelijkte. De Navigation Acts waren wetten van het Britse parlement die bedoeld waren om de zelfvoorziening van het Britse Rijk te bevorderen door de koloniale handel tot Engeland te beperken en de afhankelijkheid van buitenlands geïmporteerde goederen te verminderen.

Aan het einde van de 17de eeuw had Engeland alleen nog Frankrijk als rivaal. Maar midden in de 18de eeuw won Engeland ook die koloniale strijd tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763), een verzamelnaam van enkele oorlogen die gestreden zijn in die periode in Europa en zijn koloniën. Vanaf toen had het de macht over Noord-Amerika zo goed als volledig in handen.

Groot-Brittannië en Frankrijk bestreden elkaar ook buiten Europa. Dit is de reden dat soms naar de Zevenjarige Oorlog verwezen wordt als de "echte Eerste Wereldoorlog". Door de nederlagen van Frankrijk in Europa verloor Frankrijk de bovenhand in diverse koloniën (waaronder India) en dus ook in Noord-Amerika. De door de Britten gewonnen Slag om Signal Hill bij St. John's (Newfoundland en Labrador) in 1762 was de laatste slag van de Zevenjarige Oorlog die in Noord-Amerika plaatsvond.

Signal Hill
Signal Hill bij St. John's (Newfoundland en Labrador).

Groot-Brittannië en Frankrijk sloten uiteindelijk vrede, met als afspraak dat het land ten oosten van de Mississippi door de Engelsen werd afgestaan. De Britten daarentegen verkregen Canada. De Fransen die nog in het noorden (Acadië) waren gevestigd, of beter gezegd, waren achtergebleven, werden op hun beurt weer verdreven door de Engelsen. Ze gingen stroomafwaarts en vestigden zich in het zuiden langs bayous, kreken en moerassen aan de zijarmen van de Mississippi. Ze werden "Acadians" genoemd, wat later verbasterde tot "Cajuns". De Spanjaarden die aan de zijde van de Fransen stonden, verloren Florida en het land ten westen en zuidwesten van de grote rivier.

Noord Amerika kolonisatie
De kolonisatie van Amerika in een animatie van vijf afbeeldingen over de periode 1650-1783 (verspringt elke 10 seconden).

CANADA

Canada werd genoemd naar het Iroquoiaanse woord "kanata" (dorp of nederzetting). Het werd in de 16e eeuw door ontdekkingsreizigers gebruikt om een gebied langs de Saint Lawrence-rivier te beschrijven, en werd officieel een land (Dominion of Canada) op 1 juli 1867, toen verschillende Britse (voormalig Franse) koloniën zich verenigden. De naam "Canada" werd toen de officiële naam voor deze nieuwe federatie. De naam werd al snel toegepast op een kolonie binnen Nieuw-Frankrijk, en in boeken en op kaarten werd dit gebied al in de 16e eeuw aangeduid als Canada. De "geboortedag" van het moderne Canada is dus 1 juli 1867, toen de British North America Act de provincies Ontario, Quebec, New Brunswick en Nova Scotia verenigde tot het Dominion of Canada. Deze dag werd eerst "Dominion Day" genoemd, maar werd in 1982 omgedoopt tot "Canada Day" en is nog steeds een jaarlijkse feestdag.

Mounties tijdens Canaday Day
Een parade van de "Mounties" (RCMP) tijdens Canada Day.

De Royal Canadian Mounted Police (RCMP), algemeen bekend als "de Mounties" (Gendarmerie Royale du Canada), is de nationale, federale, provinciale en gemeentelijke politiedienst van Canada. Ze kent een gevarieerde geschiedenis, vormt een belangrijk onderdeel van het Canadese verleden, en heeft bijgedragen aan de vorming van het politiekorps zoals we dat nu kennen. Het begon allemaal op 23 mei 1873, toen het Canadese parlement van mening was dat een politiekorps noodzakelijk was voor de Noordwestterritoria. De feitelijke oprichting was op 1 februari 1920. Ze zijn een iconisch symbool van Canada, bekend om hun rode uniformen, paarden en uitgebreide, gespecialiseerde trainingsprogramma van 26 weken.