VAN CHICAGO TOT NEW ORLEANS
GREAT MIGRATION
Vooral vanaf het tweede decennium van de 20ste eeuw begonnen veel steden aardig vol te lopen. Een proces dat duurde tot 1970. Miljoenen Afro-Amerikanen verlieten hun huizen in het zuiden en trokken naar de staten in het noorden en westen van de VS (de zgn. "Great Migration" of "Great Northern Drive"). Velen reisden naar Chicago, vooral om de slechte economische en materiële omstandigheden achter zich te laten, maar voor veel voormalige slaven werd de situatie nauwelijks verbeterd. Ze kwamen toch weer in apart afgebakende wijken terecht. Meestal zonder riolering en andere openbare voorzieningen. Ondanks wetten die dit verboden, bleef de segregatie bestaan, ook in het onderwijs. Allochtonen werden nog altijd als bedreigend gezien.
Ook de blues rukte verder mee op, later ook westwaarts. Veel voormalige slaven die in het zuiden al naam hadden gemaakt met het spelen van (blues)muziek probeerden daarmee in de steden de kost te verdienen. Daar waren natuurlijk ook veel meer mogelijkheden, denk aan b.v. theaters, cafe's en grote feesten.
Voor een gedetailleerde beschrijving met oorzaken en gevolgen van die massale volksverhuizing, klik op de knop "Info Great Migration".
Info 'Great Migration'
Wanneer je de Mississippi stroomafwaarts volgt, passeer je enkele plaatsen die, zeker in het kader van de blues, de moeite waard zijn om te bezoeken. Op deze pagina vind je een korte beschrijving van de verschillende steden, met een aantal highlights en/of opvallende (historische) feiten en muzikanten. Een deel van de foto's is gemaakt tijdens mijn bezoeken aan de VS.
CHICAGO: DE WINDY CITY
DE NAAM
We beginnen in Chicago, Illinois, ongeveer 855 km ten noorden van Memphis. De naam Chicago is afkomstig van een indiaanse taal, en betekende letterlijk "wilde ui" of "wilde knoflook". Deze planten groeiden vroeger in groten getale in de moerassige bossen rond de Chicago River. In sommige contexten werd het ook gebruikt om te verwijzen naar een "gestreept stinkdier". Het is afkomstig van het woord "shikaakwa", dat komt uit de Miami-Illinois taal, een inheemse Algonquian-taal. Door vroege Franse ontdekkingsreizigers/kolonisten is het verbasterd tot "chicagoua"). De stad wordt ook wel de 'Windy City' genoemd. Die bijnaam is te danken aan de altijd aanwezige wind vanwege de ligging aan het grote meer Lake Michigan. De Mississippi stroomt op zo'n 125 kilometer afstand links van Chicago zuidwaarts.
CHICAGO CITY
BELANGRIJKE VERTEGENWOORDIGERS VAN CHICAGO-BLUES
Belangrijke vertegenwoordigers van de Chicago-blues zijn ongetwijfeld Otis Rush, Luther Allison, Bo Diddley, Buddy Guy, en zijn inspiratie McKinley Morganfield, beter bekend als Muddy Waters. Info over de Chicago-blues op de pagina 'Bluesgenres: verspreiding van de blues', met o.a. een Chicago-blues-special over Muddy Waters en zijn medemuzikanten, tezamen vormend de Muddy Waters Blues Band.
Naast Chicago trokken veel migranten ook naar steden als New York, Pittsburgh en Detroit. Net na de Eerste Wereldoorlog groeide vooral Detroit opeens snel: de auto-industrie vestigde zich massaal in en om de stad en bracht honderdduizenden arbeiders mee die in de fabrieken aan de lopende band gingen werken. Deze innovatie werd in 1913 door Henry Ford vervolmaakt, een mijlpaal in de industriële ontwikkeling van Detroit en de Verenigde Staten. In 1900 had de stad 285.000 inwoners; in 1930 was dat inwonertal al gegroeid naar 1,5 miljoen. Muzikaal gezien was het vooral John Lee Hooker die hier succes boekte met zijn "footbeat" en boogie.
John Lee Hooker - "Boom Boom" (1969).
MEMPHIS: "MEKKA VAN DE BLUES" en "BIRTHPLACE OF ROCK-'N-ROLL"
Memphis in de staat Tennessee is een stad die bol staat van de historie op bluesgebied. Memphis was populair bij de rondtrekkende muzikanten, omdat het hier was toegestaan om op straat muziek te spelen en het was goed bereikbaar: een groot kruispunt van spoorlijnen en Highway 51 en 61. Artiesten konden optreden en geld verdienen in de juke joints en de honky-tonks, niet veel meer dan een uit golfplaten en hout opgetrokken hut die als dorpsdancing dienstdeed. Er werden eenvoudige gitaren, dobro's en banjo's gebruikt, omdat deze gemakkelijk te vervoeren waren. De begeleiding was ondergeschikt aan de zang en de tekst. Het verhalende element was het belangrijkste. Over lokale situaties, alledaagse, herkenbare beslommeringen en gebeurtenissen. Zo werd Memphis het centrum, het "Mekka van de Blues". Geleidelijk aan ontwikkelden zich expressievere gitaarstijlen, zoals de slide met behulp van bottlenecks. Maar die muziek werd door de Europese kolonisten niet zo gewaardeerd: ze werd eerder als onaangenaam aangeduid.
De naam Memphis roept Egyptische associaties op, zoals je aan de onderschriften van de foto's kunt zien:
Plaatsnamen in de buurt, zoals Cairo, doen vermoeden dat pioniers hier een tweede Egypte hebben willen stichten. Maar we bevinden ons in het 'Mekka van de Blues' en, niet te vergeten, de 'Birthplace of Rock-'n-Roll'. Waar namen als Chuck Berry, Bill Haley, Little Richard en Elvis Presley onsterfelijk zijn geworden.
Elvis werd geboren in Tupelo (MS), zo'n 150 km ten zuidoosten van Memphis. Hij vertrok met zijn ouders naar Memphis in 1948 en is daar uitgegroeid tot een ware cultfiguur. Een bezoek aan zijn landgoed Graceland is de moeite waard voor een bezichtiging. Natuurlijk is er ook een souvenirshop (ook online). Aan de overkant op Elvis Presley Boulevard kon je voorheen de twee vliegtuigen waarmee Elvis zich verplaatste, van binnen en buiten bewonderen: de Hound Dog II voor binnenlandse, de Lisa-Marie (genoemd naar zijn dochter) voor intercontinentale vluchten. Kon, want in 2015 zijn beide vliegtuigen verkocht.
Voor een uitgebreide foto-impressie van Graceland, zowel binnen als rondom het gebouw, kijk op de website (klik op de button).
Graceland
Maar het blueshart van Memphis is nog steeds Beale Street. In het begin van de jaren '70 heeft hier helaas de slopershamer zijn werk grondig gedaan. De oude Beale-area is verdwenen. Alleen de hier en daar gestutte gevels zijn bewaard gebleven, zodat het nog iets van de vroegere sfeer uitstraalt.
Hier vochten voormalige slaven voor hun bestaan, verdienden hun brood met de blues en hielden in de jaren '50 en '60, onder leiding van de Amerikaanse burgerrechtenactivist Martin Luther King, vredelievende marsen voor gelijke burgerrechten. Een revolutionair bolwerk dus. Misschien dat de overheid daarom elke herinnering hieraan, onder het mom van vernieuwing, wilde laten verdwijnen? Beale is en blijft een attractie: een aaneenschakeling van cafés, restaurants en winkels, met natuurlijk ‘B.B. King’s Blues Club’.
Het National Civil Rights Museum (Amerikaans Nationaal Burgerrechtenmuseum) is gevestigd in het voormalige Lorraine Motel in Memphis, waar op 4 april 1968 Martin Luther King werd vermoord.
Uiteraard elke avond livemuziek in de kroegen en op straat. In het midden van "Beale" staat een bronzen buste van de (God)Father of the Blues: W.C. Handy, in het naar hem genoemde park (nou ja, park: vooral klinkers en beton).
Op de hoek van Union Street en Marshall Road ligt de Sun Studio. Een voormalige sportwagengarage omgebouwd tot opnamestudio door Sam Phillips.
Naast Elvis maakte hij ook Jerry Lee Lewis, Albert Perkins, Johnny Cash (samen met Elvis onderdeel van het zogeheten Million Dollar Quartet), Howlin’ Wolf, B.B. King en vele anderen onsterfelijk en tot kassuccessen. Het was op deze historische plaats waar de eerste rock-'n-roll op de plaat werd gezet.
Tijdens de rondleiding langs originele instrumenten - maar dat weet je in de VS nooit zeker - en met de allereerste tapeopname van bijvoorbeeld Elvis (“Blue Moon”) waan je je ‘back in the fifties’.
Ook nu worden er nog steeds opnames gemaakt in de authentieke omgeving van toen en vinden artiesten hun inspiratie in Memphis en in de Sun Studio. De eerste grote hit die Sun op zijn naam kon schrijven, was van een lokale dj genaamd Rufus Thomas. De naam van het nummer was "Bear Cat" (1953).
Het was zijn reactie op Willie Mae ("Big Mama") Thorntons "Hound Dog" uit 1952, wat Elvis Presley in 1956 ook nog eens op plaat zette.
In 1918 verliep het patent op "het registreren van trilling met een zijwaartse naaldbeweging op een schijf". Het gevolg was dat vele bedrijven zich stortten op de productie van grammofoonplaten, waardoor de populariteit van dit nieuwe medium enorm steeg. De verspreiding van de blues ging niet langer meer via de mondelinge overlevering. Het was in het Peabody Hotel in Memphis waar eind jaren '20 de eerste opnamen werden gemaakt van country-bluesartiesten zoals Tommy Johnson (geen familie van Robert Johnson) en Robert Wilkins.
Andere grote namen in de akoestische Delta-blues, naast Robert Johnson, zijn Son House, Willie Brown en Charlie Patton. Laatstgenoemde wordt gezien als de belangrijkste, zelfs als het prototype van de eerste bluesmuzikanten, vanwege zijn invloed en inspiratie voor anderen. (Alles over hem op de pagina Delta- of Mississippi-blues). Hij bracht 5000 tot 6000 bezoekers op de been tijdens een optreden. Ieder betaalde 25 dollarcent. Zo verdiende hij op een avond meer dan de anderen in een maand. Dergelijke concerten vonden plaats in grote schuren of een soort overdekte hooibergen. Er was in die tijd geen radio of stroom. Er waren in de Delta geen kroegen of clubs om blues te spelen. Minder bekende blueszangers betaalden daarom bewoners van een huis die alle meubels eruit haalden. Olielampen werden voor spiegels geplaatst. De band stelde zich op, terwijl buiten op grote barbecueputten varkens of koeien werden geroosterd, waarna het feest kon beginnen. Met drank, prostituees, gokken en blues. Het ging er ruig aan toe op die grote party's, dikwijls met ruzies, vechtpartijen of erger. Sheriffs en burgemeesters joegen de muzikanten daarom vaak vooraf al hun dorp uit. Pas later ontstonden de zogenaamde barrelhouses, ook wel juke joints genoemd, gevestigd in oude gebouwen. Die waren opgetrokken uit houten balken en golfplaten en hadden eigenlijk hun beste tijd gehad.
De blues kreeg een meer uptempo, 'stedelijk' geluid, gekenmerkt door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten, wat vanaf de jaren '30 het geluid van de blues zou bepalen ('The Blues got electrified'). Vooral artiesten als Albert King (Albert Nelson), Bukka White en zijn neef B.B. King werden hier beroemd. De tweede om zijn slidetechniek, de derde om het introduceren van de zgn. handvibrato. Het was in deze periode dat de rhythm and blues ontstond (niet te verwarren met de tegenwoordige R&B). Al die varianten zouden de oorspronkelijke blues enigszins naar de achtergrond verdringen. In de jaren '60 neemt de belangstelling dan ook af bij het jongere publiek. Later, eind jaren '60 en '70, leefde het genre weer op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, The Rolling Stones, Led Zeppelin, Jeff Beck e.a. opnieuw blues gingen spelen.
B.B. King: onmisbaar op een pagina als deze. Hieronder een filmpje, opgenomen in 2011 in de Royal Albert Hall in Londen, met het nummer 'Rock Me Baby'. Een bluesklassieker die is uitgegroeid tot een van de meest opgenomen bluesnummers aller tijden. Het ontstond als "Rockin' and Rollin'", een nummer uit 1951 van Lil' Son Jackson, zelf geïnspireerd door eerdere blues. Versies van Muddy Waters en B.B. King maakten het nummer bekend. Toen B.B. Kings opname van "Rock Me Baby" in 1964 uitkwam, was het zijn eerste single die de Top 40 bereikte in de Hot 100-hitlijst van Billboard Magazine.
B.B. King - "Rock Me Baby" (1964).
Van hieraf gaan we zuidwaarts en komen we terecht in
CLARKSDALE
Clarksdale, het kruispunt (Crossroads) van Highway 49 en 61, is de geboorteplaats van o.a. Sam Cooke, ZZ Top e.a. Rondom niets dan katoenvelden, zover als het oog reiken kan. Het is in deze streek waar bluesgrootheden als Muddy Waters, Huddie Ledbetter (Lead Belly), B.B. King, Willie Foster e.a. opgroeiden.
DE GEOGRAFISCHE SPIL VAN DE DELTA-BLUES
Clarksdale, gelegen in Coahoma County, was in de vroege 20e eeuw niet zomaar een stad; het was de economische en logistieke spil van de noordelijke Mississippi Delta. Door de bloeiende katoenindustrie en de aanwezigheid van grote plantages, zoals de Dockery- en Stovall Plantation, trok het gebied tienduizenden Afro-Amerikaanse landarbeiders (sharecroppers) aan. Deze concentratie van mensen, die leefden onder het strenge regime van de Jim Crow-wetten, vormde de perfecte broedplaats voor de evolutie van de field hollers en work songs naar de vroege (delta-)blues.
CLARSKDALE 21STE EEUW
Hier geen wolkenkrabbers, maar de sfeer van vroeger. Maar ook hier kiezen de blanken hun eigen stadsdeel en woont de Afro-Amerikaanse bevolking in de armste wijken. Op sommige plaatsen grote muurschilderingen van de blues: met afbeeldingen van Robert Johnson, B.B. King e.a. En 's avonds nog steeds livemuziek in de plaatselijke juke joints of bluesclubs zoals Ground Zero of Red's Lounge.
Mede-eigendom van acteur Morgan Freeman en de bekendste bluesclub ter wereld: Ground Zero Blues Club biedt een combinatie van lokaal comfort food (zoals fried catfish), een professioneel podium en een uniek interieur waar duizenden bezoekers hun naam op de muren hebben gekrabbeld.
Wie de èchte, ongepolijste juke joint-ervaring zoekt, stapt binnen bij LaVene Music Centre, een vroegere platen- en muziekinstrumentenwinkel die actief was van de jaren 50 tot de jaren 60. Veel artiesten kochten hier hun gitaar of een ander muziekinstrument. De locatie staat nu bekend als Red's Lounge (of Red's Blues Club), een legendarische, authentieke juke joint waar nog steeds live bluesmuzikanten optreden. In deze intieme, donkere ruimte verlicht door rode lampen, zit je met je neus bovenop de versterkers van lokale bluesmeesters. Rauw, puur en alsof de tijd er al vijftig jaar stilstaat.
Overnachten in Clarksdale? Dan is de Shack-Inn de place to be! Ook daar live blues, en slapen in de sfeer van de voegere plantages!
Arbeiders van nu verdienen, net als vroeger, hun boterham in dienst van "King Cotton". Plantagefamilies leven nog steeds in een aanzienlijke rijkdom. Tegelijkertijd spelen plaatselijke grootheden van toen regelmatig hun deuntjes voor hun publiek of klanten. Zoals de plaatselijke kapper, bluesmuzikant en leider van de Civil Rights Movement in Mississippi, Wade Walton. In het verleden was hij de kapper van Ike Turner.
Wade Walton - "Rooster Blues" (van het Mississippi-bluesverzamelalbum "I Have to Paint My Face" uit 1960).
Clarksdale is het centrum van de Delta-blues. Niet voor niets bevindt zich hier, in het hart van de blues, het Delta Blues Museum. Het museum biedt portretten, literatuur en muziek van de grondleggers van de blues, evenals talloze gitaren van bluesgrootheden zoals Muddy Waters, van wie ook een wassen beeld te bewonderen is. Het absolute topstuk is de restanten van de houten sharecropper-hut waarin bluespionier Muddy Waters opgroeide op de nabijgelegen Stovall Plantation. Gevestigd in een prachtig oud spoorwegdepot, bewaart het Delta Blues Museum de tastbare geschiedenis van de Mississippi Delta. Een must-see die de diepe, melancholische wortels van de muziek blootlegt.
GREENVILLE
Halverwege Vicksburg en Clarksdale ligt Greenville, een klein industriestadje langs de Mississippi waar verder weinig te beleven valt. Dat was vroeger wel anders, als we het opschrift op het bord mogen geloven.
De tekst, vertaald in het Nederlands, luidt:
Nelson Street was ooit het epicentrum van de Afro-Amerikaanse zaken en het amusement in de Delta. Nachtclubs, cafés, kerken, kruidenierswinkels, vismarkten, kapperszaken, wasserijen, platenzaken en andere ondernemingen dreven een bruisende handel. Beroemde bluesclubs in de straat waren de Casablanca, de Flowing Fountain en de Playboy Club. Willie Love groette de straat in zijn opname "Nelson Street Blues" uit 1951.
In Nelson Street kun je hier en daar nog wel terecht voor de authentieke blues, maar niet meer in bluesclub de Flowing Fountain, want die sloot haar deuren in 2000. Artiesten als Ike & Tina Turner, Elmore James, Little Milton en Little Willie John traden daar regelmatig op.
Greenville is vooral bekend om zijn jaarlijkse "Delta Blues & Heritage Festival", ver buiten het centrum (in 2025 zou de 48ste, maar helaas laatste editie plaatsvinden, maar het heeft toch doorgang gevonden in 2026). Het was het oudste, maar het continu georganiseerde bluesfestival ter wereld en een van de grootste bluesfestivals in de Verenigde Staten, met de originele blues gespeeld door lokale en regionale artiesten, zoals vroeger Little Milton en Willie Foster. Onderstaand twee foto's, genomen op het 22ste Delta Blues & Heritage Festival op 18 september 1999:
Meer zuidwaarts, tussen de uitgestrekte moerassen van Louisiana en Memphis, bevindt zich de streek van de katoenplantages, met riante landgoederen van de voormalige plantagehouders in schril contrast met de behuizing van de arbeiders.
VICKSBURG
Even zuidelijker ligt Vicksburg. Geen bluesplaats van betekenis. Een klein, onbeduidend stadje pal aan de Mississippi.
De rivier was hier getuige van een van de bloedigste confrontaties tussen de Noordelijke en Zuidelijke legers in de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Alleen al in de heuvels rondom Vicksburg sneuvelden tienduizenden soldaten. Diverse monumenten in Vicksburg houden de herinnering levend, zoals het Civil War Museum en het Battlefield Museum.
De vroegere slagvelden vormen nu het National Military Park:
Aan de kade liggen kolossale gokboten van de ketens "Harrah's Casino" en "Ameristar". In bepaalde staten van de VS is gokken op het land nu eenmaal verboden, niet op het water.
In het gebouw van de voormalige Biedenharn Candy Company is sinds jaren het Biedenharn Coca-Cola Museum gevestigd. In het gebouw bevindt zich ook een winkel waar je werkelijk alles kunt kopen aan gadgets van het grootste colamerk ter wereld.
JOHN PEMBERTON
Pemberton was een Amerikaanse arts en apotheker, maar vooral bekend geworden als de bedenker van de drank Coca-Cola. Zijn jeugd bracht hij door in Rome (Georgia). Hij studeerde af aan het Southern Botanico Medical College in Georgia in 1850. In mei 1862 ging Pemberton in
dienst bij het leger van de Geconfedereerde Staten (Zuiden) van Amerika en was hij eerste luitenant tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Tijdens zijn laatste gevecht
raakte hij gewond aan zijn borst door een sabel. Hij gebruikte verdovingsmiddelen tegen de pijn en als gevolg hiervan raakte hij verslaafd aan morfine.
In 1869 verhuisde Pemberton naar Atlanta, waar hij een lucratieve handel begon in een door hem ontwikkeld drankje dat hij met veel succes verkocht onder de naam "Pemberton's French Wine Coca". Dit drankje was gebaseerd op een vergelijkbaar Europees drankje, genaamd "Vin Mariani", van de op Corsica geboren Angelo Mariani.
Mariani was geboren in een familie van artsen en apothekers. Hij vestigde zich als apotheker in Parijs en ontwikkelde deze Vin Mariani uit een combinatie van Bordeauxwijn en een extract van bladen van de cocaplant. In die tijd werd het coca-extract vooral gebruikt in genees- en zenuwkalmerende middelen en in drankjes ter bevordering van de seksuele drift, behandeling van spijsverteringsproblemen en tegen veroudering. Nadat in Atlanta in 1885 een verbod op alcoholische drank werd uitgevaardigd, verving Pemberton de wijn in zijn drankje door suikerstroop. Op 18 mei 1886 besloot Pemberton een definitieve keuze te maken voor de formule van zijn nieuwe drank. Frank Robinson, een van Pembertons partners en deels eigenaar van zijn bedrijf, bedacht de naam Coca-Cola, evenals het handelsmerk en logo.
Voorbij Vicksburg verlaten we de Delta en komen we in het gebied waar de monding van de Mississippi begint te ontstaan, maar dan duurt het nog zo'n 400 kilometer voor hij zich uitstort in de Golf van Mexico.
↑ Terug naar bovenNEW ORLEANS: "BAKERMAT VAN DE JAZZ"
New Orleans, "Home of the jazz", en een van de oudste steden van de VS. Gelegen in het midden van het mondingsgebied van de Mississippi. Niet de hoofdstad (dat is Baton Rouge), wel de grootste stad van de staat Louisiana. New Orleans is een van de grootste havensteden van de wereld, waar vooral olie, suiker en graan worden verscheept.
Ondanks dat New Orleans vooral bekendstaat als de bakermat van de jazz, of Home of the Jazz, is ook de blues volop aanwezig in deze nog steeds overwegend Franse stad. Behalve blues en jazz kom je in de stad en streek nog twee andere bijzondere muziekvormen tegen: zydeco en cajun. Deze stijlen zijn nauw met elkaar verbonden: opzwepend, dan weer melancholisch, en gekenmerkt door instrumenten zoals de van oorsprong Franse accordeon, het wasbord met lepels en de viool.
In Louisiana wordt, naast Engels natuurlijk, nog steeds Frans gesproken met een 17e-eeuws accent. Op menukaarten in restaurants zijn de spicy Cajun-gerechten volop aanwezig. Voor een tocht over de Mississippi kun je terecht op de steamboats (zie de pagina over de Mississippi). Ook zijn volop rondvaarten mogelijk door de kreken (bayou's) en de 'swamps' (moerassen) met zijn vele krabben en kaaimannen. De A(r)cadians die hier wonen, leven voornamelijk van de visserij. Arcadians waren van oudsher Franse kolonisten die na hun verovering op het oostelijke deel van Canada verjaagd werden door de Engelsen. Zij voeren de Mississippi af naar het zuiden en vestigden zich in de omgeving van New Orleans. Hun naam verbasterde tot 'Cajuns'.
Het meest sfeervolle en toeristische deel van New Orleans is ongetwijfeld "French Quarter": rijk aan historische plekjes en gebouwen, sociale verhalen en iconische gebouwen. In het French Quarter ligt Bourbon Street, de bekendste straat in New Orleans. Ze dateert uit 1718, toen New Orleans werd opgericht door Jean-Baptiste Le Moyne de Bienville.
Hij was een Franse ontdekkingsreiziger, geboren in Montreal (Canada), koloniaal bestuurder en de "vader" van Louisiana. Bienville vergezelde zijn broer op een expeditie om het benedenstroomse deel van de Mississippi te verkennen. In 1699 ontdekte hij de monding van de rivier. Hij is vooral bekend vanwege de stichting van New Orleans in 1718. Hij was vijf keer gouverneur van Louisiana en nam samen met zijn broer, Pierre Le Moyne d'Iberville, deel aan de verkenning van de Mississippi. De Franse ingenieur Adrien de Pauger legde in 1721 de straten van New Orleans aan en koos er een om de naam van de toenmalige Franse koninklijke familie te dragen, Rue Bourbon.
Nu is het een lange straat met alleen kroegen, uitpuilende souvenirshops, restaurants, stripteasetenten en ook het jaarlijkse Mardi Gras (soort carnaval). Vooral livemuziek in de kroegen en op straat in een toch meer Spaanse dan Franse ambiance. Wat logisch is, omdat het in de tijd van de Spaanse overheersing is gebouwd.
De straat is de enige in de VS waar alcohol op straat genuttigd mag worden, en trekt (misschien daarom ook) zo'n 18 miljoen toeristische bezoekers per jaar. En natuurlijk is er in New Orleans het Louis Armstrong Park, met de Place Congo (zie de pagina over het ontstaan van de blues).
HOUSE OF THE RISING SUN
Een bijzondere paragraaf voor een bijzonder muzieknummer. Wie kent het niet: "The House of the Rising Sun" (vertaald: het Huis van de Rijzende Zon), een zogenaamde "traditional" (een traditioneel volksliedje uit de VS) waarvan de oorsprong redelijk onbekend is. De tekst, althans delen ervan, gaat volgens sommige bronnen terug tot de 16de of 17de eeuw en de melodie zou zijn afgeleid van Engelse folk. Het werd later vooral bekend door een versie van The Animals uit 1964. Deze versie wordt beschouwd als een van de Britse popklassiekers van de 20e eeuw. Terwijl de originele versie werd gezongen vanuit het perspectief van een vrouw die in een vernederend leven terechtkwam, wordt de Animals-versie verteld vanuit het perspectief van een jongeman die zijn vader volgt en in de ondergang van alcoholisme en gokken stort.
De oudste gevonden tekst is opgeschreven door William F. Burroughs en gepubliceerd in 1925. De vroegst bekende opname van "House of the Rising Sun" (met een meer bluegrassgeluid) is van Clarence "Tom" Ashley en Gwen Foster uit 1933, onder de titel "Rising Sun Blues". Ashley beweerde het lied van zijn grootvader te hebben geleerd.
Clarence "Tom" Ashley en Gwen Foster - "House of the Rising Sun" (1933).
Georgia Turner (1921-1969) (na haar huwelijk bekend als Georgia Turner Connelly) was een Amerikaanse folkzangeres. Ze wordt gecrediteerd voor een vroege opname van "Rising Sun Blues", geproduceerd door Alan Lomax in 1937 in Middlesboro, Kentucky. Haar bewerking van deze Amerikaanse folkklassieker is uitgegroeid tot de standaard, de voorloper van covers door honderden latere artiesten. Turner trouwde twee keer, vestigde zich uiteindelijk in Michigan en kreeg elf kinderen, van wie er negen de kindertijd overleefden. Lomax zorgde ervoor dat ze een deel van de royalty's van de liedjesschrijver ontving voor enkele opnames van het nummer. Haar familie herinnert zich dat als een grote steun in de economische moeilijkheden van haar laatste decennium, voordat ze in 1969 overleed aan emfyseem. Turners uitvoering van het lied werd in 2003 opnieuw uitgebracht door Rounder Records, op de Alan Lomax Popular Songbook CD. Luister hieronder, slechts 1.33 min. lang, naar Georgia Turner.
Georgia Turner - "House of the Rising Sun" (1937).
Later werd het nummer uitgebracht door onder meer Woody Guthrie (in 1941) als folk-blues.
Decennia later is het nummer opnieuw uitgebracht. Ditmaal in een folkversie door onder meer Lead Belly (1944 // zie ook onderaan op de pagina over de Amerikaanse Burgeroorlog, elders op deze website), Joan Baez in 1960, Nina Simone in 1961 en Bob Dylan in 1962. De versie van The Animals is verreweg het populairst geworden, en Bob Dylan ergert zich vaak als wordt aangenomen dat hij dat nummer van hen heeft gecoverd. In 1969 had de Amerikaanse rockband Frijid Pink er opnieuw een hit mee, veel rauwer dan de andere versies. En verder verschenen er versies van Ramblin' Jack Elliott, Dolly Parton, Waylon Jennings, Adolescents, The Ventures, Duane Eddy en Five Finger Death Punch. In 1994 volgde nog een cover door Don McMinn, in 2000 was het de beurt aan de 50 Mission Blues Band en in 2002 aan Bob Walsh. Lee Palmer tenslotte vertolkte zijn jazzy versie op zijn album "One Take: Live at Canterbury" uit 2012. Het nummer is te horen op de soundtracks van populaire tv-series ('The West Wing', van 1999 tot 2006, en 'Supernatural', welke liep van 2005-2020) en de film 'Suicide Squad'. Er zijn 5 films met dezelfde naam, allemaal in verschillende jaren uitgebracht en variërend van drama/romantiek tot horror en actie. In de film uit 2016 (actie/avontuur) behoort het nummer House of the Rising Sun tot de soundtrack.
HERKOMST VAN DE NAAM "HOUSE OF THE RISING SUN"
Er is veel gespeculeerd over de herkomst en de betekenis van The House of the Rising Sun. De zanger vertelt dat hij zijn leven heeft vergooid in een gebouw met deze naam. Dit verwijst hoogstwaarschijnlijk naar een gevangenis of een bordeel. De term Rising Sun werd vaker gebruikt in traditionele Amerikaanse en Engelse volksliederen en was een terloopse verwijzing naar bordelen. In sommige versies van het nummer is de hoofdpersoon een man, in andere een vrouw. Hoe dan ook, hieronder volgt de populairste versie, uitgevoerd door The Animals, inclusief de tekst.
The Animals - "House of the Rising Sun" (1964).
Omdat het nummer al stamt van vóór de 18de eeuw, is niet meer te achterhalen of het wel of niet verwijst naar een bestaand gebouw. Wel zijn er meerdere theorieën:
- - Van 1820 tot 1822 heeft er in het French Quarter van New Orleans een hotel gestaan met de naam Rising Sun. Dit hotel werd zeer waarschijnlijk voor prostitutie gebruikt. Het brandde in 1822 af.
- - Van 1862 tot 1874 stond aan de Esplanade Avenue in New Orleans een bordeel dat eigendom was van een zekere Madam Marianne LeSoleil Levant, wat "Mevrouw Marianne de opkomende zon" betekent.
- - Een vroegere vrouwengevangenis, de New Orleans Prison for Women, had precies in het midden van de gevel een groot rond raam dat door de gevangenen "de opkomende zon" genoemd werd.
- - In de 19e eeuw stond er in Carrollton, net buiten New Orleans, een gebouw dat de Rising Sun Hall heette.
Wat waar is of niet, is moeilijk of zelfs niet te achterhalen. Typ op Google of een andere zoekmachine maar eens "House of the Rising Sun New Orleans", kijk onder 'Images' (afbeeldingen) en zie hoeveel verschillende foto's er worden getoond.
↑ Terug naar boven